binnacle, zijarm van een rivier; kreek van een rivier naar vlak land (Craigie, DARE, Webster).
– Van Nederlands binnen en kil ‘stroom, kreek, kanaal’; overgenomen in de zeventiende eeuw en regionaal nog bekend. Zie ook kill.
* Het gebruikelijke Nederlandse woord is binnenwater, dat eveneens is overgenomen door het Amerikaans-Engels (zie binnewater). Zowel binnen als kil zijn normale Nederlandse woorden, maar de samenstelling binnenkil wordt niet genoemd in Nederlandse woordenboeken – hoewel het een heel acceptabele vorming zou zijn.
Misschien is de samenstelling gevormd door Nederlandse kolonisten om de natuurlijke omstandigheden in de VS te beschrijven. In het Amerikaans-Engels zijn verschillende spellingvarianten aangetroffen, zoals het citaat uit 1960 laat zien. DARE noemt binnacle verouderd en beperkt tot het gebied rond New York. Het woord leeft voort in enkele aardrijkskundige namen, zoals Binnacle Island en Binnacle Road. De verdwijning van het woord zal bevorderd zijn door het bestaan van het gelijkluidende binnacle, dat ‘kompashuisje op een schip’ betekent en is geleend uit het Frans.
1860 Commencing on the bank of the Delaware River … to a point at the mouth of the binacle, thence up along the western side of said binacle at low water mark.
1881 There was a whirlpool, a rock eddy, and a binocle within a mile.
1901 There was a binnekill in the meadow near by.
1902 Binnacle. In parts of New York, the flume of a mill stream, a mill race.
1960 Several Dutch words of topographical meaning have survived in close connection with the landscape. … The word kill, meaning creek, stream, of Dutch origin, appears … in central New York in a word naming a bend, or eddy, or a branch of a stream, variantly spelled binocle, binnacle, binnekill, bennakill, benderkill, with a variant binnewater … The spelling binnekill is etymologically the most correct. (Krapp 1960, I, 161)
binnewater, klein meer (DARE).
– Van Nederlands binnenwater ‘water dat niet in zee uitmondt, meer’, een samenstelling van binnen en water; overgenomen in de zeventiende of achttiende eeuw en regionaal nog bekend.
* DARE noemt het woord verouderd en beperkt tot New York, en het zal dan ook net zoals binnacle meegenomen zijn door de oorspronkelijke Nederlandse kolonisten. Ook binnewater leeft nog voort in geografische namen in de staat New York, zoals in de plaats Binnewater (Ulster County) en in Binnewater Lakes.

Illustratie 2.41 – Binnewater (bron: Staalgravure naar een tekening van William Henry Bartlett, 1837)
1901 In the vicinity of Kingston, two words exist side by side, binnewater and binnekill … A binnewater is a lake.
1929 For a time binnewater and cripplebush were current.
1968 Binnewaters – a settlement of Protestants. (DARE)
bush, woud, bos (Craigie, DARE, Webster).
– Van Nederlands bos, ouder bosch ‘woud’; overgenomen in de zeventiende eeuw en nog in gebruik, onder andere in plaatsnamen. Zie ook cripple.
* Het Engelse bush en het Nederlandse bos zijn verwant aan elkaar, maar ze verschillen in betekenis: in het Brits-Engels is bush een ‘bosje’, terwijl in het Nederlands bos equivalent is aan woud.
De betekenis van het Engelse woord bush is dankzij het Nederlands in het Amerikaans-Engels uitgebreid. DARE merkt op dat met name in New England de betekenis ‘een stuk land bedekt met woud en struikgewas’ voorkomt, hoewel deze als verouderd geldt.
1779 The Gentlemen took to the Bush and escaped being made prisoners.
1872 The word bush has in like manner retained in America the original meaning of the Dutch bosch more faithfully than in England, where it generally designates a single shrub, while here, as in most British colonies, it means rather a region abounding in trees and shrubs. … During the war men “took to the bush” in the South as readily as at the North, and to this day Western papers report that the “Indians disappeared in the bush, when they saw the troops approaching.” (Schele de Vere) Doordat bush en bos in klank veel op elkaar lijken, is in een groot aantal oorspronkelijk Nederlandse plaatsnamen het woord bos of het oudere bosch inmiddels vervangen door het Engelse bush. Maar als we naar de oudste vindplaatsen kijken, blijkt soms uit de spelling dat er sprake is van een Nederlandse oorsprong. Zo heette Bushwick tot de overdracht aan de Engelsen in 1664 Boswijck.
