2.15 Nederlandse leenwoorden die niet afkomstig zijn van immigranten

De hierboven genoemde woorden zijn telkens overgenomen van Nederlandse immigranten en ze tonen de taalkundige invloed van deze immigranten op het Amerikaanse continent. In de twintigste eeuw en vooral na de Tweede Wereldoorlog zijn er ook Nederlandse woorden terechtgekomen in het Amerikaans-Engels die niet te danken zijn aan mondelinge contacten tussen Nederlandssprekenden en Engelssprekenden, maar die zijn overgenomen via wetenschappelijke contacten, sport, journalistiek of handel. Hieronder worden enkele voorbeelden vermeld. Ze gelden slechts als illustratie. Ze vallen namelijk eigenlijk buiten het kader van dit boek, omdat het gaat om Nederlandse woorden die internationaal carrière gemaakt hebben en dus niet duiden op specifieke Nederlandse invloed op het Amerikaans-Engels – het thema van dit boek. Het gaat bovendien vaak om woorden die slechts bekend zijn in een kleine kring van specialisten, en om woorden die snel – door nieuwe uitvindingen – weer uit de woordenschat verdwijnen.

De grootste invloed heeft het Nederlands in de twintigste eeuw gehad op de taal van de wetenschap, bijvoorbeeld doordat een Nederlandse wetenschapper zijn naam wist te verbinden aan de theoretische of praktische vondst die hij had gedaan. Dat lukte bijvoorbeeld de natuurkundigen Johannes van der Waals, Pieter Zeeman, H.B.G. Casimir en H.A. Lorentz, de geneeskundigen Christiaan Eijkman en Willem Einthoven, de scheikundige J.H. van ’t Hoff, de sterrenkundigen Jan Hendrik Oort en Gerard Kuiper, en de bioloog-schrijver Leo Vroman. In het Amerikaans-Engels spreekt men van van der Waals forces (van Nederlands vanderwaalskrachten), Zeeman effect (van Nederlands Zeemaneffect), Casimir effect (van Nederlands Casimireffect), Lorentz transformation (van Nederlands Lorentztransformatie), Eijkman(‘s) test (van Nederlands Eijkmans test), Einthoven’s law (van Nederlands wet van Einthoven), van ’t Hoff equation (van Nederlands vergelijking van Van ’t Hoff), Oort cloud (van Nederlands Oortwolk), Kuiper belt (van Nederlands Kuipergordel) en Vroman effect (van Nederlands Vromaneffect). Een wetenschapsterm waarin de naam van een Belg schuilgaat, is bakelite. Dit is genoemd naar de in Gent geboren en naar Amerika geëmigreerde uitvinder Leo H. Baekeland. Er zijn zeker meer Nederlandse wetenschappers naar wie een uitvinding is vernoemd, maar de genoemde voorbeelden volstaan als illustratie van het verschijnsel.

Diverse Nederlandse wetenschappers verzonnen een naam voor een nieuwe vinding. Zo gaan de termen superconductor en superconducting terug op de Nederlandse woorden supergeleider en supergeleiding: verschijnsel en naam zijn in 1911 beschreven door de Leidse wetenschapper Heike Kamerlingh Onnes, die er in 1913 de Nobelprijs voor kreeg. De Nederlandse romanist Marius Valkhoff gebruikte in zijn inaugurale rede van 1932 als eerste de taalkundige term adstratum voor ‘taalelementen die wijzigingen veroorzaken in een taal die verder dominant is’. Hij vormde het woord in navolging van de taalkundige termen substratum ‘taalkundige onderlaag’ en superstratum ‘taalkundige bovenlaag’.

Twee Nederlandse automerken hebben de wereld veroverd: Daf en Spyker, die trouwens twee heel verschillende marktsegmenten bedienen. Op 26 oktober 2005 schreef de New York Times over Yahoo Autos Groups onder de kop ‘Repairing Your Daf ? Places to Get Some Tips’. Daf was oorspronkelijk een afkorting van Van Doorne’s Aanhangwagenfabriek, later Van Doorne’s Automobielfabriek. Ook het Nederlandse vliegtuigmerk Fokker (‘he flew a Fokker’) is in het Amerikaans-Engels terechtgekomen.

Het van oorsprong Eindhovense elektronicaconcern Koninklijke Philips Electronics N.V., kortweg Philips, grossiert in overgenomen merknamen. Philips verkoopt wereldwijd scheerapparaten onder de geregistreerde merknaam Philishave. Ook de (compact) audio tape cassette, in het Nederlands kortweg audiocassette of compactcassette genoemd, is een vinding van Philips. Vanaf 1963 kwam het product op de markt onder de in Nederland verzonnen naam. Zijn opvolger, de compact disc, is eveneens afkomstig van dit bedrijf. De compact disc is in de jaren tachtig van de twintigste eeuw door Philips en het Japanse Sony ontwikkeld. Voor het woord compact disc stond het oudere woord compactcassette model, eveneens een Nederlandse ontwikkeling en in het Amerikaans-Engels overgenomen als compact cassette. De namen zijn, uiteraard om marketingtechnische redenen, samengesteld uit bestaande Engelse woorden of woorddelen, waardoor ze niet speciaal Nederlands lijken. In samenwerking met de Nederlandse firma Douwe Egberts ontwikkelde Philips in 2001 het zeer succesvolle Senseo koffiezetapparaat. De naam Senseo wordt zelfs wel gebruikt voor het product: ‘Can I make you a Senseo?’

