18 december
De ochtendvergadering werd geheel aan de
cliënten besteed. We begonnen met de laatste, het meisje Ali dat de
vorige dag door Elly was ingetaked. Ondanks haar 16 jaar had ze de
wens uitgesproken 'op zichzelf' te staan. Ze had een vriendje, met
wie ze misschien wilde samenwonen, ze wist het nog niet precies. In
ieder geval wilde ze nooit meer terug naar het kindertehuis,
waaruit ze was weggelopen. Haar voogd had haar bij ons gebracht met
het verzoek de zaak even op z'n beloop te laten. Ali moest de kans
krijgen na te denken. Volgens Elly was nadenken zeker het laatste,
wat Ali gewend was te doen. Ze reageerde op alles agressief:
wanneer je haar per ongeluk aanraakte, sloeg ze ogenblikkelijk
scheldend op je in. Elly vreesde een aaneenschakeling van
moeilijkheden met de andere cliënten, doch ze wist ook een positief
geluid te laten horen: Ali was duidelijk gecharmeerd van Chiel,
onze kok. Voortdurend hing ze in zijn buurt rond, plaagde hem,
kietelde hem, deed alles om zijn aandacht te krijgen. De hem
toebedeelde vaderrol was Chiel op het lijf geschreven. Hij maakte
onverhoedse uitvallen naar haar, zodat ze gillend opstoof; hij
slingerde haar onder zijn arm en bood haar links en rechts te koop
aan; of hij legde haar over de knie voor een gezond pak op haar
billen. Dit alles onderging Ali schaterend van plezier, zodat ze
binnen één dag een rode blos op haar wangen had.
Het was duidelijk: Chiel moest haar
begeleiden. Een lijn voor haar werd nog niet uitgestippeld, Ali
moest eerst nog maar wat genieten van de aandacht die aan haar werd
besteed, ze moest eerst nog wat wennen aan de andere stafleden en
wij uiteraard ook aan haar.
Met Derek hadden de eerste moeilijkheden
reeds plaatsgevonden. Zoals door Gemma voorspeld, had hij binnen
het uur een oplawabbel van Pieter te pakken. Mokkend en met een
dikke lip verplaatste Derek zich door het huis, zich beklagend bij
eenieder, die maar horen wilde. Eigenlijk vond hij bij niemand
aansluiting, niet bij de cliënten, want die lachten hem domweg uit,
maar ook niet bij ons, want wij raakten geïrriteerd door hem. Rem
wist zich nog het beste bij Derek te handhaven en hij bood zich dan
ook zij het niet spontaan als begeleider van hem aan. Ook voor
Derek gold: even aankijken en over een paar dagen een definitieve
gedragslijn voor hem volgen.
Gemma en Pieter Juweel waren om 4 uur 's
nachts met de taxi thuisgekomen. Rem, die de nachtdienst had, kon
ons een levensechte reportage geven:
'Pieter lag achter in de auto en moest door
de chauffeur en Gemma naar buiten worden getrokken. Hij donderde
meteen op straat. Gemma stierde naar binnen, ging direct door naar
de keuken, vulde een pan met water en kieperde die boven Pieter om.
Drijfnat en lallend is Pieter naar binnen gekomen en Joop, die niet
kon slapen en bij mij zat, heeft hem toen naar bed gebracht. Gemma
heeft de taxi betaald en dat leverde een scheldpartij op, maar
uiteindelijk is ze toch ook naar boven gegaan. Maar binnen de
kortste keren stond ze weer beneden bij mij, alweer scheldend
natuurlijk, want Charrie lag in haar kamer. Hij had zijn matras
naast haar bed gelegd en ze had hem geschopt en geslagen, maar hij
was niet wakker te krijgen. Nou, toen ben ik maar met Gemma mee
naar boven gegaan en toen hebben we samen Charrie met matras en al
de gang in getrokken. Maar dat was ook weer niet naar Madam d'r
zin, want dat deed ik te hardhandig en 'dat joch had toch al zoveel
meegemaakt' . . . dus zette Gemma een keel tegen mij op. En die
Charrie bleef maar slapen joh . . . onbegrijpelijk gewoon . . . een
kabaal in die gang . . . Tenslotte pakte Gemma hem bij zijn benen
en trok hem weer de kamer in, ze kwakte hem naast haar bed en zijn
matras bleef buiten liggen . . .'