Flatbush heette oorspronkelijk in het Nederlands vlak-bosch, ook Flakkebos.
Volgens Stewarts Concise Dictionary of American Place-Names werd de naam na de machtsovername door de Engelsen in 1664 verengelst, waarschijnlijk doelbewust om de Nederlandse herkomst te verdoezelen.
Bovendien zijn verschillende samenstellingen met bush te danken aan het Nederlandse bos met de betekenis ‘woud, wildernis’. Zo schrijft Flexner in 1976 dat de Nederlanders verantwoordelijk zijn voor zulke Amerikaanse termen als bush country ‘dichtbebost land’ (1855), bush ranger ‘pionier’ (1756), bush fighter ‘iemand die vecht vanachter rotsen en bomen’ (1760), bushwacker ‘guerrillastrijder, iemand die de vijand uit een hinderlaag in het bos aanvalt (heel populair tijdens de Burgeroorlog, aldus Flexner) (1813).
Op zijn beurt heeft het Nederlands in de twintigste eeuw het woord bush voor ‘oerwoud’ overgenomen van het Engels en er de grappige reduplicatie bushbush van gemaakt: hij woont in de bushbush ‘hij woont ver van de bewoonde wereld’.
canal, ook canal, canawl, canol, cunnal, bevloeiingskanaal (DARE).
– Van Nederlands kanaal ‘kunstmatige, gegraven waterweg’; overgenomen in de zeventiende of achttiende eeuw en regionaal in deze betekenis nog in gebruik.
* Het Nederlandse woord kanaal is, net als het Brits-Engelse canal, ontleend aan het Frans in de betekenis ‘kunstmatige waterweg’. Dankzij de moerassige bodem van de Lage Landen hielden de Nederlanders zich noodgedwongen al heel vroeg bezig met watermanagement en raakten ze zeer bedreven in het bevloeien en afwateren van hun landbouwgrond. Dat deden zij onder andere door het graven van afwateringssloten die zij eveneens aanduiden met kanaal. Nederlandse immigranten waren er dan ook voor verantwoordelijk dat canal in het regionale Amerikaans-Engels de betekenis ‘bevloeiingskanaal’ kreeg.

Illustratie 2.42 – ‘Canal near Dordrecht’, schilderij van Walter C. Hartson. Het schilderij werd bekroond met de prijs van 500 dollar binnen de categorie Landschappen in The Osborne Company’s Artists’ Competition van 1905 (bron: The Printing Art, deel 5, nr. 6, aug. 1905)
Het woord wordt op verschillende manieren uitgesproken, onder andere als canol met a in plaats van o, vergelijkbaar met boss van het Nederlandse baas, en als canawl, vergelijkbaar met bijvoorbeeld crawl. De Nederlanders legden ook polders aan (een woord dat in het Brits-Engels al in 1604 is geleend). In de VS werd in een overheidsrapport uit 1856 opgemerkt: ‘Polders of three miles square, near the levees of the Mississippi, … could be diked and drained at a small cost compared with their subsequent value.’
1810 Both above and below Albuquerque, the citizens were beginning to open canals, to let in the water of the river.
1835 The Erie canal—here called canol.
1939 It is generally assumed that we got the pronunciation canawl from the Irish. Mr. Joel Munsell, the antiquary-printer, maintained that it was of Dutch origin.
1970 They call them irrigation canals out here but it was a ditch to us. (DARE)
clove, ravijn; bergpas (Craigie, DARE, Webster).
– Van Nederlands kloof, vroeger klove ‘ravijn’; overgenomen in de zeventiende of achttiende eeuw en regionaal nog in gebruik.
* De Nederlandse kolonisten, gewend als zij waren aan het vlakke Hollandse land, verbaasden zich over het Amerikaanse landschap met bergen, dalen en diepe ravijnen. Deze ravijnen noemden zij met een Nederlands woord kloof. Dit is onder andere bewaard gebleven in de naam van de Clove River in New Jersey. Regionaal kent men clove nog in de staat New York, vooral in de Hudsonvallei.

Illustratie 2.43 – Clove (bron: The Printing Art, deel 4, nr. 4, nov. 1904)
1777 The other Part [of Washington’s army is] to be commanded by Mr. Green, at the Clove, and Parts adjacent.
1902 Clove. Along the Hudson river, and especially in the Catskills, a narrow gap or valley, a ravine, a gorge. Somewhat analogous to the notch of New England.
