5 januari
Ochtendvergadering.
Aanwezig: Tymen, Bas, Klaas, Tim, Koen, Rem, Elly, Ina, Yvonne.
Door ziekte afwezig: Chiel, Ruud. Na nachtdienst naar huis gegaan: Lissy. Dienst in huis: Anke.
Een urgente zaak bleek de ziekte van de stafleden te zijn. Zodra een van ons ziek werd, het niet meer aan kon, of gewoon te moe was, trad het sneeuwbaleffect in. Twee anderen moesten het van hem overnemen, konden het niet meer aan, werden te moe en vervolgens ziek. Een cyclus, die alleen doorbroken kon worden, wanneer de staf met minimaal twee leden werd uitgebreid. Geld daarvoor was er niet. Voor vrijwilligers was dit werk te zwaar en ongeschikt. Het Bestuur van het Opvanghuis keurige heren met maatschappelijk hoge status had reeds 'enig geld' aangeboden uit 'speciale fondsen' om de stafleden te belonen voor hun 'overwerk'. Klaas had hun geste van de hand gewezen met duidelijke taal: 'We worden niet minder moe, als we een dubbeltje meer krijgen. We willen twee stafleden er bij en anders maar kapot met z'n allen . . .'
De nachtdienst was de bottleneck. Tymen stelde voor om speciale 'nachtwakers' aan te trekken. Dat zouden studenten kunnen zijn, eventueel van de Sociale Academie. De nacht zou dan bezet kunnen worden door één waker betaald uit het 'speciale fonds' en één slapend staflid. Bij onraad zou de waker het staflid kunnen wekken. Met algemene stemmen werd Tymens voorstel aangenomen.
Nog meer mankracht verkregen we uit het voorstel van Tim: Chiel vervangen door diepvriesmaaltijden, zodat zijn kooktijd toch altijd twee uur per dag vrij kwam voor begeleiding. Natuurlijk wisten wij, dat het Bestuur bezwaar zou maken tegen een kok als begeleider, maar in de afgelopen maand hadden wij gemerkt, dat juist de onderhoudsman en de kok het grootste vertrouwen van de cliënten hadden gekregen. Wij besloten dus voet bij stuk te houden.
De cliënten kwamen op tafel.
Gemma. 
Bloemendaal had bericht, dat de groep Gemma geaccepteerd had. Op maandag 10 januari zou ze door mij naar Bloemendaal worden gebracht.
Er viel even een stilte. Ieder voor zich wist, wat Gemma's vertrek betekende. Het eind van een heleboel gedonder en het verlies van een heleboel warmte en plezier. 
Lenny. 
Ze hield zich rustig de laatste tijd. Koen had contact gelegd met een gemeentelijk bejaardentehuis. Lenny was voor een eerste gesprek ontboden en had zich met Koen aan haar zijde 'aardig' weten te verkopen. Men had besloten haar vanaf 1 februari als bejaardenhelpster (tijdelijk) in dienst te nemen. Intern was helaas niet mogelijk, zodat er voor haar een kamer met begeleiding gezocht moest worden. 'Daar begint het gedonder al,' zei Klaas, 'dat vind je toch nergens. Lenny zien we binnen veertien dagen terug. Het wordt nu toch echt wel tijd, dat we de gemeente een duidelijk plan voor hun neus leggen. Dat plan van mij van de witte huizen, de units, d'r staan goddomme ik weet niet hoeveel panden leeg.'
'Zet dat plan maar op schrift,' zei Bas.
'Dat kan ik niet,' zei Klaas, 'dat doet de socioloog maar, die geloven ze veel meer, ook al heeft die geen ideeën . . .' 
'Wat zijn de hoofdpunten van je plan?' vroeg Tymen rustig. 
'Een pand, kopen of huren. Daar een paar studenten in van de Sociale Academie die stage moeten lopen. En de rest van de kamers verhuren tegen kostprijs aan kinderen zoals Lenny en Joop en noem maar op, die zich best zouden kunnen redden, als ze maar niet zo verdomd eenzaam waren dat ze er iedere avond over denken om zich aan een dikke spijker op te hangen. Dat is mijn plan. En jij als socioloog weet verdomd goed hoe je zoiets uit moet werken en aan wie je dat moet geven. Dat weten alle hypocrieten, dus jij ook.'
Tymen bleef rustig en schreef iets op. 'Het is een goed plan,' zei hij.
'Ja-ha . . .,' zei Klaas, 'en het moet er verdomd gauw komen, want anders houdt Klaas op met die vivisectie hier. Want weetje wat jullie willen doen? Jullie willen Lenny met d'r 100 valium 10 van haar stimulerende psychiater in een kamer stoppen, waar ze 's avonds, nadat ze de hele dag kwijlbekken heeft afgeveegd van mensen die geen boe of ba tegen haar zeggen, alléén in terugkomt, zodat er ook werkelijk niets anders voor haar overblijft dan die 100 valium 10 van haar stimulerende psychiater . . . En die vreet ze dan op en dan komt ze weer in een inrichting en daar stoppen ze haar weer in de isoleercel of ze dompelen haar weer in een bak koud water en dan loopt ze weer weg en dan komt ze weer bij ons en dan heeft Ina weer toevallig nachtdienst en die belooft haar weer wat en dan zitten we weer . .' 
