1.7 De Nederlandse taal en cultuur in de VS anno 2009

Het aantal sprekers van Amerikaans-Nederlands, Amerikaans-Vlaams en Amerikaans-Fries is momenteel nog slechts gering, de meesten zijn bejaard, en hun aantal neemt alleen nog maar af. Volgens de US Census 2000 gaven nog slechts 150.000 mensen op dat ze thuis Nederlands met elkaar spreken (zie www.mla.org/map_data). En 5 jaar later, in 2005, blijken dat er nog slechts ruim 130.000 te zijn. In dit tempo is het Nederlands over 32,5 jaar uitgestorven, maar dat lijkt gezien de leeftijd van de meeste sprekers een geflatteerd cijfer. Uit die Census 2000 bleek verder dat de meeste Nederlandssprekenden in California wonen (ruim 27.000), gevolgd door Pennsylvania, Florida en New York met ruim 10.000, Ohio met ruim 9.500, waarna in aflopende volgorde Michigan, Indiana, Texas, New Jersey, Washington, Illinois en Wisconsin. In de overige staten wonen minder dan 3.000 Nederlandssprekenden. Er blijken overigens maar liefst 387 verschillende talen te worden gesproken in Amerikaanse huishoudens. Toch zijn de Nederlanders niet helemaal opgelost in de befaamde melting pot. Volgens dezelfde US Census 2000 beschouwen namelijk 4,5 miljoen Amerikanen zich geheel of gedeeltelijk als afstammelingen van Nederlanders, dat is 1,6 procent van de bevolking. Evenveel Amerikanen beschouwen zich als Noor, en iets meer (4,9 miljoen) als Schot. Ter vergelijking: 42,8 miljoen mensen (15,2 procent) beschouwt zich als Duitser. Sinds 2000 is het aantal mensen dat opgeeft Nederlandse wortels te bezitten zelfs nog gestegen: inmiddels ligt het boven de 5 miljoen.

Het lijkt erop dat hoe meer de Nederlandse taal terrein verliest, des te sterker de Nederlandse en Vlaamse etniciteit worden benadrukt, zij het op een wat folkloristisch aandoende manier. Je kunt kennelijk trots zijn op je Nederlandse achtergrond zonder de Nederlandse taal te kunnen spreken. In Pella, Iowa waren omstreeks 1980 opschriften op autobumpers te lezen als You’re not Mutch [sic] if You’re not Dutch, en in Victor, Iowa, waar zich vooral veel Vlamingen hadden gevestigd, Being Belgian is Beautiful. In het Engels, dat wel. You’re not much if you’re not Dutch wordt, zo blijkt op internet, in allerlei varianten nog steeds gebruikt en zelfs wel op tegeltjes gedrukt, en Facebook kent een discussiegroep getiteld If You Ain’t Dutch, You Ain’t Much, ‘A Group For Those Who Love the Dutch’. Angie uit Colorado (‘growing up in Iowa, I learned many “frugal Dutch” tips from my mom and grandma’), houdt een weblog bij getiteld ‘Being Dutch, gets you much’.

In de oorspronkelijke Nederlandse enclaves zoals Pella en Holland bedienen sommigen zich tijdens speciale gelegenheden, zoals familiereünies of begrafenissen, van Nederlandse woorden of uitdrukkingen om het wij-gevoel te versterken. Men laat zijn Nederlandse achtergrond blijken door in het gesprek een enkel Nederlands woord te gebruiken, bijvoorbeeld goeie morrege, alles goed? of potdorie. In Pella begroette men elkaar in de jaren tachtig wel met How are you doing, you old lamzak (mieter, smeerlap, paardedief etc.). Vooral dit laatste klinkt Nederlanders verbazingwekkend in de oren, want de goedmoedige scheldwoorden lamzak, mieter, paardedief zijn in het Europese Nederlands tegenwoordig volstrekt verouderd en smeerlap is een vrij sterk scheldwoord. Op de website van Pella zijn – in het Engels – ‘Old Dutch recipes’ te vinden voor onder andere Sint Nickolaas Koekjes (Santa Claus Cookies), Nieuwjaarskoekjes (New Years Cookies), Poffertjes (Holland Fritters), Balken Brij (Breakfast Dish), Hoofd Kaas (Head Cheese) en Erwten Soep (Pea Soup). Het Nederlands heeft in deze vestigingen prestige en mensen zijn er trots op als ze het nog kunnen spreken, al gaat het vaak om slechts enkele woorden of uitdrukkingen. In Central College in Pella en in Orange City, Iowa worden Nederlandse cursussen gegeven om dat Nederlands wat bij te spijkeren of te leren.

