13 december
Met Gemma zocht ik Joop op. Het was Gemma's idee om 'als die knul tóch bij ons komt' kennis te gaan maken. Ik hield de boot eerst even af en polste Joop, hoe hij er tegenover stond. 
'Ach,' zei hij, 'ze mag best komen, als ze niet wachten kan, ze is natuurlijk gewoon nieuwsgierig.'
Het contact tussen beiden liep wonderwel goed. Met een stapel Asterix onder haar arm stapte Gemma bij Joop binnen en nonchalant trok ze voor zichzelf een stoel naar hem toe. 
'Hoi,' zei ze, 'ik heb wat voor je meegebracht, hier . . . Asterix . . . Je komt vrijdag naar huis, hè, nou, dan kan je je lol op, het weekend is bij ons niet om door te komen.' 
Joop was meteen geïnteresseerd. 'Waarom? Hoezo? Wat doen jullie dan?'
Een half uur lang weidde Gemma uit over 'de regels' van het huis, die door niemand werden nageleefd, over de stafleden tot mijn verbazing hoorde ik, dat ze de controverse tussen Ina en mij al had ontdekt en de cliënten. In sappig Haags gaf ze iedereen een psychiatrisch rapportje mee, terwijl ze op uiterst geraffineerde wijze haar eigen leventje daar doorheen wist te vlechten, zodat het Joop al spoedig duidelijk was, in hoeveel kindertehuizen ze had gezeten en hoe troosteloos haar zaak op het ogenblik wel was. 
'Maar vrijdag gaan we de open haard branden,' ging ze zonder overgang verder, 'vrijdag als jij komt. Klaas heeft al blokken bij de centrale verwarming gelegd om te drogen en we hebben gisteren al proef gebrand ... de open haard in de stafkamer ... en dan gaan we zaterdag de stad in met z'n allen om posters te kopen voor de huiskamer. . . met de hele club in twee auto's, ja . . . wie er wakker is dan, hè, want Charrie zal wel weer liggen pitten.' 
Bij 'de open haard' was er een twinkeling in Joops ogen gekomen, maar toen hij hoorde, dat hij de stad in moest met 'de hele club', sloeg de schrik hem zichtbaar om het hart. 'Nee, ik niet,' zei hij, 'ik niet... ik ga niet hoor ... ik niet. ..'
'Dat hoeft ook niet,' zei ik, 'ik heb Klaas beloofd, dat ik denneappels zou gaan zoeken in de duinen. Dan kunnen we die branden in de haard. En om dat nou in m'n eentje te doen, daar zie ik niet veel in, misschien kan jij wel met me meegaan?'
Joop keek me dankbaar aan, in de stille duinen zou hij niemand tegenkomen, niemand die aan hem kon vragen: wat heb jij eigenlijk aan die arm?
Lenny had merkjes gekocht, L.C., en ze was met Ina bezig ze in haar kleren te naaien. 'Ze is zeker bang, dat wij haar kleren jatten,' riep Gemma snuivend. 'Nou, maak je maar niet druk, hoor, die vuile troep van jou, die lusten we niet eens . ..' 
Normaal gesproken zou hier een fikse herrie van zijn gekomen, maar er gebeurde niets, Lenny naaide rustig door, de goeie sfeer werd niet bedorven. Links in de huiskamer zat Ruud met Klaasje te dammen, Charrie sneed met een zakmes een gezicht in een sinaasappelschil. Gemma verveelde zich vandaar haar gevit. Ze kliederde haar koffie door een volle asbak heen en dat herinnerde me aan onze 'opdracht'. Wij zouden de rommel ter sprake brengen in onze avonddienst. Niet als 'punt', maar zo langs de neus weg. 
'O ja,' zei ik dus, 'das waar ook, kijk es in mijn tas, Gemma, ik heb foto's meegenomen, daar vroeg je toch om, foto's van mijn dochters, weetje wel?'
Ze stond meteen op en graaide in mijn tas. 'Verdomd,' zei ze, 'wat lijken die op jou . . . hé, kom es, jongens . . . foto's van Yvonne . . .'
Door die foto's zaten we ineens allemaal bij elkaar, zelfs Lenny liet haar merkjes liggen.
'En doe me een lol,' zei ik tegen Gemma, 'kijk een beetje uit voor die rotzooi daar op tafel, leg die foto's daar niet in . . .' 
'Welke rotzooi?' vroeg Gemma.
Ik wees naar de asbak met de drijvende peuken en de kleffe nattigheid daaromheen. 
'Oh, dat.. .,' zei Gemma en nonchalant trok ze het dambord er overheen, de stenen schoven van hun plaatsen en Klaasje sprong agressief overeind. 
'Stomme griet,' riep hij, 'nou is ons spel naar de bliksem.' 
'Dan begin je opnieuw.' 
'Helemaal niet. . . stomme griet.. .'
'We beginnen gewoon opnieuw,' zei Ruud rustig, hij pakte het dambord en sorteerde de stenen, 'dan kunnen we het gelijk over die rotzooi hier hebben . . . overal ligt wat, dat kan toch niet zo, dit is óns huis, ónze kamer, het is gewoon niet lekker om in zo'n troep te leven . . .'
Het was even stil. Charrie keek naar de stukjes sinaasappelschil die hij domweg op de grond had laten vallen. Gemma draaide haar hoofd om en keek een beetje onderzoekend door de kamer. Lenny staarde voor zich uit, het drong niet tot haar door, geloof ik.
