1.3 Nederlandse plaatsnamen uit de zeventiende eeuw

Verschillende straten in de stad New York herinneren nog aan de Nederlandse aanwezigheid. Straatnamen die teruggaan op een Nederlandse naam zijn bijvoorbeeld Bowery Lane (zie Bowery in 2.8), Bridge street (Nederlands Brugstraat), Broadway (Nederlands Breede Weg) en Wall Street (Nederlands Walstraat; hier liep de muur die men rond de stad had aangelegd om deze te beschermen tegen invallen van Engelsen en indianen).

Diverse oorspronkelijk Nederlandse nederzettingen zijn inmiddels, inclusief hun naam, opgeslokt door de stad New York en gedegradeerd tot stadswijk. Dikwijls hebben ze daarbij hun Nederlandse naam behouden. Sommige wijken zijn genoemd naar Nederlandse kolonisten, bijvoorbeeld The Bronx en Yonkers (zie patroon en yonkers in 2.4). Andere wijken waren door de Nederlandse kolonisten vernoemd naar een stad of dorp in Nederland, bijvoorbeeld Brooklyn (genoemd naar Breukelen), Flushing (genoemd naar Vlissingen), Gravesend (waarschijnlijk genoemd naar ‘s-Gravensande), Harlem (genoemd naar Haarlem) en New Utrecht (genoemd naar Utrecht). De wijk Bushwick heette oorspronkelijk Boswijck (zie bush in 2.5).

Nederlandse namen liggen ook ten grondslag aan de eilanden Block Island (naar de Nederlandse ontdekkingsreiziger Adriaen Block), Coney Island (naar het Nederlandse Conyne Eylandt ‘konijneneiland’), Long Island (vertaling van het Lange Eylandt), Staten Island (Staaten Eylandt, zo genoemd ter ere van de Nederlandse Staten-Generaal) en Governors Island (naar de Nederlandse gouverneur Wouter van Twiller die het eiland – toen nog geheten Noten Eylandt – kocht van de indianen). Rhode Island is door de eerste ontdekkers in de zestiende eeuw vanwege zijn omvang vergeleken met het eiland Rhodos, maar de Nederlanders gaven het de naam Roodt Eylandt ‘roodgekleurd eiland’, en in die vorm is het overgenomen in het Amerikaans-Engels.

Ook buiten wat nu de stad New York is, zijn Nederlandse plaatsnamen bewaard gebleven die dateren uit de zeventiende eeuw. Hieronder volgt een alfabetisch overzicht, gebaseerd op de informatie die gegeven wordt in A Concise Dictionary of American PlaceNames van George R. Stewart uit 1970. Alleen de plaatsnamen waarvan zeker of vrijwel zeker is dat ze een Nederlandse herkomst hebben, zijn daarbij in beschouwing genomen. Het gaat uitsluitend om namen die tot op heden zijn blijven voortbestaan (op http://en. wikipedia.org/wiki/Toponymy_of_New_Netherland staat een overzicht van – zowel Nederlandse als anderstalige – geografische namen van Nieuw-Nederland, waaronder ook veel inmiddels verdwenen namen). Soms is er iets bekend over de reden van de vernoeming, en dat is dan vermeld. Er zijn natuurlijk nog aanzienlijk meer Nederlandse namen – namen voor velden, voor kleine stroompjes en dergelijke – die alleen regionaal bekend zijn en uitsluitend op gedetailleerde atlassen te vinden zijn. Toch geeft onderstaande lijst van ruim zestig namen een mooie inkijk in hoe en waarom Nederlanders het landschap benoemden. Ze kunnen als aanvulling dienen van de leenwoorden op dit terrein die genoemd zijn in hoofdstuk 2.5. Daar zal blijken dat er veel waternamen zijn gevormd met de Nederlandse leenwoorden kill, binnacle, binnewater en fly, en dat veel nieuwe geografische namen de elementen bush, clove, cripple, dorp, gat en hook bevatten.