Er zijn allerlei festiviteiten die de ‘Dutch heritage’ in ere houden. In Pella en Orange City, Iowa en in Holland, Michigan wordt jaarlijks in mei het Tulip Time Festival gevierd, in Pella sinds 1929 en in Orange City sinds 1937. Er worden parades gehouden, deelnemers rijden in versierde wagens rond, dragen Nederlandse klederdrachten en klompen, en schrobben de straten. Er is een Nederlandse markt waar men drop, pindakaas en ge stampte muisjes kan kopen, en ‘Klompen Dancers’ voeren volksdansen uit. Deze Tulip Time Festivals hebben geen directe wortels in Nederland en België: wellicht gaan zij in de geest terug op de meifeesten die vroeger in de Lage Landen werden gehouden, maar de Amerikaanse feesten hebben dan wel een geheel eigen karakter gekregen. Inmiddels worden ook in de Nederlandse bollenstreek zogenoemde tulpenfestivals georganiseerd als de bloembollen uitkomen – het is opmerkelijk dat de naam tulpenfestival daarbij wel eens overgewaaid zou kunnen zijn vanuit Amerika. Veel van de onderdelen van de festiviteiten, zoals klompendansen of het lopen in klederdracht, zijn in Nederland zelf vrijwel verdwenen. Zouden sommige zogenaamd oud-Nederlandse tradities, in Amerikaanse vorm, wellicht in de VS bewaard blijven nadat ze in Nederland uitgestorven zijn? En misschien wel weer in vernieuwde vorm terugkeren naar de Lage Landen? Behalve het Tulip Time Festival in mei worden in Pella in december Sinterklaas en in juli kermis gevierd. Op basis van de jaarlijkse feesten krijgen Amerikanen wel een heel bijzonder beeld van Nederland. Maar ze leren wel enkele Nederlandse woorden kennen, zoals kermis (zie 2.7), klompen en Sinterklaas (zie Santa Claus in 2.11).

16 november geldt sinds 1990 als Dutch-American Heritage Day en 19 april als Dutch-American Friendship Day. Sinds 2005 worden ieder jaar in november in New York vijf Dutch Days gevierd, culturele dagen waarin men aandacht besteedt aan de ononderbroken invloed van de Nederlandse kunst en cultuur op de stad New York. Het festival is opgezet door de toenmalige drie directeuren van Dutch-American ‘sites’ in New York City, namelijk Sean Sawyer van het Wyckoff Farmhouse Museum, Felicia Mayro van St. Mark’s Historic Landmark Fund en Susan De Vries van Dyckman Farmhouse Museum. Ook elders bestaan musea die informatie verschaffen over de eerste of de tweede stroom Nederlandse immigranten: Holland, Michigan heeft het Holland Museum, Calvin College in Grand Rapids, Michigan heeft een Heritage Hall waar materiaal wordt bewaard over de Nederlandse vestigingen in Amerika uit de negentiende eeuw, vooral met betrekking tot de Christian Reformed Church. Northwestern College in Orange City en de Pella Public Library hebben een Dutch Heritage Room. En in de jaren zestig zijn enkele Nederlandse koloniale huizen uit de zeventiende eeuw gereconstrueerd, zoals het Jan Martense Schenck house uit 1675 in het Brooklyn Museum en het Voorlezer House in Richmond, Staten Island.

Nederlandse en Belgische immigranten kunnen lid worden van een zeer groot aantal verenigingen die de contacten tussen Nederland, België en de VS bevorderen en de wederzijdse gevoelens warm houden. De verenigingen organiseren bijeenkomsten op belangrijke feestdagen zoals Koninginnedag en Sinterklaas. De grootste vereniging voor Dutch Heritage in de VS vormt de Dutch International Society (DIS) in Grand Rapids, Michigan, die het licht zag onder de naam de Dutch Immigrant Society. De vereniging geeft het zogenoemde DIS magazine uit. De invloedrijkste bilaterale stichting is de Netherland-America Foundation (NAF), die in 1921 is opgericht door onder anderen Franklin D. Roosevelt. De stichting, waarvan prinses Margriet en haar echtgenoot de beschermers zijn, heeft tot doel het initiëren en ondersteunen van uitwisselingsprogramma’s tussen Nederland en de VS op het gebied van onderwijs, kleinkunst, wetenschappen, etc. Hiertoe worden onder andere de Fulbright-beurzen beschikbaar gesteld. In 1965 startte het ANP met de uitgave van een Engelstalige nieuwsbrief voor de buitenlandse gemeenschap, het ANP News Bulletin. In 1997 nam het Netherlands Info Services BV (NIS) het tijdschrift over en zette het voort onder de naam NIS News Bulletin. Het is de langst verschijnende Nederlandse krant in het Engels.

