56
KAMAL GLIMLACHTE. ‘DAAR ZIJN WE WEER.’ ZIJN BLIK BLEEF RUSTEN op het gouden beeldje dat glansde in het zachte maanlicht. Hij liep erheen en raapte het met een triomfantelijke blik op. ‘Je lijkt me altijd een stap voor te zijn,’ grinnikte hij. ‘En je hebt een heleboel van mijn mannen gedood. Een waardig tegenstander. Daarvan zijn er niet genoeg op deze wereld.’ Hij wees naar het lijk van Kirby. ‘Daarom wilde ik niet dat hij je doodde. Ik wilde dat genoegen voor mezelf reserveren.’
‘Ik ben diep vereerd,’ zei Ben.
Kamal pakte het beeldje stevig vast. ‘Maar eerst wijs je me waar je dit hebt gevonden.’
‘Maar ik ga er hoe dan ook aan?’ zei Ben. ‘Denk er nog maar eens goed over na, als je wilt dat ik je help.’
‘Er zijn verschillende manieren van doodgaan,’ zei Kamal. ‘Sommige genadig, sommige minder genadig. Ik denk dat we elkaar begrijpen?’
Ben antwoordde niet. Het was geen moeilijke keus. Een langzame, gruwelijke dood nu of een kans om tijd te winnen en over zijn volgende zet na te denken. Hij had weinig tijd nodig om te beslissen.
‘Oké, Kamal. Ik zal je naar de schat brengen.’
Kamal stak zijn hand uit en een van zijn mannen gaf hem enkele zwarte, buisvormige Maglite-zaklampen. Hij wierp er Ben een toe. ‘Jij gaat voorop. Emad, jij als tweede, en hou die hoerenzoon in de gaten. Fekri, jij volgt mij.’
Ben stapte over Kirby’s lichaam heen. Het maanlicht weerkaatste in de bloedplas op de bodem van de grot. Hij keerde terug zoals hij gekomen was, door de schacht, met de Maglite voor zich uit schijnend. De terrorist die Emad heette liep met zijn aks achter Ben. Hij was een jaar of dertig en zag er gespierd en prikkelbaar uit. Kamal liep achter hem en de kleinere, donkerder man die Fekri heette, vormde de achterhoede.
Ze liepen. De felle witte straal van de zaklamp toonde elke scheur en kloof. De harde loop van het aanvalsgeweer porde in Bens lenden.
Achter hem galmde de stem van Kamal door de tunnel. ‘Als je maar weet dat jullie westerse wereld voorgoed zal veranderen als ik die schat heb. Mijn plannen zijn compleet.’
‘Gewoon terrorisme wordt je dus een beetje te warm en te knus. Het vermoorden van treinpassagiers een beetje afgezaagd. Je wilt overstappen op iets groters.’
‘Jij zult geen getuige zijn van wat ik kan,’ antwoordde Kamal, ‘maar veel anderen wel, en heel binnenkort.’
‘Het is veel geld om aan kalasjnikovs en semtex te besteden,’ zei Ben. ‘Maar denk je echt dat het de wereld zal veranderen? Denk je niet dat ze je te pakken zullen krijgen, zoals alle anderen?’
‘Kalasjnikovs en semtex zijn kinderspeelgoed,’ zei Kamal. ‘Ik heb iets anders in gedachten.’
‘En je popelt om het me te vertellen.’
Kamal slaakte een korte, vreugdeloze lach. ‘Wat denk je van de totale verwoesting van vijf grote westerse steden?’
Hij noemde ze. En beschreef daarna hoe hij het zou doen.
Bens stap aarzelde. Hij antwoordde niet.
Kamal klonk vergenoegd. ‘Eindelijk. Je begint te beseffen met wie je te maken hebt.’
‘Het lukt je nooit, Kamal.’
‘Nee? En waarom niet? Je denkt toch niet dat je westerse veiligheidsdiensten het kunnen verhinderen?
‘Nee,’ zei Ben. ‘Ik denk niet dat ze dat kunnen. Het zal je niet lukken omdat ik je zal tegenhouden. Je zult de grootste schurk van het kerkhof zijn. Verder zul je niet komen. Geloof me.’
