best room, salon, ontvangkamer (Craigie, DARE).

– Naar Nederlands bestekamer; overgenomen in de zeventiende of achttiende eeuw en regionaal nog in gebruik.

* De vorming van de samenstelling best room heeft plaatsgevonden in het een parlour. De best room is de kamer die het best, het mooist is ingericht en vaak alleen gebruikt werd op zondagen of voor bijzondere gelegenheden, aldus Craigie.

Waarschijnlijk hebben de Amerikanen voor dit begrip een nieuw woord gevormd naar het voorbeeld van het Nederlandse bestekamer.

Dit betekent precies hetzelfde, en er zijn meer woorden op dit terrein uit het Nederlands overgenomen. Alleen Schele de Vere noemt in 1872 dit woord een Nederlands leenwoord, en ik vermoed dat hij daarmee de spijker op de kop slaat.

In het Amerikaans-Engels was vroeger ook sprake van best parlor; dit woord werd onder andere gebruikt door Knickerbocker (Irving) in zijn History of New York: ‘All visits of form and state were received with something of court ceremony in the best parlor.’ Met de stijgende welvaart is het begrip zowel in Nederland als in de VS verouderd geraakt. In het regionale Amerikaans-Engels komt het nog voor als verouderd woord. De vermeldingen in DARE stammen allemaal uit plaatsen waar Nederlandse immigranten in de negentiende en twintigste eeuw heen zijn getrokken. Het is dus mogelijk dat het woord zowel door de eerste stroom Nederlandse immigranten als door de tweede is meegenomen naar de VS.

1719 Moodey and I … were married … in the best room below stairs. … Had a very good Dinner … in the best room.

1771 I should like to have one window in the best Parlour.

1833 The room in which they were incarcerated was the parlor, or ‘best room,’ of his paternal home.

1841 The main part of the house, containing the ‘best parlor,’ and other rooms which were not in constant use, was shut up.

1872 The custom, also, to keep one room in the house as the best room, and to call it so, which still prevails in most of the Northern States, has been bequeathed to this generation by the first Dutch settlers of New York.

The same name and usage may still be found in all the old towns of Holland, where these rooms are kept as dark as here, to preserve the furniture, and only opened on great occasions, when company is expected. (Schele de Vere)

1907 Best room … Old-fashioned front parlor, used only on formal occasions, such as the visit of the minister.

1941 Most New England houses built more than a generation ago have one ‘best’ room set aside for use on special occasions only.

1973 Three respondents in Minnesota and Iowa, of Ohio and Connecticut background, reported the use of best room, a minor variant in New England.

block, aan elkaar gebouwde groep huizen of andere gebouwen (Craigie, DARE, Webster).

– Waarschijnlijk van Nederlands blok, vroeger gespeld als block; overgenomen in de zeventiende of achttiende eeuw en nog algemeen in gebruik.

* Dankzij de in 1984 opgerichte boyband ‘New Kids on the Block’ kent de hele wereld de Amerikaanse uitdrukking new kid on the block ‘een nieuwkomer’.

En ook de benaming blockbuster voor een toneelstuk of film die enorm veel publiek trekt, is door vele andere talen overgenomen. De samenstelling blockbuster dateert overigens uit de Tweede Wereldoorlog en had toen een veel onaangenamere betekenis; er werd namelijk ‘een bom die een heel huizenblok kon vernietigen’ mee aangeduid.

In new kid on the block en blockbuster zit het woord block in de betekenis ‘aaneengesloten huizenblok’. Blok of block is een woord dat in diverse talen voorkomt met de algemene betekenis ‘massief stuk hout’. Het woord is ontstaan in het Nederlands. Het Nederlandse blok is onder andere overgenomen door het Frans, waarna het Brits-Engels het woord al in de veertiende eeuw uit het Frans geleend heeft. Zowel de Engelsen als de Nederlanders namen het woord block mee naar het nieuwe continent Amerika.

In de zeventiende eeuw kreeg het woord block in het Nederlands een nieuwe betekenis, namelijk die van ‘een aantal aaneengebouwde huizen’. Deze betekenis werd onder andere gebruikt door de beroemde wiskundige Simon Stevin.

DARE vermoedt dat het Amerikaans-Engels deze betekenis heeft overgenomen uit het Nederlands, en dat zal dan al in de zeventiende of achttiende eeuw zijn gebeurd. Wat de Nederlanders een blok huizen, huizenblok of woonblok noemen, heet in het Amerikaans-Engels block of buildings en block of houses.

In het Nederlands kan blok alleen gebruikt worden voor een groep van meerdere huizen. In het Amerikaans-Engels is de betekenis van het woord uitgebreid: het kan ook gebruikt worden voor een groot alleenstaand gebouw en, volgens DARE voornamelijk in New England, voor een appartementengebouw.