Nederland was het eerste land dat een keurmerk oprichtte dat toegekend wordt aan producten uit ontwikkelingslanden die tegen een eerlijke prijs zijn geproduceerd. In 1988 werd namelijk in Nederland het Max Havelaar-keurmerk opgericht. Max Havelaar is de titel van een roman die Eduard Douwes Dekker in 1860 onder het pseudoniem Multatuli publiceerde en waarin hij de kwalijke praktijken op de koffieplantages in Indonesië aan de kaak stelde. Momenteel worden in veertien Europese landen en dertien daarbuiten, waaronder de VS, Max Havelaar-producten verkocht.

Enkele Nederlandse uitvindingen zijn in de tweede helft van de twintigste eeuw met hun Nederlandse naam in Amerika terechtgekomen. Een voorbeeld hiervan is de rollator, die in 1986 van de band van het Nederlandse bedrijf Premis Medical rolde onder de naam Provo rollator. Op 28 juli 2008 noemde de New York Times deze rollator ‘The Cadillac of Walkers’. In 1964 bouwde stedenbouwkundige Niek de Boer in de Nederlandse gemeente Emmen het eerste woonerf. De term werd in de VS ingevoerd door ir. Boudewijn Bach van de TU Delft tijdens een lezingentournee binnen het Fulbright-uitwisselingsprogramma. Het concept sloeg aan, en zelfs de moeilijk uitspreekbare naam werd overgenomen, al wordt er vaak een verklaring aan toegevoegd zoals ‘street for living’, ‘living street’, ‘living yard’, ‘residential yard’, ‘urban yard’, ‘living environment’ of ‘home zone’. Men spreekt zelfs over bijvoorbeeld woonerf streets.

Een Nederlandse vinding op een heel ander terrein is snoezelen: een therapie bedoeld voor verstandelijk gehandicapten en demente bejaarden, die in een ruimte – de snoezelkamer of snoezelruimte – worden geplaatst met voorwerpen, beelden, kleuren, geuren en geluiden die de zintuigen aangenaam prikkelen. Op 23 december 2003 schrijft de New York Times over het verschijnsel snoezelen: ‘An import from Europe, Snoezelen, or multisensory stimulation for the elderly and for disabled children and adults, is being discovered in the United States. About 500 to 600 Snoezelen rooms have opened here.’ Op het gebied van sport kwam hierboven onder skate (zie 2.12) al de klapskate ter sprake. Een oudere vinding is die van korfbal, in het Amerikaans-Engels korfball. De naam is verzonnen door de Nederlandse onderwijzer Nico Broekhuijsen, die in 1903 de Nederlandsche Korfbal Bond oprichtte. Vanaf de jaren zeventig wordt de sport internationaal beoefend en sinds 1993 wordt er op de uitvoering toegezien door de International Korfball Federation.

Soukhanov noemt in Word watch uit 1995 mudwalking ‘de sport om vele mijlen door moerassige en modderige ondieptes langs de Nederlandse kust van de Noordzee te lopen’. Het verschijnsel wordt nader verklaard in de Washington Post van 23 augustus 1992: ‘Over the past 25 years, mudwalking – wadlopen – has become a popular pastime in the northern province of Friesland. While the Swiss scale the Alps and the Norwegians crisscross their mountain ranges on skis, the Dutch are busy walking in the wad. Wad is Dutch for tidal flat.’

De bijdrage van het Nederlands aan de Amerikaanse muziektaal is gering, maar hij bestaat wel: gabber of gabba is een housestroming die in het begin van de jaren negentig in Rotterdam ontstond onder de naam gabberhouse, en die inmiddels wereldwijd is verbreid. In The Oxford Dictionary of New Words uit 1997 staat het omschreven als ‘a harsh, aggressive type of house music with a rapid beat. A direct borrowing from the Dutch gabber “mate, fellow, lad”.’ In de VS wordt gabba onder anderen geproduceerd door de Chicaagse hardcore techno DJ en producer Dave Rodgers, beter bekend als Delta 9. Overigens wordt de muziekstroming in A Dictionary of New English 1963-1972 van Barnhart et al. Dutch house genoemd.