'Mijn God, wat een gelijk,' zei ik.
'Ja-ha . . .,' zei Klaas, 'dus stemt Yvonne voor dat plan.' 
Ik was niet de enige. Aan Tymen werd opgedragen om namens de staf een uitgewerkt 'Witte Huizen Plan' aan de gemeente voor te leggen. Voorlopig echter moest er voor Lenny een kamer met begeleiding worden gezocht. 
'Misschien kunnen we het van de kansel schreeuwen,' zei Klaas, en tegen mij: 'Jij kende toch die dominee, die jou zo goed wist uit te leggen wie die Gallio was? Laat die maar van de kansel schreeuwen, dat we een kamer voor Lenny zoeken. Dan kunnen we gelijk zien hoeveel Gallio's er zijn.' 
'Okee,' zei ik, 'dat ga ik doen, ik ga vanmiddag naar hem toe.' 
'In de notulen opnemen,' zei Klaas gebiedend tegen Elly. 
Derek. 
'Derek.' zei Bas, 'wat heeft Rem met Derek bereikt?' 
'Ziekenverzorger, dat kan,' zei Rem, 'ze willen hem graag hebben . . . maar het gaat er om: wanneer. De cursus is net begonnen, 1 maart gaat de nieuwe van start. Het is intern, dus dat is alvast meegenomen .. . maar wat doen we met Derek zolang? Hier houden? Waar moet hij naar toe?' 
Tja . . . waar moet hij naartoe? Hier houden dan maar. 
Ali. 
Chiel had voor Ali een baantje gevonden als hulpje in een fotozaak. 'Nu nog een kamer voor de schat,' zei Klaas. 
Het minimum-jeugdloon voor 16-jarigen liet geen ruimte voor de hoge kamerhuur. In verband met Chiels ziekte werd aan Ina opgedragen een kamer voor Ali te zoeken en de huur daarvan terug te spelen op Ali's Voogdijvereniging. 
'En als ze dat niet pikken,' zei Klaas, 'dan stoppen ze haar maar weer in een kindertehuis, dan loopt ze wel weer weg en dan komt ze weer bij ons. Intussen hebben wij dan een wit huis en daar gaat Ali in.'
Joop. 
'Joop snakt naar zijn kamer,' zei ik. 'Zijn arm gaat prima. Hoe meer hij hem kan gebruiken, hoe meer hij zin in z'n leven krijgt. Het contact met zijn moeder en broer is op  gang gebracht en wordt begeleid door een maatschappelijk werkster van Margriet. Toch ... ik weet het niet.. . voor Joop zou inderdaad zo'n wit huis belangrijk zijn. Als hij gaat piekeren loopt het mis met hem. De cursus ziekenverzorger kan hij nog niet aan, dat duurt nog wel drie maanden ... en al die tijd zit hij dan toch maar alleen op een kamer.' 
'Ja, maar bóven mij,' zei Bas. 
'Maar jij bent nooit thuis,' zei Elly.
'Maar die mensen, waar hij in komt, dat zijn verrekt fijne lui.' 
'Ja, dat vind jij, maar wat vindt Joop? Het is een ondoorgrondelijk mannetje hoor . . .' Elly had ons aan het twijfelen gebracht.
Klaasje. 
'Kijk,' zei Klaas, 'laat nou toch het Beroepskeuzebureau een fijn beroep voor Klaasje hebben gevonden! Iets met dieren! Leeuwentemmer of zo. Of iets met bromfietsen! De lullen . . . Klaasje heeft daar natuurlijk de hele middag over zijn bromfiets en zijn marmot geklept en toen dachten ze daar, na twintig vellen worteltrekken en zes opschrijven, vier onthouden . . . toen dachten ze daar, dat Klaasje best es iets met dieren of met bromfietsen kon doen . . . Nee, laten wij het maar zelf bekijken. Klaasje is een handig jochie, Klaasje moest maar es naar een bedrijfsopleiding van een groot bedrijf, dat kan Yvonne mooi er door kletsen. Laten ze daar maar es een stukkie van hun winst in Klaasje steken.' 
'Okee,' zei ik en schreef het in mijn agenda. 
Charrie. 
Het debacle van de manege was bij ieder bekend. Margriet had het dagziekenhuis voorgesteld. Overdag in therapie, 's avonds terug naar ons. Totdat er plaats voor hem zou zijn in de Viersprong in Halsteren. Wij hadden geen alternatief. Er werd gezucht en gesteund en om koffie geroepen . . .
Pieter Juweel. 