Ineens werd de stilte door Klaasje verbroken. Hij sloeg het dambord van de tafel en riep: 'Dat doet zij . . . zij maakt die rotzooi hier in huis . . . stomme griet ... ik zal haar wel eens even een pak op d'r donder geven. . .' Gemma stoof gillend weg van haar stoel en Ruud kon zich nog juist op tijd boven op Klaasje werpen. Ik werd ineens doodmoe en sloot mijn ogen. Mijn God, dacht ik, dat heb ik weer mooi verkeerd aangepakt...
Omstreeks tien uur kwam een werker van Release Pieter Juweel brengen. Hij was te vies om aan te pakken en krabde zich constant op zijn hoofd, op zijn borst en tussen zijn benen. Ik kreeg al jeuk als ik naar hem keek.
Omdat Ruud Klaasje niet aan mij wilde overlaten, voerde ik het 'eerste gesprek'. De jongen van Release zei in een paar zinnen waar het om ging: 'Hij is 22 jaar, jat als de raven, geen drugs, alleen wat stikkies af en toe, de politie zoekt hem want hij heeft een geluidsinstallatie gestolen uit een school, de bekende achtergrond van kindertehuizen, wij zien het niet zitten met hem, misschien dat jullie hem voorlopig kunnen houden? Hij gaat vanzelf wel weg, denk ik . . .' 
Het eerste dat ik deed, was een handdoek en een stuk zeep halen. Schoon ondergoed vond ik ook nog ergens in een kast. Van Margriet hadden wij flesjes gekregen, waarin iets zat tegen schaamluis, de gebruiksaanwijzing las ik demonstratief hard voor. 
'Is dat voor mij?' vroeg Pieter verbaasd. 
'Ja, natuurlijk,' zei ik. 'Je denkt toch niet, dat we zin hebben om allemaal schaamluis te krijgen? Ga maar eerst onder de douche en wrijf je dan daarna goed met dit spul in.' Hij schroefde het flesje open en rook er aan. 
'Wat een lucht,' zei hij. 
'Nou, jij stinkt anders ook aardig,' zei ik. 'Als je opschiet, maak ik intussen je eten klaar.'
Ik wees hem waar de douches waren en hij stond me verbaasd na te kijken toen ik de keuken inging. Terwijl ik daar zo'n tien minuutjes bezig was, kreeg ik het voorgevoel, dat meneer Juweel helemaal niet onder de douche stond. Ik voelde me onredelijk kwaad worden en besloot een kijkje te nemen. In de doucheruimte was inderdaad niemand te zien. Ik liep de gangen door, keek in de kamers die niet op slot waren en ging tenslotte de huiskamer in, waar ik Ruud apart riep en op de hoogte stelde.
Ruud kwam meteen in actie. Hij gaf de kamer aan Ina over en inspecteerde met mij nog eenmaal het huis en de twee kelders. Geen Pieter Juweel. . . 
'Die is dus vertrokken,' zei ik. 
'Welnee,' zei Ruud, 'hij is hier vrijwillig gekomen, waarom zou hij vertrekken? Er is iets anders mee ... wacht even ... heb jij gekeken of de buitendeur gesloten is?' 
Nee, daar had ik niet aan gedacht.
De deur stond op een kier. Toen we naar buiten gingen, zagen we op de hoek van de straat een auto staan met de lichten aan. Pieter Juweel stond er bij en praatte met iemand in de auto. Ruud trok mij naar binnen en daar wachtten we af wat er gebeuren zou. Er gebeurde niets.
'We gaan naar de stafkamer,' zei Ruud, 'en doe de lichten niet aan.'
Vanuit de stafkamer konden we de zaak goed overzien. Na een paar minuten reed de auto achteruit een zijstraat in en Pieter bleef wachten bij een doos of een tas op de grond. Even later kwam er een jongen uit de zijstraat, die zich samen met Pieter over de doos boog, ze tilden hem op en sjouwden hem naar de voordeur toe.
Ruud schoot de stafkamer uit en opende behulpzaam de buitendeur. Hij maakte een overdreven gebaar van 'kom binnen' en overblufte de jongens daarmee zo, dat ze met de doos de gang in schuifelden. Ruud sloot de deur. 'Wat zit daar in?' vroeg hij.
'M'n spullen .. .,' zei Pieter verdwaasd.
Ruud scheurde ruw de doos open en het verwonderde me, dat hij geen tegenspel kreeg. 
'Zo . . .,' zei Ruud, 'een video . . . waar heb je die gejat?'
'Die heb ik niet...' Maar Pieter kreeg geen gelegenheid zijn zin af te maken. Ruud trapte 'de vriend' uit voorzorg een eind uit zijn buurt en greep Pieter bij een pols, die hij bliksemsnel een halve slag omdraaide. 'Waar heb je die gejat,' zei hij nog eens.
'Bij een school.. .,' zei Pieter.
'Dan heb je te kiezen ... ik bel nu de politie op, óf je gaat hem samen met mij terugbrengen . . . Nu . .' 
Het lag voor de hand wat hij kiezen zou. 
'En morgen sodemieter je hier op . . . wij willen mensen helpen, die geholpen willen worden, wij zijn geen helers, weet je dat...'
Pieter stond een beetje hulpeloos naar de grond te kijken, ik zag ineens dat hij zijn haren had geverfd. De vriend probeerde de deur te bereiken.
'Ja, donder maar op,' zei Ruud en hij maakte een beweging zijn kant uit om het proces te bespoedigen. De deur viel met een klap in het slot.
'En nou mee jij . . .,' zei Ruud. 'Pak die doos, we gaan hem gelijk wegbrengen ... en als we terug zijn straks, dan doe je precies wat zij zegt: onder de douche en je inwrijven met dat spul... en nu ga je achter me in de auto zitten, zover mogelijk van me vandaan, want ik heb geen zin om die rotzooi van je over te krijgen . . .'