1796 A fire broke out … and raged with such fury as to baffle all human exertion, till it had laid in ashes the whole block of buildings.

1801 The buildings [in Washington] are brick, and erected in what are called large blocks, that is, from two to five or six houses joined together, and appear like one long building.

1881 In the case of Milwaukee … solid blocks of houses flush with the sidewalk are very few.

1967 Block houses – a row of houses that fill the block. (DARE)

bowery, beruchte, slecht bekend staande wijk van een stad (Craigie, DARE, Webster).

– Van Nederlands bouwerij ‘boerderij’; overgenomen in de zeventiende eeuw en nog in gebruik.

* Het woord bouwerij heeft in de VS een spannende geschiedenis doorgemaakt.

Aanvankelijk werd het gebruikt voor ‘een boerderij in de vroege Nederlandse vestigingen in de staat New York’.

1654 But before we weighed anchor, their boweries were in flames; Dutch and English were slain.

Hier is sprake van het Nederlandse bouwerij, een afleiding van bouwen ‘landbouw bedrijven’ en vroeger het normale woord voor ‘boerderij’.

Tegenwoordig is dit woord in het Nederlands vervangen door boerderij, een afleiding van boer. Het woord boerderij ontstond juist in de periode dat de Nederlanders zich vestigden in Nieuw-Nederland. Peter Stuyvesant kreeg in zijn functie van gouverneur van Nieuw-Nederland, die hij van 1647 tot 1664 bekleedde, de grootste boerderij toegewezen. In 1651 kocht hij een tweede boerderij in de buurt, en omringend land. Het geheel noemde hij De Grote Bouwerij – hij gebruikte dus niet het neologisme boerderij. Dit land bleef overigens tot 1970 in handen van nakomelingen van Stuyvesant! Het is niet bekend hoe de Nederlanders de weg noemden die naar de boerderijen leidde; in documenten wordt alleen gesproken over de weg, de straat en dergelijke. Maar in een Amerikaans-Engels document uit 1690 spreekt men van een weg ‘commonly called the Bowry Lane or Highway’.

Dit werd in de achttiende eeuw verkort tot The Bowery, wat in 1813 de officiële naam werd, en zo is de straat nog steeds bekend.

1787 I … left the city by way of the Bowery.

In de loop van de achttiende eeuw werd The Bowery een luxe straat met dure woonhuizen en modieuze winkels.

Maar een eeuw later was de straat zeer achteruitgegaan, en daardoor kreeg bowery de betekenis ‘een straat of wijk berucht vanwege goedkope kroegen en daklozen’. De straatschoffies die hier rondzwierven en zich verenigden in gangs, werden Bowery boys genoemd; rond 1900 verdwenen zij, maar een halve eeuw later werd hun leven in een reeks films geromantiseerd door een groep acteurs die zich met de naam The Bowery Boys tooide.

1840 The Bowery boys of New York have, in our opinion, eclipsed the nice young men in Baltimore.

1872 But that crowded thoroughfare of New York, the Bowery, which for years reproduced all the fierce violence and reckless crime of ancient Alsatia, has little to remind us of the pleasant Bouvery, the garden-bower of old Dutch governors, who here enjoyed their fragrant flowers and luscious fruits in quiet rural retreats. (Schele de Vere) In 1906 kon men bowery nog gebruiken in de algemene betekenis ‘slecht bekend staande stadswijk’; zo schreef de New York Times over ‘Decatur Street, which in a way is Atlanta’s Bowery’. En nog in 1967- 1969 noemden informanten van DARE uit Pennsylvania en Texas een slecht bekend staande wijk in hun stad the bowery.

Maar sinds de Manhattanse straat The Bowery weer in aanzien en prijzen is gestegen, verdwijnt dit taalgebruik steeds meer naar de achtergrond: moderne Amerikanen zien het verband niet meer tussen de dure Bowery en een achterbuurt. En dankzij deze straatnaam is het Nederlandse woord bouwerij aan iedere Amerikaan bekend, terwijl de meeste Nederlanders het woord bouwerij zonder uitleg niet begrijpen.

caboose, laatste wagon van een goederentrein waar bemanningsleden kunnen koken, eten en slapen (Craigie, DARE, Webster).

– Van Nederlands kombuis, vroeger ook kabuis ‘keuken op een schip’; overgenomen in de zeventiende of achttiende eeuw en nog in gebruik.

* De betekenis ‘laatste wagon van een goederentrein’ heeft caboose gekregen in de VS. De geschiedenis van het woord begint bij de Nederlandse scheepsterm kombuis, ook kabuis, voor een keuken op een schip. Dankzij het feit dat de Nederlandse scheepsbouwers in de zeventiende en achttiende eeuw in heel Europa en daarbuiten toonaangevend waren, zijn veel Nederlandse scheepstermen door andere talen overgenomen.