‘Mooie toespraak,’ zei Kamal. ‘Heel vaderlandslievend.’
‘Ik ben niet geïnteresseerd in vaderlandsliefde,’ zei Ben. ‘Ik vecht niet voor een vlag. Ik geef niet om olie of economie of politiek, of om de smerige spelletjes die overtuigde gangsters een excuus geven om andermans land te bombarderen en dat gerechtigheid te noemen. Ik heb ooit bij die hypocrieten gehoord en ik ben ermee gestopt. Maar dat betekent niet dat ik een gestoorde rat zoals jij miljoenen onschuldige mensen laat vermoorden.’
‘Ik zou je nu kunnen doden,’ zei Kamal. ‘Alleen al omdat je zo tegen me praat.’
‘Dan zou je nooit de weg door de doolhof van tunnels daar beneden vinden,’ antwoordde Ben. ‘Er zijn wel honderd verborgen schachten en even veel valse doorgangen.’ Het was bluf, maar hij moest zoveel mogelijk tijd zien te winnen om een uitweg te verzinnen. Je zou jarenlang moeten zoeken. Dood me en je kunt je kleine privé-jihad wel vergeten.’
Kamals stem klonk gespannen van woede. ‘Val dood. Loop door.’
‘Je bent bang, hè? Doodsbang dat je daar beneden niets zult vinden. Je weet dat het soort mensen van wie je die kernkoppen koopt het niet zal pikken als je niet met geld komt. Je dacht dat je de hardste, gemeenste knaap ter wereld was. Maar nu heb je een deal met de duivel gesloten en pis je in je broek.’
Kamal wilde antwoorden toen er opnieuw een gerommel door de rotsen om hen heen trok. Een scheurend kraken galmde door de schacht. Bij het schijnsel van de zaklamp zag Ben een scheur zo breed als een flinke duim ontstaan. Poeder en stof vielen van het plafond, gevolgd door een stroom kleine stenen die vóór hen een stapel vormden.
‘Wat was dat?’ vroeg Kamal, wiens felle zelfverzekerdheid hem even in de steek liet.
‘Iets wat ik vergat te zeggen,’ zei Ben over zijn schouder terwijl hij doorliep en stenen wegschopte. ‘De tunnels zijn instabiel aan het worden. Je schat is zojuist iets verder weggegleden.’ Ditmaal was het geen bluf.
Kamal herstelde zich snel en lachte sinister. ‘Dan hebben we geen tijd te verliezen. Sneller.’
Emad porde Ben met het geweer in zijn rug en duwde hem verder. Toen ze om de bocht kwamen, opende de gigantische grot zich voor hen uit en de touwbrug verscheen in de lichtbundels.
‘Doorlopen,’ zei Kamal.
Opnieuw vielen er stof en stenen om hen heen. Het werd steeds erger. Overal ontstonden scheuren, die langzaam breder werden. De bergkam verkruimelde, met hen erin.
Opnieuw een pijnlijke por met de aks en Ben stapte op de brug. ‘Ik weet niet of vier mensen veilig kunnen oversteken,’ zei hij naar waarheid.
‘Lopen.’
Ben liep door. De brug trilde en kraakte onder het extra gewicht toen Emad en daarna Kamal en Fekri volgden. Ben hield zijn adem in en bleef in beweging. De lichtbundels dansten en sprongen voor hem uit en wierpen lange stroken licht in het donker.
Hangend boven een bodemloze afgrond vol pieken, ver in de minderheid, ongewapend en met een geweer in zijn rug, geen kans op ontsnapping en verwikkeld in een race tegen de klok; hij wist zeker dat hij neteliger situaties had meegemaakt, maar hij zou echt niet weten wanneer.
Juist op dat moment werd het nog een graadje erger. Hoog boven hen klonk een schurend kraken en een reusachtig donker ding viel door de lichtbundel vóór hem.
Het was een vallende stalactiet, een massieve rotspiek zo dik als een eik en twee keer zo lang als een grote man. Hij viel rakelings langs de brug. Enkele seconden later raakte hij de stalagmieten onder hen met een dreunende klap die de rots deed schudden en de brug angstwekkend deed slingeren. Ben greep de touwen aan weerszijden beet en wist met moeite overeind te blijven. Fekri vloekte in het Arabisch. Zijn stem klonk gespannen en angstig.
