33
Parijs
HET WAS ELF UUR GEWEEST TEGEN DE TIJD DAT BEN EN ZARA EEN RUSTIG restaurant vonden in een klinkerstraatje in het Quartier Latin en aan een intieme, door kaarsen verlichte tafel in de hoek van een glas gekoelde Moët nipten.
Als hij Zara aankeek voelde Ben een vlaag van gemengde emoties. Hij wist dat hij verteerd zou moeten worden door woede nu hij wist wat Harry Paxton had gedaan. Maar ergens onder al die gevoelens van woede, wraakzucht en verraad die de kop op hadden gestoken toen hij Valentines onthullingen aanhoorde, begon er een vreemde, nieuwe sensatie in hem op te flakkeren.
Het was een gevoel van vrijheid. Onvoorstelbare, naar het hoofd stijgende, roesverwekkende vrijheid. Nu hij zich niet langer gebonden achtte door morele verplichtingen en de oude schuld van dankbaarheid jegens Paxton die hij veel te lang had gekoesterd, was het alsof zich een volmaakt nieuwe toekomst voor hem had geopend.
Het deed hem denken aan iets anders wat Brooke had gezegd. Volg je hart. Nu kon hij dat eindelijk.
‘Waar denk je aan?’ Zara stak haar hand uit en pakte de zijne.
‘Sorry, ik was kilometers ver weg.’
‘Vertel me over je huis,’ zei ze.
‘Je zult het gauw genoeg zien.’
‘Beschrijf het voor me.’
Hij glimlachte. Zijn duim streelde de rug van haar hand terwijl hij sprak. ‘Het is er prachtig. In deze tijd van het jaar staan de bossen vol bloemen. Alles bot uit. De lucht is bezwangerd van wilde tijm, rozemarijn en lavendel en’s nachts zijn de sterren zo helder dat je het gevoel hebt dat je ze bijna kunt aanraken.’
Haar ogen sprankelden in het kaarslicht. ‘En het huis?’
‘Het is een traditionele achttiende-eeuwse plattelandswoning. Groot oud gebouw, stenen vloeren, wijnkelder, dat soort dingen. Heel anders dan de Scimitar.’
‘Ik kan niet wachten tot ik er ben.’
‘Ik hoop dat je er een tijd wilt blijven,’ zei hij voorzichtig.
Ze kneep harder in zijn hand. ‘Ik weet zeker dat ik er heel lang zal willen blijven, Ben. Ik wil alleen maar bij jou zijn.’
Na het eten liepen ze de straat op, intiem, hand in hand. Ben riep een taxi aan. ‘Het Ritz,’ zei hij tegen de chauffeur terwijl ze plaatsnamen op de achterbank.’
‘Het Ritz. We hebben al gegeten,’ giechelde ze.
‘Ik bedoel het hotel. Ik dacht dat je vannacht misschien in een goed hotel wilde logeren.’
‘Maar heb je hier dan geen huis?’
Hij glimlachte gegeneerd. ‘Ik dacht ook dat het Ritz meer zou lijken op wat je gewend bent.’
Ze fronste even haar wenkbrauwen. ‘Zie je me zo? Ik heb niet altijd op dure jachten gewoond. Je moest eens weten waar ik ben opgegroeid.’
‘Ten tweede –’ begon hij.
‘Ik weet wat je wilt zeggen.’
‘O ja?’
‘Ja. En het antwoord is dat ik de nacht met je wil doorbrengen.’ Ze streelde zijn hand. ‘De hele nacht. Bij jou thuis. Ik wil geen chic hotel. Ik wil alleen jou.’
Ben gaf de chauffeur het adres en de taxi reed weg. De lichten van de stad gleden voorbij, maar ze hadden meer aandacht voor elkaar. Ze praatten zacht, lachten, raakten elkaar aan. Enkele minuten later stopte de taxi in de straat bij de ingang naar de ondergrondse parkeergarage.
‘Waar is die flat van je?’ vroeg Zara, en ze keek om zich heen terwijl de taxi wegreed.
‘Kom maar mee.’ Hij leidde haar door de klinkersteeg en door een zijdeur naar de donkere, galmende parkeergarage.
‘Waar gaan we naartoe?’ giechelde ze.
‘Dat zie je vanzelf.’ Hij nam haar hand en ze volgde hem naar de betonnen trap die naar de gepantserde deur leidde. Hij toetste de code in. ‘Onthou dit nummer,’ zei hij terwijl de deur openzwaaide.
‘Wauw. Over veilig gesproken. Heb je dit van een cliënt gekregen? Wat was het voor iemand, een maffi afi guur?’
‘Warm. Hij was minister. In elk geval, je zult hier tamelijk veilig zijn.’
‘Met jou zou ik me overal veilig voelen.’
Ze gingen naar binnen en hij deed de zware deur achter hen op slot.
‘Eindelijk alleen,’ zei ze terwijl ze zijn handen pakte.
‘Iets drinken?’
‘Later.’ Ze kuste hem. ‘Is dat de deur van de slaapkamer?’
Hij knikte.
Ze liep ernaartoe en trok hem mee, duwde de deur met haar rug open en leidde hem naar binnen. Ze ging op het bed liggen en trok hem boven op haar.
‘Ik kan niet geloven dat dit echt is,’ prevelde ze in zijn oor.
De volgende ochtend werd hij gewekt door binnenvallend zonlicht. Hij bewoog en draaide zich om op de gekreukte lakens. Knipperde enkele keren met zijn ogen en glimlachte toen hij zich herinnerde wat er gebeurd was.