Op literaire invloed kunnen de Nederlanders in de twintigste eeuw nauwelijks bogen, als we de lijst van de honderd invloedrijkste boeken van na de Tweede Wereldoorlog moeten geloven die de Times Literary Supplement in 2005 publiceerde. Daarop stond namelijk geen enkel Nederlands werk. Maar hieraan voegden de samenstellers toe dat de situatie anders zou zijn, als er ook gekeken was naar boeken van voor de Tweede Wereldoorlog. In dat geval zou The Waning of the Middle Ages, de Engelse titel van de baanbrekende studie Herfsttijd der Middeleeuwen van de Nederlandse historicus Johan Huizinga uit 1919, over de adellijke cultuur van de Late Middeleeuwen zeker een plaats gekregen hebben. De titel van dit werk is zo bekend dat hij ook buiten de context van Huizinga’s boek wel wordt gebruikt en dat erop wordt gevarieerd (‘The Waning of the Renaissance’).

Ook op staatkundig en economisch terrein heeft het Amerikaans-Engels enkele Nederlandse woorden overgenomen. In 1940 bedacht de Nederlandse pedagoog en onderwijshervormer Kees Boeke het woord sociocratie (al eerder, in 1851, had de Franse filosoof August Comte dit in een andere betekenis gebruikt). Boeke gebruikte het als naam voor een manier van besturen die uitgaat van de gelijkwaardigheid van alle individuen en gebaseerd is op consensus. Hij richtte een school op volgens zijn principes, waar onder meer de huidige koningin Beatrix leerlinge was. Een andere leerling was Gerard Endenburg, later hoogleraar aan de Universiteit Maastricht met als leeropdracht ‘De Lerende Organisatie, in het bijzonder de sociocratische kringorganisatie’. Dankzij Endenburg werd sociocracry in de moderne betekenis in de VS bekend: hij verbleef enige tijd in Amerika en deed talloze publicaties over het onderwerp het licht zien.

In de jaren tachtig en negentig van de twintigste eeuw ging de Nederlandse regering uit van een soortgelijk consensusmodel als dat van Boeke; in deze periode noemde men dit het poldermodel, een term die ook in de VS bekend werd, als polder model, maar vaker als the Dutch miracle, the Dutch model of the third way. Op 16 juni 1997 schreef de New York Times: ‘As Europeans wring their hands over what is usually presented as a choice between heartless American-style modernizing of their economies and preserving the old European social safety nets, many people say the Dutch have found a “third way” combining an open, vigorous market with generous social benefits and a measure of social justice’, en op 1 oktober 2004: ‘Under the Polder model, the Netherlands was described as an economic miracle in Europe.’

In de jaren zestig domineerde in het buitenland het beeld van de Provos of the Dutch Provo movement. Het woord is opgenomen in het neologismenwoordenboek van Ayto. Jonathon Green vermeldt in zijn woordenboek met nieuwe woorden sinds 1960 Kabouter: ‘a member of a Dutch group of political activists who promoted pacifism and anarchism; the kabouters – literally the “dwarves” – were best known outside Holland for their “white bicycles” scheme of the mid-1960s: white bicycles were left all over Amsterdam, free for anyone to use.’ Later, omstreeks 1980, leidde de Nederlandse recalcitrante houding inzake plaatsing van Amerikaanse kernwapens in West-Europa tot de verachtelijke term Hollanditis of Dutch disease. De term Hollanditis werd voor het eerst gebruikt door de bekende commentator Walter Laqueur in zijn artikel: ‘Hollanditis: a new stage in European neutralism’ uit 1981.

Met Polder model, Provos, Kabouter en Hollanditis worden Nederlandse verschijnselen beschreven die niet bestaan in de VS. Dat geldt ook voor het woord coffeeshop.

Met dit woord is iets zeer interessants aan de hand: het gaat om een Amerikaans-Engels woord dat in het Nederlands een nieuwe betekenis heeft gekregen – een betekenis die, althans in Nederlandse context, ook aan Amerikanen bekend is. Met coffeeshop wordt in de VS een onschuldige gelegenheid aangeduid waar men koffie, een lichte maaltijd of versnaperingen kan kopen. In een Nederlandse coffeeshop worden echter softdrugs verkocht, en deze attractie trekt veel toeristen – ook Amerikaanse – naar grote steden zoals Amsterdam.

Het laatste woord dat vermelding verdient is LAT-relation of LAT-relationship – waarin LAT, zoals iedereen weet, staat voor living apart together. Engelser kan toch niet, zou je zeggen. Maar niet alles is wat het lijkt. Het begrip is namelijk niet afkomstig uit het Engels maar uit het Nederlands: het is ontleend aan de film Frank en Eva, Living Apart Together, die de Surinaams-Nederlandse filmregisseur Pim de la Parra in 1973 vervaardigde. Door de film werd lat-relatie een gangbaar begrip in Nederland; sociologen namen het rond 1980 over. En vanuit Nederland verbreidde het zich naar onder andere de VS. Zo meldt de New York Times op 4 mei 2006: ‘[R]esearchers are seeing a surge in long-term, two-home relationships. They have even identified a new demographic category to describe such arrangements: the “living apart together,” or L.A.T., relationship. These couples are committed to sharing their lives, but only to a point.’