1983 Clove – As a term for a gap or pass or notch in the hills, the word appears in some place names in Rockland and Orange Counties, N.Y., and farther north in the Catskills.
It seems to have been applied especially to a gap through which travelers could most easily cross a ridge.
cripple, moerasland bedekt met bomen en kreupelhout (Craigie, DARE).
– Verkorting van cripplebush van Nederlands kreupelbos; overgenomen in de zeventiende eeuw en regionaal nog in gebruik met veranderde betekenis.
* In de zeventiende en achttiende eeuw gebruikte het Amerikaans-Engels ook de lange vorm cripplebush en de vorm creuple, waarin de oorspronkelijke Nederlandse vorm kreupelbos, vroeger kreupelbosch, gemakkelijker te herkennen is. Nederlands kreupelbos betekent ‘laag houtgewas met dooreengegroeide stammen en takken’, maar kreeg in Amerika onmiddellijk de betekenis ‘moerasland bedekt met bomen en kreupelhout’, en in die betekenis nam het Amerikaans-Engels het woord over.
De vormverandering van Nederlands kreupel in Amerikaans-Engels cripple is interessant; als er alleen sprake zou zijn van klankaanpassing, zou het voor de hand liggen dat het woord in het Amerikaans-Engels was overgenomen als crupple – dat ligt in klank namelijk het dichtst bij het Nederlandse kreupel.
De wijziging in cripple kan eigenlijk maar één ding betekenen, namelijk dat er sprake is van een leenvertaling: het Nederlandse woord kreupel betekent namelijk letterlijk ‘mank’, precies zoals het Engelse woord cripple – waarmee het verwant is. Het woord moet dus overgenomen zijn door tweetaligen, die voldoende Nederlands kenden om het woord kreupel te herkennen als een aanduiding voor ‘mank’. Wel is er hier een klein vertaalfoutje gemaakt, want hoewel kreupel als gezegd letterlijk ‘mank’ betekent, heeft het in de samenstelling kreupelbos een andere betekenis, namelijk die van ‘kruipend’: een kreupelbos is een laag bos van dooreengegroeide, overal doorheen kruipende takken.

Illustratie 2.44 – Cripple, houtsnede, circa 1880 (bron: privécollectie)
Het woord cripple komt volgens DARE nog voor in oostelijk Pennsylvania, New York en New Jersey. En verder is het bewaard gebleven in enkele plaatsnamen. Stewart schrijft in zijn Concise Dictionary of American Place-Names dat cripple gebruikt werd als soortnaam of plaatsnaam, maar dat de betekenis ervan al snel werd vergeten, en dat er daarom dikwijls een verklarend zelfstandig naamwoord met ongeveer dezelfde betekenis aan werd toegevoegd, waardoor er plaatsnamen ontstonden zoals ‘Big Cripple Swamp DE, Long Cripple Brook NJ and Kripplebush NY.’
1675 The sd land … lyeth between two Small gutts or Run’s, and streatches into the woods as far as the great Swamp or Cripple wich backs the said two Necks of land.
1676 Martin Garritson was Imployed by Mr. Hans Block (Deceased) to make a way from his Plantation over ye valley & Creuple, into his Backward Land wch Lyeth behinde the Sayd Valley & Creuple.
1765 The cripplebush … lying between the lake and the river.
1929 Cripple bush … a direct borrowing from the Dutch (Kreuple bush) seems to have been current in common speech.
The first occurrences are Dutch, and already the word means swamp instead of underbrush. “Eastward to a certain swamp (kreuplebush)” is a translation from a patent of 1637.
1968 A low, wet area where the Atlantic white cedars grow is called a cripple.
dorp, (Nederlands) gehucht of dorp (Craigie, Webster).
– Ontleend aan Nederlands dorp; overgenomen in de zeventiende eeuw en inmiddels alleen nog in enkele plaatsnamen bewaard gebleven.
* De Nederlanders noemden hun nederzettingen dorpen, behalve Nieuw-Amsterdam, dat in 1653 stadsrechten kreeg en zich vanaf dat moment mocht tooien met de titel stad. De Engelsen duidden hun eigen nederzettingen aan met het woord village, en ter onderscheiding werd naar de Nederlandse nederzettingen verwezen met de naam dorp. Het woord werd dus nooit echt geïntegreerd in het Amerikaans-Engels en het verdween al snel, behalve in historische werken. En ook in enkele plaatsnamen bleef het bewaard, met name in New Dorp in New York.