Klaas kwam niet meer bij, de tranen biggelden
achter zijn bril vandaan.
'Ja-ha ...,' zei hij, 'ja-ha ... zo gaat dat,
hè, als je een opvanghuis hebt voor weggelopen
kindertehuisklantjes, die vreten elkaar op, hè ... en ons er bij ..
. Je had zeker niet een pannetje water bij de hand, zoals Gemma,
want dat wil nog wel es helpen. Maar hoe is het verder gegaan . . .
ben je nog gaan kijken ...?'
'Vanmorgen vroeg, ja ... de deur was niet op
slot. . . Gemma lag met haar kleren aan in bed en Charrie op de
grond er naast. Ze heeft hem nog toegedekt en kennelijk nog een
tijdlang zijn hand vastgehouden, want haar hand hing precies boven
de zijne. Volgens mij is hij bang in zijn kamer, tenminste . . . 's
nachts . . . we kunnen hem beter maar bij haar laten slapen, als ze
dat goed vindt dan, hè ...'
'Als ze straks wakker wordt, dan rammelt ze
hem weer de kamer uit,' zei Tim, 'denk maar niet, dat ze dat goed
vindt.'
'Hoever ben je met hem?' vroeg Bas. 'Heb je
de zaak al met Margriet besproken?'
'Margriet dacht, dat het een goed idee was om
hem op een manege te laten werken, dat slapen overdag ziet ze
zuiver als een bescherming. Wanneer hij het naar zijn zin heeft
ergens, draait zijn ritme vanzelf weer om.'
'Dus, Yvonne,' zei Bas, 'jij gaat maar eens
praten op die manege, zo gauw mogelijk, vandaag nog als het kan ...
en wij gaan verder met Lenny.'
Ina kreeg meteen een kleur. 'Het gaat niet,'
zei ze, 'ik krijg haar mijn bed niet uit . . .'
Alweer bulderde Klaas van het lachen. 'Weet
je hoe dat komt?' zei hij. 'Jij bent net zo'n psychedelisch defect
als zij . . . en dat trekt, hè . . . ja-ha, dat heb je zo, ze vindt
het lekker warm bij jou in bed, nog eventjes en ze kruipt je vagina
in en dan zit ze pas goed, terug in de moederschoot, dat wil ze. Je
moet haar es een goeie rottrap verkopen, keihard aanpakken, want
daar vraagt ze toch zeker om. Als je het mij vraagt, is die Lenny
minder gek dan jij . . .'
Bas hamerde af. 'Ter zake!' riep hij.
'Ja, wat ter zake, dit is ter zake, laat Koen
die meid een tijdje overnemen. Koen heeft nog niemand en daar ziet
ze tenminste niet haar moeder in.'
Er werd instemmend geknikt. Ina wreef met een
hand over haar voorhoofd, ze kon niet meer, dat was duidelijk te
zien.
'Okee,' zei ze, 'laat Koen het maar doen, ik
zal het zelf aan Lenny zeggen ...'
'En ga jij dan verder met Pieter Juweel,' zei
Bas, 'regel met hem zo gauw mogelijk een kamer, want hij moet hier
weg vóór hij zich nestelt, zijn invloed op de anderen wordt veel te
groot. Probeer hem als het kan ook weer aan het werk te
krijgen.'
'Ha-ha-ha...,' zei Klaas, 'hij krijgt toch
zeker van de Bijstand? Waarom zou hij dan werken? Als hij te kort
komt, dan jat hij wel wat.'
'En toch moet ze het proberen,' zei Bas. 'Een
van de sociaal werkers van Humanitas kent Pieter al lang. Het gaat
pas het laatste jaar verkeerd met hem. Daarvoor had hij een meisje
en toen was er niets aan de hand. Maar dat meisje is er vandoor
gegaan met zijn beste vriend, nou ja ... en toen is de hele zaak
misgegaan. Probeer es met hem te praten, Ina.'