Slaperig stak hij zijn arm uit en zijn hand raakte het kussen naast het zijne. Zara was er niet.
Hij hoorde haar rondstommelen in de fl at en keek op zijn horloge. Bijna acht uur. Tijd om in actie te komen, als ze rond lunchtijd in Le Val wilden zijn. Hij wilde zich juist uit het bed hijsen toen de deur openging en Zara de slaapkamer binnenkwam. Ze was aangekleed en trok net haar jack aan. Ze boog zich over hem heen en kuste hem. ‘Je hebt geslapen als een roos.’
‘Ga je ergens heen?’ vroeg hij.
‘Er is niets voor het ontbijt. Ik ga naar de patisserie verderop in de straat om wat croissants te halen.’
‘We kunnen onderweg iets eten.’
‘Kom, laat me nou. Ik wil een lekker ontbijt voor je maken voordat we vertrekken.’
‘Maar –’
‘Geen gemaar. Ik maak een ontbijt voor je en daarmee uit. Rust nog even uit. Ik ben zo weer terug.’ Ze draaide zich om en wilde de kamer uit lopen, maar aarzelde bij de deur. Ze liep terug naar het bed, boog zich over hem heen en kuste hem lang en teder. ‘Ik hou van je,’ fluisterde ze in zijn oor.
Toen ze weg was dommelde Ben in. Na een poos opende hij zijn ogen en ging rechtop zitten. Het was net halfnegen geweest. Ontspannener dan hij zich in lange tijd had gevoeld stond hij op en liep naar de douche. Hij trok zijn reservespijkerbroek aan, een wit t-shirt en een grijze trui met v-hals uit zijn weekendtas.
Opeens drong het tot hem door dat Zara al tamelijk lang weg was. Was het zo druk bij de bakker? Of misschien was ze de combinatie van de veiligheidsdeur vergeten. Hij ging erheen om het te checken, min of meer in de verwachting dat ze voor de deur zou staan met een verontschuldigende grijns en een bruine papieren zak vol croissants. Maar de gang was verlaten.
Verbaasd ging hij weer naar binnen.
Toen zag hij het opgevouwen papiertje op de keukentafel. Hij griste het naar zich toe en las:
Ben,
Ik weet dat je boos op me zult zijn, maar ik móét terug om Kim
en de anderen te helpen. Het is het beste wat ik kan doen. Ik wist
dat je me niet zou laten gaan, tenzij ik wegglipte. Wees alsjeblieft
niet boos op me…
Ik hou van je. We zullen gauw weer samen zijn, dat beloof ik.
Het komt allemaal goed en maak je geen zorgen om mij. Ik kan
op mezelf passen.
xxx
Z.
Hij stampte rond door de flat, woedend op zichzelf omdat hij dit had laten gebeuren. Nog woedender op Kim Valentine omdat ze Zara ertoe had overgehaald haar leven op het spel te zetten. Valentine en haar collega’s hadden beter moeten weten, na wat er met Linda Downey was gebeurd. Hij dacht aan de foto van de verminkte agent en huiverde.
Hij pakte zijn telefoon en wilde Valentines nummer al intoetsen, toen hij zich bedacht. Hij zou erheen gaan, Zara tot rede brengen en haar meenemen. En daarna zoals gepland naar Le Val rijden.
Haastig verzamelde hij de paar dingen die hij had meegebracht en stopte ze in zijn weekendtas. Het pistool lag nog onder de stoel waar hij het de vorige avond nonchalant onder had gegooid. Hij raapte het op en stopte het eveneens in de tas, deed de flat op slot en rende de trap af naar de Mini. Het piepen van banden galmde door de betonnen ruimte toen hij slippend de parkeergarage verliet, de oprit nam en de straat op scheurde.
Hij jakkerde door Parijs tot hij in een enorme verkeersopstopping terechtkwam, veroorzaakt door een gekantelde bestelbus die een grote verkeersader blokkeerde. Ben trommelde met zijn vingers op het stuur en vloekte binnensmonds terwijl de boze Parijse chauff eurs oorverdovend claxonneerden. Toen maakte de politie de weg vrij; de chaos loste op en vijftien minuten later was hij weer op weg.
Het was bijna tien uur toen hij slippend tot stilstand kwam voor het huis in de voorstad. Hij beende naar de voordeur en bonsde erop om te worden binnengelaten.
De deur zwaaide vanzelf open. Hij liep naar binnen. Ze verwachtten hem zeker, dacht hij. Maar raar dat ze de deur open hadden gelaten. Onvoorzichtig. ‘Zara?’ riep hij in de gang. ‘Ik ben het.’
Geen antwoord. ‘Valentine? Waar ben je? We moeten praten.’
Hij bereikte de deur aan het eind van de gang. Die stond op een kier van een centimeter of twee. Binnen was niets te horen. Hij maakte zich zorgen. Waren ze al vertrokken? Was Zara al onderweg naar San Remo? Dan was hij te laat. Die verrekte verkeersopstopping!
Hij zette zijn hand tegen de deur en duwde hem open. De scharnieren piepten en hij stapte naar binnen.
De jaloezieën waren neergelaten en de kamer was donker. Hij voelde iets vreemds onder zijn voeten, alsof iemand heel veel water had gemorst of alsof er een overstroming was geweest. Hij voelde iets zompigs toen hij verder de kamer in stapte en naar de schakelaar aan de muur tastte.
Die geur. Scherp en kenmerkend, en hij deed hem ergens aan denken. Niet veel goeds.
Zijn vingers vonden de schakelaar en hij zette hem om.
Hij deinsde terug naar de deuropening door wat hij voor zich zag.