1668 These are to give notice to all persons concerned in either of the new Dorpses or Villages lately laid out.
1668 We … are willing to take o[u]r Dividend of Lotts at the furthest New Dorpe or Village.
fly, ook vly, moeras; ook: kreek (Craigie, DARE).
– Van Nederlands vallei ‘dal’; overgenomen in de zeventiende eeuw en voornamelijk bewaard gebleven in plaatsnamen.
* Het Nederlandse woord vallei is net als het Engelse valley ontleend aan het Franse vallee. Al deze woorden betekenen ‘dal’. In het Nederlands duidde een vallei ook een vlakte aan waardoor een rivier stroomt. Nederlandse kolonisten namen het woord mee en gebruikten het om een laaggelegen moeras of kreek mee aan te duiden – dus in een wat andere betekenis dan het Nederlandse woord vallei bezat.
De klemtoon ligt op de laatste lettergreep van het woord, waardoor de klinker a heel kort wordt uitgesproken. Misschien zeiden de Nederlanders al vlei, maar in ieder geval namen de Engelssprekende Amerikanen het over als fly en vly.
Het bestaat nog in de New Yorkse plaatsnamen Fly Creek en Vly Lake, en uit DARE blijkt dat het ook nog wel wordt gebruikt als soortnaam.
1675 On part frunting on the lott of John Ellisons which lys in the fly.
1695 A valley begginning att the head of a flye or Marshe.
1809 The renowned feuds of Broadway and Smith fly – the subject of so many fly market romances and schoolboy rhymes.
1832 From the Fly or Vly Market, Maiden-lane commenced, exceedingly narrow; …
1902 Fly (Dutch vly). In New-York, a swamp, a marsh. The “Fly market “ of New-York is well known. (Clapin) Flexner (1982: 480) wijst nog op de beroemde Fly Market die tot 1816 werd gehouden aan de voet van Maiden Lane in New York City. De naam ging terug op de Nederlandse benaming Valley Market or Vallie Market, wat werd verkort tot Vly of Vlie Market. Vanwege de klankovereenkomst associeerden de meeste Engelstalige Amerikanen dit met insecten – vliegen of vlooien – en spraken ze over Fly Market of Flea Market. De oorspronkelijke Amerikaanse vlooienmarkt was dus eigenlijk de Valley of Vlie Market in New York City.
Pas in de jaren twintig van de twintigste eeuw werd flea market een algemeen gebruikelijke naam voor een markt waar tweedehandsspullen werden verhandeld waarin vaak vlooien achtergebleven waren – en toen ging het om de vertaling van de naam van de beroemde Parijse vlooienmarkt of marche aux puces.
gat, nauwe doorgang (DARE, Webster).
– Van Nederlands gat ‘holte, opening’, ook ‘nauwe doorgang’; overgenomen in de zeventiende eeuw en alleen bewaard gebleven in enkele plaatsnamen.
* Gat betekent in het algemeen ‘opening’, en werd door Nederlandse zeelieden gebruikt als aanduiding van een nauwe en dus gevaarlijke doorgang. Het leeft nog voort in enkele plaatsnamen die in de zeventiende eeuw zijn toegekend door Hollandse kolonisten, waarvan de bekendste is het New Yorkse Hellgate – waarin het Nederlandse gat is verengelst tot gate. Stewart schrijft in zijn Concise Dictionary of American Place-Names dat deze ‘eerbiedwaardige en volstrekt respectabele naam’ het zeventiendeeeuwse Nederlandse Hellegat weergeeft, waarbij gat meer vanwege de klank dan vanwege de betekenis vervangen werd door het Engelse gate ‘toegang, poort’. De Nederlanders hadden de naam gegeven vanwege de moeilijke en geaarlijke getijdenstromen. Behalve in een paar plaatsnamen is het woord gat volledig verdwenen uit het Amerikaans-Engels. DARE vermeldt nog dat in 1930 in Pennsylvania en Massachusetts gat is aangetroffen voor ‘een natuurlijke poel gevuld met water die uitloopt op een kreek of rivier’. Dit woord zou heel goed afkomstig kunnen zijn van Nederlandse immigranten in de negentiende of twintigste eeuw, en dan zou het woord dus tweemaal geleend zijn in het Amerikaans-Engels. Aangeslagen is het in geen van beide gevallen.