Ina knikte resoluut. Met Pieter Juweel zou ze
revanche nemen.
'En hoe staat het met Klaasje?' vroeg
Bas.
'Lekker,' zei Klaas, 'hij heeft weer een
zitblok afgemaakt, maar hij heeft nog steeds geen goeie moeder, hoe
moet dat nou? Hij kan toch geen zitblokken blijven maken? Ik heb
nog gevraagd bij de pleeggezinnencentrale, maar nee hoor. ..
pleeggezinnen hebben ze niet. . . We moeten zelf maar eens
adverteren . . . advertenties zetten ... in alle kranten . . . door
het hele land . . . Gevraagd: goed tehuis voor jongen, 16 jaar, met
decoratieve honderiemstriemen op zijn rug, gewend aan shag van de
weduwe van Nelle . . .'
'Schei uit,' zei Bas.
'Zo u wilt,' zei Klaas.
'Ik zal een advertentie opstellen,' zei
Tymen.
'Zo u wilt,' zei Klaas, 'dan koop ik alvast
een marmotje voor hem, want dat wil hij maar zo graag. Kan je
nagaan, hij heeft van z'n leven nog nooit geen marmotje gehad . . .
ja-ha . . . nog nooit geen marmotje . . .'
'Al bericht van het beroepskeuzebureau?'
vroeg Tymen.
'Nee hoor,' zei Klaas, 'die hebben toch zeker
de tijd? Maar misschien heeft Klaasje wel taalgevoel, of ruimtelijk
inzicht, of de hersens van Ina. Maar wat moet die jongen daar
allemaal mee, hè, want hij zuigt nog op z'n duim en hij zoekt een
goeie moeder. Ik zal toch maar eerst dat marmotje voor hem kopen .
. .'
'Gemma . . .,' zei Bas en ik kwam op de
proppen.
'Laat mij maar even begaan,' zei ik, 'ik ben
bezig met haar én Margriet houdt dat goed in de gaten.'
'Okee,' zei Bas, 'dan alleen nog maar Joop en
die zit hier ook nog te kort. De nachtploeg kan nu naar huis, de
dagploeg moet met elkaar het plan voor vandaag bespreken.'
In de duinen was het stiller dan ooit, want
het miezerde en er hing een lage nevel. We waren over het hek
geklommen tot dicht onder de dennebomen.
'Als die denneappels zo nat zijn,' zei Joop,
'dan kunnen ze straks niet branden.'
'Dan drogen we ze toch,' zei ik, 'dan ruiken
ze nog lekker ook.'
Joop lachte. 'De zak is al bijna vol... en
als straks mijn hand weer beter is . . . op therapie heb ik een
nieuwe oefening . . .'
'Hoe dan?' vroeg ik.
'Nou kijk . . . maar dan moet wel eerst mijn
mitella los . . .' Ik haalde Joops arm uit de zwarte doek, terwijl
hij op zijn knieën ging liggen.
Hij boog voorover en op zijn aanwijzingen
legde ik zijn elleboog op zijn knie, zodat zijn rechter hand schuin
naar beneden op de grond kon rusten. Met zijn gezonde hand drukte
hij op zijn rechter bovenarm en de rechter hand kwam omhoog.
Tegelijkertijd kon hij zijn vingers spreiden. Als hij zijn bovenarm
losliet, ging de hand weer omlaag en sloten zich ook de vingers.
Hij herhaalde dit een paar maal en ineens legde ik een denneappel
in zijn hand, op het moment dat de vingers zich spreidden. Bij het
dalen van de hand sloten zijn vingers zich om de appel heen. Joop
stootte een kreet uit. Tranen sprongen in zijn ogen. 'Ik voel hem .
. .,' zei hij, 'ik voel hem, ik voel hem ... ja, ik wil. ..'
Ik deed zijn arm terug in de zwarte doek. We
liepen zwijgend door met de volle zak denneappels en hij hielp me
om over het hek te komen.
'Ja, ik wil. ..' had Joop gezegd. Zo beginnen
ze in Engeland een huwelijk. Zo was Joop bereid zijn leven aan te
gaan . . .