Toen gebeurde het opnieuw. Een rotsblok zo groot als een auto kwam nog geen drie meter van de plek waar Ben stond neer en hij voelde de luchtstoot. Opnieuw een dreunende klap toen het in een miljoen stukken brak op de pieken beneden. Kleinere rotsblokken regenden neer. Een steen zo groot als een kanonskogel kwam met geweld neer uit het donker boven hen en sloeg tussen Ben en Emad dwars door de houten latten van de brug. Emad verloor zijn evenwicht en liet zijn wapen bijna vallen toen hij overeind probeerde te blijven.
Ben voelde de trilling van de klap onder zijn voeten door de hele brug lopen. Hij keek omlaag en zag in het zwakke licht dat een van de eeuwenoude kabels begon te rafelen. De buitenste strengen knapten, draaiden langzaam rond en lieten los. Toen de volgende laag, en de volgende.
Op dat moment wist hij dat ze de overkant niet zouden halen.
Krak.
Ze keken op.
Fekri gilde.
Er had opnieuw een enorme stalactiet losgelaten, die nu recht op hen af suisde. Ben zag de scherpe punt snel groter worden toen hij als een speer omlaag kwam. In de fractie van een seconde voordat hij de brug raakte stopte hij de Maglite achter zijn riem, sloeg zijn arm door de zijkant van de touwbrug en klampte zich vast.
Fekri staarde met open mond naar boven toen de enorme piek hem recht in zijn gezicht trof. Hij sloeg zijn jukbeen weg, drong als een lans in zijn lichaam en scheurde hem in twee stukken.
Toen brak de piek dwars door de brug heen en sneed hem als een draad doormidden.
Ben viel. De wind bulderde in zijn oren toen hij omlaag zeilde. Hij had het touw in een houdgreep. Er was geen tijd om te bidden of zelfs maar te denken. Er klonk een oorverdovende klap toen de doormidden gesneden brug slingerend omlaag kwam en tegen de wand van de afgrond knalde. Ben kon enkele ogenblikken geen adem krijgen en het enige wat hij kon doen, was zich vastklampen. Hij knipperde met zijn ogen van de pijn die door zijn hele lichaam schoot.
Aan één hand hangend trok hij de zaklamp achter zijn riem vandaan en scheen naar boven. De gebroken brug was veranderd in een wild zwaaiende touwladder, waar hij aan bungelde als een vlieg in een web.
Hij scheen omlaag en zijn hart sloeg over.
Kamals grauwende gezicht keek naar hem op. De terrorist was erin geslaagd zich vast te klampen en klom naar hem toe. Tussen hen hing Emad slap aan de touwen. De klap had zijn schedel verbrijzeld. Zijn wapen was in de afgrond gevallen.
Kamal hing aan één hand terwijl hij de riem van de dode man beetpakte en hem met geweld van de touwen sleurde. Het lijk tuimelde het donker in. Een gekraak toen zijn val werd gestuit door de punt van een stalagmiet.
Kamals tanden blikkerden van haat terwijl hij snel naar boven bleef klimmen. Zijn handen schoten op en neer als zuigerstangen, de een na de ander. Hij graaide naar Bens enkel. Ben schopte naar zijn gezicht, maar Kamal ontweek de trap. Zijn hand ging naar zijn riem en kwam tevoorschijn met een dolk. Hij haalde uit naar Bens benen. Ben trok zijn knieën net op tijd op om het lemmet te ontwijken, haalde opnieuw uit en raakte Kamals schouder, zodat deze enkele sporten omlaag gleed. De terrorist krijste van woede en pijn. Het lemmet van de dolk glinsterde toen hij hem omdraaide in zijn hand en de punt tussen wijsvinger en duim nam. Hij bracht zijn arm naar achter en wierp hem recht op Ben af.