1848 Gat. (Dutch.) A gate or passage.
A term applied to several places in the vicinity of New York, as Barnegat, Barnes’s gate; Hellegat, now called Hell Gate. (Bartlett)
1872 The term gat also, meaning a hole, a pot, or a passage at sea, has survived in the name’s of many maritime localities. Barnes’ Gate, as the English would have called it, thus continues to be Barnegat. (Schele de Vere)
1902 Gat (Dutch). A term applied to several places in the vicinity of city of New York, and meaning a strait, a narrow passage at sea, as Barnegat, Hell-Gate (formerly Dutch Helle-gat). (Clapin)
hook, landpunt (Craigie, Webster).
– Van Nederlands hoek; overgenomen in de zeventiende eeuw en nog bewaard in plaatsnamen. Zie ook hooker in 2.12.
* Engels hook en Nederlands hoek zijn met elkaar verwant, maar de betekenissen van deze twee woorden zijn uiteen gelopen: qua betekenis komt het Engelse hook overeen met het Nederlandse haak; zo heet een vishaak in het Engels een fishhook. Het Nederlandse hoek betekent in eerste instantie ‘scherpe punt, bocht’, en vandaar ‘landpunt’ – zoals in Hoek van Holland. En in die betekenis ‘landpunt’ heeft het Amerikaans-Engels het woord overgenomen. Het is voornamelijk bewaard gebleven in plaatsnamen.
Stewart schrijft in zijn Concise Dictionary of American Place-Names dat Hook vooral voorkomt in Delaware, New Jersey en New York. Als voorbeelden noemt hij Bombay Hook Point, Marcus Hook, Hook Brook.
Nog steeds bekende Nederlandse hoeken zijn Ponkhockie (‘Punthoekje’), Primehook (‘Pruimhoek’, omdat er wilde pruimenbomen groeiden), en Sandy Hook: deze naam komt voor op een Nederlandse landkaart uit 1656 als Sant Punt ‘Zandpunt’, maar in plaats van het synonieme punt werd vaak hoek gebruikt; de vorm is later verengelst.
1670 A Plantation with proporcon of meadow ground for Hay for their cattle on Verdrietiges or Trinity Hook at Delaware.
1781 I am just informed that the British Fleet have again sailed from the hook.
1848 Hook. (Dutch, hoek, a corner.) This name is given in New York to several angular points in the North and East rivers; as, Corlear’s Hook, Sandy Hook, Powles’s Hook. (Bartlett)
1872 It was in the same way that the Dutch hoek, a corner, though generally modified into Englishlooking hook, is still found as part of the name of certain corners or angular points in the Hudson and the East Rivers, such as Sandy Hook, the first land sighted by the traveller from abroad, and Kinderhook, high up the river, made famous by the name of its owner, Martin Van Buren. (Schele de Vere)
De bekendste Hook-naam is wel Kinderhook in New York, letterlijk ‘kinderhoek’; de naam dateert uit het begin van de zeventiende eeuw en verwijst waarschijnlijk naar een of ander voorval waarbij indiaanse kinderen waren betrokken. Dit Kinderhook speelt een belangrijke rol in wat Quinion noemt ‘het bekendste en wijdverbreidste amerikanisme, overal gebruikt en herkend, zelfs door mensen die nauwelijks een woord Engels kennen’ – namelijk het tussenwerpsel OK.
Er zijn meer dan drieëndertig verklaringen voorgesteld voor OK, maar uiteindelijk heeft Allen Walker Read aangetoond dat het staat voor Oll Korrect, een opzettelijke verschrijving van all correct ‘alles in orde’. In 1838 en 1839 was het in Boston en New York City een populair spel om afkortingen te verzinnen, en dit was er een van.
Het oudste citaat stamt uit de Boston Morning Post:
1839 He … would have the ‘contribution box’, et ceteras, o.k. – all correct – and cause the corks to fly, like sparks, upward.
OK is als enige van die vele afkortingen een blijvertje gebleken. Als oorzaak daarvoor komt Kinderhook om de hoek kijken. In Kinderhook is Martin van Buren, de achtste president van de VS, geboren en gestorven. Zijn voorouders kwamen uit Nederland en thuis spraken ze Nederlands. Toen Van Buren in 1840 campagne voerde om herkozen te worden, maakten zijn tegenstanders hem uit voor ‘the Dutchman of Kinderhook’ en ‘Old Kinderhook’. De democraten kozen dit laatste als geuzennaam en richtten The Democratic O.K. Club op, om Van Buren te helpen aan een tweede termijn.