Daarnaast zijn er allerlei lokale verenigingen, verspreid over de hele VS. Op de website van NY400 Holland on the Hudson, speciaal ingericht voor de herdenking van 400 jaar blijvende vriendschap tussen Nederland en de VS, staat een lijst van maar liefst 75 verenigingen (www.ny400.org/get_in_touch.php). Hun namen zijn allemaal Engelstalig of gevormd van internationale woorden, op enkele aardige uitzonderingen na: de Hollandse Jonkies in Amerika in Gillette NJ, De Wapenbroeders in Corona CA, Voor Elk Wat Wils in Grand Rapids MI en De Wieken in Raleigh NC. Sommige van de verenigingen zijn opgericht als gezelligheidsverenigingen, andere om culturele of zakelijke belangen te behartigen, een enkele draait om sport of toneel, of is speciaal voor homoseksuelen. De meeste staan open voor Nederlanders, Vlamingen en geïnteresseerden. Veel ervan hebben een website en sommige geven een nieuwsbrief uit. In vijftien staten worden bovendien borrels voor het Dutch expat network gehouden (zie nlborrels.com).

Op de website goDutch.com wordt een omvangrijke lijst gegeven van bedrijven die zich speciaal richten op de Nederlandse markt in de VS, die Nederlandse producten aanbieden of die door Nederlanders worden gerund. Het kost geld om te adverteren op deze website, maar veel bedrijven vinden het kennelijk belangrijk erop aanwezig te zijn. In februari 2009 is het Flanders House geopend in New York. Dit is een nonprofitorganisatie die alle Vlaamse activiteiten in de VS op het gebied van handel, toerisme en dergelijke coördineert. De bundeling van activiteiten heeft tot doel een consistent beeld van Vlaanderen in de VS te scheppen. Op internet wordt wekelijks een Engelstalig onafhankelijk nieuwsmagazijn over Vlaanderen gepubliceerd, Flanders Today (www.flanderstoday.eu).

Voor Amerikanen die willen weten wie hun ‘Dutch ancestors’ waren, bestaan er speciale websites als www.traceyourdutchroots.com/roots en www.genlias.nl/en. Internet heeft Amerikanen met heimwee naar hun ‘Dutch Heritage’ sowieso een boel te bieden. Er bestaan diverse websites waar men herinneringen kan ophalen en van gedachten kan wisselen met geestverwanten; zo kan men zich bij goDutch.com abonneren op the Windmill Herald, ‘Your Dutch North American newspaper’, en men kan kwaliteitsvoedsel bestellen bij de website van Dutch heritage baking and catering. Ook de Vlamingen in en rond Detroit of in Victor hoeven niet verstoken te blijven van herinneringen aan hun vaderland. Zij kunnen de Gazette van Detroit lezen, geschreven door en voor (afstammelingen van) Vlaamse immigranten en in 2006 geheel gerestyled, en hun heimwee verdrinken in Vlaamse cafés. Ze kunnen eenmaal per jaar nog balspelen zoals rolle bolle (zie 2.11) beoefenen, die in hun land van herkomst al verdwenen zijn. Of ze kunnen het twee keer per jaar verschijnende Flemish American Heritage Magazine lezen, dat sinds 1983 wordt gepubliceerd door de Genealogical Society of Flemish Americans in Roseville, Michigan.

