28

BEN KON ZIJN OGEN NIET GELOVEN. VERBIJSTERD SCHUDDE HIJ ZIJN hoofd.

‘We moeten praten,’ zei Kim Valentine nogmaals. ‘Er zijn dingen die je moet weten.’

Hij staarde slechts, zei niets.

‘Ik weet dat het als een verrassing komt,’ zei ze. ‘Maar het is ontzettend belangrijk dat je luistert naar wat ik je te zeggen heb.’

‘Waar gaat het over, Kerry? Of Kim, of hoe je vandaag ook mag heten.’

‘Vergeet Kerry. Kerry heeft nooit bestaan.’

‘Dat betekent dat je me erin hebt geluisd,’ zei hij. ‘Dat hele gedoe op het strand was nep.’ Nu begreep hij waarom hij haar niet had kunnen vinden in het hotel. ‘Waarom heb je dat gedaan?’

‘Daar wil ik het met je over hebben.’

‘Dan kun je beter maar meteen beginnen.’

Ze schudde haar hoofd. ‘Het is ingewikkeld. We kunnen elkaar beter persoonlijk ontmoeten. Onder vier ogen.’

‘Als je onder vier ogen met me wilt praten, kom dan hierheen en verklaar je nader. Ik ga niet helemaal naar San Remo terug.’

Ze schudde haar hoofd. ‘We zijn niet meer in Italië. We zijn in Parijs.’

‘Waarom Parijs?’

‘Dat heeft zo zijn redenen.’

‘Wie zijn we?’

‘Mijn medewerkers. Je hebt ze al ontmoet. Een ervan draagt nog steeds de nekkraag die je hem hebt bezorgd.’

‘Ik had zijn nek moeten breken,’ zei Ben. ‘Misschien alsnog.’

‘Je zult er anders over denken als je hoort wat ik te zeggen heb,’ antwoordde ze. ‘Dus, wil je ons ontmoeten? Ik garandeer je dat je er geen spijt van zult hebben.’

Ben aarzelde. ‘Je hebt me al eens bedonderd. Waarom zou het nu anders zijn?’

‘Het spijt me dat het zo moest gaan, maar ik had geen keus.’

‘Ik wel,’ zei hij. ‘Ik kan dit gesprek nu meteen beëindigen.’ Hij schakelde de telefoon uit en het scherm werd leeg.

‘Wat was dát allemaal?’ vroeg Jeff toen Ben door het kantoor begon te ijsberen. Ben antwoordde niet. Hij bleef staan en keek naar de telefoon in zijn hand. Hij moest meer weten.

Hij belde terug.

Ze nam meteen op. ‘Ik wist dat je zou terugbellen.’ Er lag iets van opluchting in haar stem, en van triomf.

‘Goed. Ik luister.’

‘Hoe snel kun je in Parijs zijn?’

Hij keek op zijn horloge. Het liep tegen de middag. ‘Ik kan er vanmiddag zijn. Over een uur of drie.’

‘Bel me als je aankomt. Ik zal je het adres geven waar je naartoe moet.’

‘Dan zie ik je later, Valentine.’ Ben beëindigde het gesprek en schudde zijn hoofd alsof hij het helder wilde maken. Hij slaakte een diepe zucht.

‘Weer weg?’ zei Jeff. ‘Nog meer reizen?’

‘Ik ben zo weer terug.’

Jeff glimlachte lankmoedig. ‘Maak je geen zorgen. Ik red me wel.’

Ze draaiden zich om toen de deur openging en Brooke binnenkwam. Haar gezicht stond ernstig en ze droeg dezelfde zwarte spijkerbroek en het groene legerjack als toen Ben haar van de luchthaven had gehaald. De weekendtas in haar hand was zo te zien vol. Ze liet hem op de grond aan haar voeten vallen. ‘Ik ga,’ kondigde ze aan.

Ben meende een zekere koelheid in haar stem te horen. ‘Ik dacht dat je nog een paar dagen bleef,’ zei hij.

‘Ik heb wat te doen in Londen. Ik kan beter teruggaan.’

Hij haalde zijn schouders op. Een discussie leek weinig zin te hebben. ‘Ik vertrek over een paar minuten naar Parijs. Ik kan je onderweg afzetten op de luchthaven.’

Ze trok een wenkbrauw op. ‘Parijs?’ herhaalde ze vinnig. ‘Heb je een afspraakje met iemand?’

‘Ja, maar niet met wie jij denkt.’

‘Maar goed, ik heb geen lift nodig. Ik heb al een taxi besteld. Hij kan er elk moment zijn.’

‘Bedankt voor het gesprek, Brooke.’ Ben klopte haar op de schouder. Maar er was iets aan de hand. Hij voelde dat ze verstrakte en ze deinsde terug.

‘Veel plezier in Parijs,’ zei ze stijfj es.

‘Het is niet bepaald een plezierreis.’

‘Ook goed.’ Ze keek op haar horloge. ‘Ik denk dat ik maar naar de poort loop om de taxi op te vangen. Tot volgende week, Jeff.’ Ze pakte haar tas.

‘Ik kijk ernaar uit,’ antwoordde Jeff. ‘Veilige thuisreis.’

Toen was Brooke weg. Ben keek haar na door het raam toen ze met haar weekendtas om haar schouder over het erf liep. ‘Er is iets met haar,’ mompelde hij. ‘Ik weet niet wat.’

‘Weet je dat niet?’ zei Jeff met een grijns.

Ben draaide zich naar hem om. ‘Wat?’

‘Kom nou, man. Ben je blind of gewoon stom?’

‘Wat bedoel je?’

‘Je ziet het echt niet, hè? Ze is stapelverliefd op je.’

‘Doe niet zo idioot. Je kent Brooke. Ze flirt en plaagt graag. Ze bedoelt er echt niets mee.’

‘Met mij flirt ze niet,’ zei Jeff. ‘Ik zou wel willen.’

‘Je lult. Zij en ik zijn gewoon vrienden.’

Jeff leunde naar achteren en vouwde zijn handen achter zijn hoofd. ‘Wat je zegt, Jeff. Wat je zegt.’