Zij gebruikten O.K. of OK als slogan.
Als gevolg hiervan werd OK met als betekenis ‘all correct’ algemeen bekend, ook al verloor Van Buren de verkiezingen.
Er ligt dus weliswaar geen Nederlandse naam aan ten grondslag, maar zonder een Nederlandssprekende president uit een plaats met een Nederlandse naam had OK nooit de bekendheid en verbreiding gekregen die het tegenwoordig heeft.
kill, kreek, stroom (Craigie, DARE, Webster).
– Van Nederlands kil ‘stroom, kreek’; overgenomen in de zeventiende eeuw en nog bekend. Zie ook binnacle.
* De eerste Nederlanders in de VS moesten het voor hen nieuwe terrein benoemen. Voor namen voor stroompjes en plaatsen daarlangs gebruikten ze bij voorkeur het Nederlandse woord kil.
Stewart schrijft in zijn woordenboek van plaatsnamen dat kill afkomstig is van het Nederlandse kil, dat eigenlijk ‘kanaal, geul’ betekent, zoals in Arthur Kill en Kill van Kull, maar in het Amerikaanse taalgebruik meestal staat voor een ‘kleine stroomp’, zoals in Kil Brook in New York. Het is meestal bewaard gebleven als tweede element, bijvoorbeeld in Wallkill, Catskill, en soms is de betekenis ervan verbleekt, waardoor er een Engels zelfstandig naamwoord aan is toegevoegd, zoals in Wallkill River en Catskill Mountains. Overigens komt kil ook in het Nederlands voor als eigennaam voor verschillende wateren en stroompjes, bijvoorbeeld de Dordtsche Kil in de buurt van de plaats Dordrecht.
1639 The Kil which runs behind the Island of Manhattan, mostly east and west.
1669 some Familyes from Maryland may haue liberty to come and settle upon ye Kill below Apoquenimi …
1890 Kill… a Dutch word denoting any tidal channel or backset water.
Haarlem river is a kill.
1937 Nearly every body of running water smaller than a river is called a “kill.”
1955 The limitation of the term kill to the Hudson Valley, Catskills, and upper Delaware Valley … can be accounted for quite readily.
This Dutch equivalent of brook or run is almost exactly coterminous with the region of significant, or even transient, Dutch settlement.
1981 In the vicinity of Schenectady, New York, where such streams abound, it is common to speak of “a kill” or “the kill”. In fact … I have never heard another generic term used for these small streams.
Craigie vermeldt nog het lokale gebruik van deze naam als de benaming voor een zee-engte, met name die tussen Staten Island en New Jersey, dikwijls in het meervoud met enkelvoudige betekenis, bijvoorbeeld:
1828 We took the right hand passage round Staten Island, called the Kills.
Het woord kill is rond New York nog gebruikelijk in het gebied waar oorspronkelijk Nederlandse kolonisten gevestigd waren, zo blijkt ook uit DARE.
overslaugh, zandbanken of ondieptes die de doorvaart in de Hudson ten zuiden van Albany belemmeren (Craigie).
– Van Nederlands overslag; overgenomen in de zeventiende of achttiende eeuw en als specifieke benaming nog bekend.
* Nederlandse zeelieden duiden een zandbank wel aan met overslag, misschien omdat men hier vaak goederen moet overslaan: van het ene schip in een ander moet laden omdat het er te ondiep is om door te varen. Overslag is een afleiding van overslaan. Nederlandse kolonisten hebben een speciale ondiepe plaats in de Hudson de naam Overslag gegeven, wat in Engelse mond Overslaugh werd. Buiten deze naam is het Nederlandse woord in de VS niet bekend. Zie echter ook overslaugh in 2.4.
1776 Having passed the overslaugh, had a distinct view of Albany.
1848 Overslaugh. (Dutch, overslag.) A bar, in the marine language of the Dutch. The overslaugh in the Hudson river near Albany, is, I believe, the only locality to which this term is now applied among us. (Bartlett)
1872 To these names may be added the Dutch term overslaan, to skip, to pretermit, which still survives in a few local names, where sandbars suddenly interrupt the free navigation of rivers, as in the Overslaugh in the Hudson below Albany, the dread of all skippers. (Schele de Vere)
1901 The ‘overslough’ or bar formed in the Hudson … prevented the steamers of greater draught from getting up to the wharf at Albany.