De laatste decennia figureert de Nederlandse cultuur in een aantal Amerikaanse literaire werken. Hierin komen voor de couleur locale allerlei Nederlandse woorden voor. In 1995 publiceerde Michael Pye The Drowning Room, dat in 1642 speelt, gedeeltelijk in Amsterdam en gedeeltelijk in Nieuw-Amsterdam, met een zekere Gretje Reyniers in de hoofdrol. In 1998 schreef Tracy Chevalier Girl with a Pearl Earring over het dienstmeisje op een schilderij van Johannes Vermeer. City of Dreams: A Novel of Nieuw Amsterdam and Early Manhattan van Beverly Swerling uit 2002 en The Mevrouw Who Saved Manhattan: A Novel of New Amsterdam van Bill Greer uit 2009 zijn in Nieuw-Nederland gesitueerd. Daarnaast verschijnen er, zo blijkt bijvoorbeeld op de website goDutch.com, talloze non-fictieboeken voor een algemeen publiek over Nederlandse immigratie, cultuur, kunst, design, recepten en de Nederlandse taal. Ook in wetenschappelijke kringen hebben de Nederlandse cultuur en geschiedenis niet te klagen over aandacht. Ik beperk me tot enkele highlights. Vanaf 1974 heeft Charles Gehring in opdracht van de New York State Library de Nieuw-Nederlandse documenten in New Yorkse archieven in het Engels vertaald. Inmiddels zijn er achttien delen verschenen. De werkzaamheden vallen onder het New Netherland Project; zie de informatieve website www.nnp.org. Op de website is onder andere een omvangrijke lijst te vinden met biografieën van beroemde ‘Dutch Americans’, van Humphrey Bogart, Marlon Brando, Dick van Dyke, Clint Eastwood, Thomas Edinson, Audrey Hepburn, Willem J. Kolff, Willem de Kooning, Herman Melville, Piet Mondriaan en Meryl Streep tot Bruce Springsteen. Het New Netherland Project wordt gesteund door het New Netherland Institute, dat door middel van een groot aantal activiteiten aandacht vraagt voor de Nederlandse geschiedenis van koloniaal Amerika. Het geeft een kwartaalblad uit getiteld De Nieu Nederlanse Marcurius.

Mede op basis van de nieuwe gegevens die door het New Netherland Project beschikbaar zijn gekomen, zijn er recent enkele nieuwe werken geschreven over de Nieuw-Nederlandse periode: in 2004 het al genoemde The Island at the Center of the World van Russell Shorto en in 2005 New Netherland: A Dutch Colony in SeventeenthCentury America van de Nederlandse historicus Jaap Jacobs. In 2006 publiceerde Hans Krabbendam een boek over Nederlandse emigratie naar Amerika tussen 1840 en 1940.

Het is opmerkelijk dat het aantal universitaire instellingen in de VS waar Nederlands wordt gedoceerd, de laatste jaren is afgenomen, ondanks de genoemde wetenschappelijke belangstelling voor de Nederlandse geschiedenis en kunst. In 1949 waren dat er twee: Columbia University en Calvin College. In 1960 was dit aantal opgelopen tot 6 en in 1977 zelfs tot 24. Maar daarna heeft opnieuw een daling ingezet: in 2009 wordt Nederlands op nog maar 15 instellingen gedoceerd. Drie daarvan bevinden zich in New York: State University of New York, Albany; Cornell University, Ithaca, New York; en Columbia University, New York. Twee ervan zijn opgericht door de Christian Reformed Church: Calvin College, Grand Rapids, Michigan en Dordt College, Sioux Center, Iowa. De overige zijn de University of Michigan, Ann Arbor; University of Texas, Austin; University of California, Berkeley; University of California, Los Angeles; Indiana University; University of North Carolina; University of Maryland; University of Wisconsin, Madison; University of Minnesota; en University of Pennsylvania. In het studiejaar 2007-2008 waren er 915 studenten die Nederlands aan een universiteit in de VS volgden. Het lijkt alsof er in de VS in de laatste decennia van de twintigste eeuw en het eerste decennium van de 21e eeuw sprake is van een kleine hausse in belangstelling voor Nederland. Ontwaren wij hier een nieuwe Holland Mania, vergelijkbaar met die van rond de vorige eeuwwisseling, of is dit wishful thinking? De tijd zal het leren. Wellicht wordt de trend versterkt door het Hudson-herdenkingsjaar in 2009. Voor de Nederlandse taal maakt dat in ieder geval niet uit, want die zal als thuistaal in de VS geen opgang meer maken. Het Amerikaans-Engels zal dan ook geen nieuwe Nederlandse leenwoorden meer overnemen van immigranten of afstammelingen van immigranten uit de negentiende of de twintigste eeuw. Inmiddels is de bijdrage die het Nederlands in de afgelopen vier eeuwen aan het Amerikaans-Engels heeft geleverd, echter substantieel te noemen. Waaruit die bijdrage bestaat, blijkt in het volgende hoofdstuk.