De dolk wentelde door de lucht. Als hij een horizontale baan had gevolgd, zou hij met een dodelijke klap doel hebben getroff en, maar door de bijna verticale baan verloor hij het grootste deel van zijn kinetische energie en Ben kon zich nog net op tijd wegdraaien. De scherpe punt sloeg drie centimeter van zijn hoofd vonkend tegen de rots en toen viel de dolk draaiend het donker in. Kamal kwam stompend en stotend dichterbij. Ben haalde uit met de Maglite en raakte zijn arm. Kamal slaakte een kreet. Bleef vechten als een wild dier. Ze slingerden woest heen en weer boven de afgrond.
Op dat moment begaven de touwen het met veel gekraak.
Ze tuimelden omlaag, aaneengeklonken, en de wind bulderde in hun oren.
Twee seconden vrije val. Drie. Vier. Toen opnieuw een daverende klap toen Ben tegen een stalactiet sloeg en op een haar na werd gespiest. Hij gleed bonkend omlaag. Ruw gesteente scheurde zijn vlees open. Kamal had hem nog steeds vast en hij bleef stompen en stoten terwijl ze vielen.
Ze raakten de bodem.
En verdwenen met een verlammende plons onder water. Verdoofd door de klap voelde Ben zijn lichaam slap worden. Maar na de eerste gulp koud water kwam hij weer bij en begon voor zijn leven te zwemmen. Belletjes stegen op uit zijn longen toen hij even in paniek raakte in het donker en niet wist waar boven en waar beneden was. Toen merkte hij dat hij de kostbare zaklamp nog steeds in zijn hand had. De lichtbundel sneed door het water en vond het oppervlak. Hij schopte hard en liet zijn adem hijgend ontsnappen toen zijn hoofd en schouders door de waterspiegel braken.
Ben zag dat Kamal niet ver van hem vandaan boven water kwam en naar hem toe zwom. Zijn handen sloten zich om Bens keel. Wild watertrappend haalde Ben uit met de zaklamp en voelde dat hij iets raakte. Hoorde een gekreun van pijn. Hij sloeg nogmaals, harder.
Nu voerde de stroming hen snel mee en ze moesten elkaar loslaten terwijl ze vochten om boven water te blijven. Een zoveelste rotsblok viel met een geweldige plons vlakbij in het water en veroorzaakte een verstikkende wolk waterdruppels. Ben hoestte en knipperde met zijn ogen terwijl hij wanhopig in het rond maaide tegen de krachtige stroom. Hij voelde het schuren van rotsblokken toen het bruisende water hem door een smalle opening zoog en door een andere tunnel. Hij ging enkele seconden kopje onder, kwam sputterend weer boven en scheen met de Maglite om zich heen.
Toen kwam Kamal weer woest zwemmend op hem af. Er glinsterde iets goudkleurigs in de hand van de terrorist, dat naar beneden kwam en Bens schouder raakte. Een centimeter verder naar rechts en het zou zijn jukbeen hebben verbrijzeld. Kamal hief het wapen opnieuw. Het was het gouden beeldje van een valk. Ben pareerde de slag, wrong het kostbare voorwerp uit Kamals hand en ramde het hard tegen zijn ribbenkast. Kamal viel hijgend achterover.
De stroming was nu gevaarlijk snel en dreigde Ben onder water te sleuren; draaikolken trokken aan zijn benen als de handen van waterdemonen die hem wilden verdrinken. Hij schopte ernaar met alle kracht die hij nog in zich had, maar met twee handen vol was het bijna onmogelijk te zwemmen. Hij durfde de zaklamp niet los te laten en hij wilde het gouden beeldje niet opgeven. Het was het bewijs dat hij nodig had om Zara te redden; het betekende alles.
Net toen hij dacht dat hij onder water zou verdwijnen, voelde hij onder zich het harde oppervlak van een rots. Hij klampte zich eraan vast en trok zich, hijgend en water ophoestend, naar boven. Hij hurkte op de rots terwijl de ondergrondse stromingen overal om hem heen schuimden en scheen met de lamp om zich heen. Zag Kamals spartelende lichaam langs de rots drijven. De ogen van de terrorist waren groot van afgrijzen toen hij zich aan het gladde gesteente probeerde vast te grijpen. Maar het water was te sterk. Het voerde hem mee.
Ben zag waar hij naartoe ging. Dit waren geen gewone stroomversnellingen. De ondergrondse rivier zwol aan tot een reusachtige draaikolk, zes meter in doorsnede, een steile val van miljoenen tonnen water die door de maalstroom donderden en recht omlaag de aarde in.