'Ja, dat is moeilijk, hoor,' zei Ina, 'hij doet verschrikkelijk zijn best, maar ik vertrouw hem voor geen cent. Hij is net een bekeerde misdadiger, die heilsoldaat is geworden. Hij is met bloemen naar Mimi gegaan, excuses gemaakt, loopt daar weer in en uit. Hij heeft een baantje, zegt hij, maar hij wil niet zeggen waar. 10 januari begint hij en dan gaat hij hier ook weg, want hij heeft ergens een kamer gevonden. En zijn inrichtingsgeld van de Sociale Dienst heeft hij ook al te pakken. Hij sjouwt af en aan met kratten bier. Allemaal van dat geld. Ik weet niet hoor ... als je ziet wat hij koopt, dan  vraag ik me toch hard af, wat we hier aan het doen zijn.' 
'Dat baantje,' zei Rem, 'dat heeft hij me verteld, tenminste .. . als het hetzelfde is. Hij is naar een supermarkt gegaan en daar hebben ze hem aangenomen. Lach niet... als kassier ... Ze zullen het wel merken aan het eind van de dag. Ik geloof niet, dat we aan hem nog iets kunnen doen. Het is goed, dat we hem hebben losgekocht, maar verder . ..' 
'Laat hem verder zelf maar klooien,' zei Koen. 'Hij is nu toch los van die dealer . . . nou, meer hoeven we niet voor hem te doen.'
Cor. 
'Is definitief opgedonderd,' zei Klaas. 'We hebben van hem geleerd, dat Tymen gelijk andere sociologen een schijtluis is en dat we voortaan iedereen moeten fouilleren.' 
'Hoezo, definitief opgedonderd?' vroeg Bas geïrriteerd. 'Als er hier iemand opdondert, behoort de staf dat te weten.' 
'Ik ben vanmorgen speciaal een uurtje vroeger gekomen om Cor te vertellen, dat die alvast een urn kan uitzoeken of een plaatsje onder de bomen van Oud Eik en Duinen en om hem te vertellen, dat ik in de gang een paar losse tanden heb gevonden en om te vragen of die soms van hem waren. Nou ... en zo heb ik nog een tijdje door staan zeiken, totdat die in zijn broek scheet en me vroeg of ik hem alsjeblief dat adres van dat drugcentrum wou geven. Ik zeg: toevallig dat ik het heb ... op je knietjes er naar toe, blijf maar gewoon voor de deur zitten wachten tot het vanavond opengaat en dank de hemel, als ze je daar willen helpen. Ik heb nog nooit iemand zó vlug de benen zien nemen . . .'
Terwijl ik in lachen uitbarstte, merkte ik, dat Bas en Tymen razend waren. Bij de anderen kon ik iets meer waardering ontdekken.
'Sinds wanneer werp jij je op als drugspecialist?' vroeg Bas. 
'Sinds Ruud ziek is,' zei Klaas, 'ik moest hem toch vervangen?'
'Jij bent bezig met een eigen hulpdienst. Je neemt beslissingen, die door de staf genomen moeten worden. Als er hier iemand wordt ingetaked, gebeurt dat door minimaal twee leden van de staf, als hier iemand wordt afgevoerd, gebeurt dat ook door minimaal twee leden van de staf. Dit is ernstig, ik eis, dat de staf zich hierover uitspreekt.'
'Verdomme,' zei Koen en hij trok driftig zijn trui uit over zijn hoofd, 'dat gezeik hier altijd . . . Waar gaat het nou om? Dat Cor op de Hogewal komt... en of Klaas hem daar nou naar toe krijgt of de hele staf. . . Wat doet het er toe? Ik had hem er nooit naar toe gekregen.'
'Het gaat er om,' zei Bas, 'dat Klaas in z'n eentje opereert. Toevallig is dit nou goed, maar hij had evengoed iets volslagen verkeerds kunnen doen. Als hij geen ruggespraak houdt, valt alle kritiek weg. Wij zijn een team, wij dragen samen de verantwoordelijkheid.'
'Soms moet je dingen zelf kunnen beslissen. Als Klaas deze vergadering had afgewacht om toestemming te vragen, was het juiste moment voorbijgegaan. Ik eis ook een uitspraak van de staf,' zei Koen.
'Ik houd me aan een stafbeslissing of in dringende gevallen minimaal twee leden van de staf,' zei Bas. 
'Ik blijf er bij, dat je in noodgevallen zelf moet beslissen.' 
In luttele seconden zag ik het gebeuren. De handen gingen omhoog. Koen, Klaas, Elly en ik aan de ene kant. Bas, Tymen, Rem, Tim en Ina aan de andere kant. Hoewel ik van Ina nog niet helemaal zeker was. Ik dacht aan Chiel en Ruud .. . individualisten, ze zouden achter Koen staan. Lissy en Anke waarschijnlijk achter Bas. De eerste grote controverse was er. ..