Voor zijn ogen bereikte Kamal de rand van de draaikolk, een nietige, dobberende gestalte in het donkere water. Schuim kolkte rond de rotsen. Waar de rivier er al miljoenen jaren langs had gestroomd, waren ze glad en rond. Maar de stukken rots die boven het water uitstaken, waren kartelig en scherp, als vuursteen. Kamals lichaam werd er door de furieuze stroom tegenaan gesmeten. Zijn mond ging open in een kreet die werd overstemd door het bulderende water. Hij dreef erlangs. Stootte tegen een andere en nu zat er bloed op zijn gezicht en zijn ontblote tanden waren rood. De stroom sleurde hem mee, tollend en draaiend, steeds sneller. Hij sloeg opnieuw tegen een rots, en nogmaals, en nu gilde Kamal niet meer. Zijn armen hingen slap terwijl het water hem heen en weer slingerde en opnieuw tegen een scherpe rots smeet. Het schuim kolkte roze om hem heen.
Het gebroken lichaam van de terrorist schoot de draaikolk in. Ben ving een laatste glimp op van zijn gezicht toen het kolkende water hem meesleurde naar het verdwijngat. Toen was hij weg.
Het was veel, heel veel later toen Ben eindelijk de laatste paar meters naar de opening van de grot strompelde. Omlijst door de gekartelde boog stonden de maan en de sterren waarvan hij serieus had gedacht dat hij ze nooit meer zou zien.
Hij viel uitgeput op handen en knieën, en liet bloederige afdrukken op de rots achter van de honderden snijwonden die kriskras over zijn handpalmen liepen na de eindeloze terugreis door de tunnel van de rivier. Hij was de tel kwijtgeraakt van het aantal keren dat de bruisende stroming hem weer bijna had meegesleurd. Daarna de afmattende, dodelijke beklimming van de wand van de kamer van Sobek. Elke spier van zijn lichaam gilde om rust, maar hij moest doorgaan.
Hij kwam wankelend overeind en strompelde naar buiten, de nacht in. Hij liet zijn blik even rusten op het lichaam van Lawrence Kirby en liep toen door. Bij de ingang van de grot, verborgen in de schaduwen, vond hij zijn telefoon en zijn pistool waar hij ze eerder had neergelegd. Hij stopte het wapen weer achter zijn broeksband en de telefoon in zijn zak en dacht aan het kostbare bewijsmateriaal dat erin was opgeslagen. Hij keek in het maanlicht naar het glanzende beeldje dat schuin achter zijn riem zat. Liet zijn vingers over het gladde goud glijden.
Nu hoefde hij alleen nog maar te zorgen dat hij levend uit de woestijn en over de grens met Egypte kwam en dan naar een plek te gaan waar hij Harry Paxton kon bellen. Hij had er twee dagen tijd voor.
Vermoeid daalde hij de helling vanaf de grot af en liep het maanverlichte ravijn in. Hij passeerde de donkere gestalten van de dode motorrijders en de smeulende massa van de verwoeste tank. Bij elke stap kromp hij ineen bij de gedachte dat er nog meer niet-geëxplodeerde mijnen onder het zand konden liggen, wachtend tot hij erop trapte.
Een paar meter verder bleef hij staan en keek vol spijt naar het geplette wrak van de Toyota.
Maar net om de bocht stuitte hij op wat hij had gehoopt te vinden. Kamals zwarte Nissan Patrol blonk mat in het licht van de sterren. Ben rende erheen, rukte het portier open en begon bijna te lachen toen hij de sleutel in het contactslot zag. Achterin vond hij veldfl essen water, proviand, gereedschap en reservewielen. De stalen jerrycans klotsten toen hij ermee schudde. Hij schatte dat er net genoeg brandstof was om zijn doel te bereiken.
Hij hees zichzelf achter het stuur en dronk gretig uit een van de veldflessen. Hij leunde even naar achteren, sloot zijn ogen en liet de opluchting over zich heen spoelen. Toen draaide hij zich langzaam om en zag wat er in de kuip voor de passagiersstoel lag.
‘Mijn oude tas,’ zei hij hardop.