Dat geldt ook voor het woord kombuis.

De Nederlandse zeelieden gingen dit woord in overzeese gebieden ook gebruiken voor een keuken aan de vaste wal – de landrotten in de Lage Landen noemden dat een keuken. Als gevolg hiervan is in het Afrikaans kombuis het normale woord voor een keuken geworden.

Ook op het Amerikaanse continent werd het Nederlandse kombuis geleend, aanvankelijk als ‘scheepskeuken’.

Die betekenis is halverwege de achttiende eeuw gevonden; ook het Brits-Engels heeft dit overgenomen, maar pas 20 jaar later.

1747 They shipp’d a Sea which carried overboard … their Boat and Carpouse.

1848 Caboose. The common pronunciation for camboose (Dutch kombuis), a ship’s cooking-range or kitchen. (Bartlett) Al snel werd het woord in Amerika ook gebruikt voor ‘kampoven, veldkeuken’:

1786 For sale, One elegant patent caboose.

Beide betekenissen zijn inmiddels in het Amerikaans-Engels verouderd. Daar staat echter tegenover dat het woord in het Amerikaans-Engels een geheel eigen leven is gaan leiden. Omdat keukens op land vaak in aparte gebouwtjes waren gevestigd, kon de betekenis gemakkelijk verschuiven naar ‘keet, barak’ in het algemeen.

1839 We have a postmaster in our own little village … and in his little caboose of a post office I have found electioneering interferences.

De normale, moderne betekenis van caboose is ontstaan tijdens de grote negentiende-eeuwse trek naar het westen. De pioniers die in wagon trains, lange rijen huifkarren, naar het westen trokken, vervoerden de levensmiddelen in de laatste huifkar, die ze de caboose wagon noemden, kortweg de caboose.

Toen in de loop van de negentiende eeuw de wagon trains werden vervangen door spoorwegtreinen, werd de naam overgedragen op het nieuwe vervoermiddel, samen met de gewoonte van de bemanning om in het achterste deel, de caboose of caboose car, te koken en te eten.

1861 Another midnight ride in the ‘Caboose’ of a freight train.

1862 No. of Caboose Cars [on Central Railroad of New-Jersey], 6.

In het regionale Amerikaans-Engels heeft caboose, zo constateert DARE, nog meer nieuwe overdrachtelijke betekenissen gekregen, namelijk: ‘klein, benauwd gebouwtje of ruimte binnen een gebouw; koeienhuid vastgemaakt onder een wagon als bergruimte; en iets dat achteraan komt of laatste is in een reeks, zoals: a. het achterwerk, de billen (1932), b. het laatstgeboren kind in een gezin (1950), c. iemand die anderen navolgt of imiteert; iemand die zich laat beetnemen (1969).

Terwijl het woord kombuis in de Lage Landen slechts een beperkt nautisch gebruik kent, heeft het in de VS een grote vlucht genomen.

clothes room, klerenkast, vertrek waar men kleren ophangt (Craigie, DARE).

– Waarschijnlijk gevormd naar Nederlands kleerkamer, kleedkamer ‘vertrek waar men kleren ophangt, gaderobe’; overgenomen in de zeventiende of achttiende eeuw en regionaal nog in gebruik.

* Clothes room wordt in het noorden (vooral het noordoosten) van de VS gebruikt in plaats van het normale closet, en het is waarschijnlijk een letterlijke vertaling van het Nederlandse kleerkamer, kleedkamer. Het woord kan al in de zeventiende of achttiende eeuw zijn overgenomen van de eerste stroom immigranten, net als best room, want nog in 1967 wordt het door verschillende informanten uit New York genoemd.

1857 In the attic.. a space for lumber is marked on the plan; but this might be used as a clothes-room.

1865 She vanished up the end staircase, and hid herself away in the old clothes-room.

1967-70 (A built-in space in a room for hanging clothes) Clothes room. (DARE)

crawl, afgeperkte ruimte om verschillende zeedieren levend te houden in ondiep water (Craigie, DARE, Webster).

– Van Nederlands kraal, ook koraal ‘omsloten, afgeperkte ruimte voor vee of andere zoogdieren’; overgenomen in de zeventiende eeuw en regionaal nog in gebruik.

* De Nederlanders hebben het woord kraal in Indonesië en Zuid-Afrika geleend uit het Portugees. Een kraal duidt een omheinde ruimte aan waarin vee of andere zoogdieren worden gehouden.

Het woord is in het Amerikaans-Engels overgenomen, maar in een bijzondere betekenis. Voor een omheinde ruimte voor vee had het Amerikaans-Engels namelijk al een eigen woord; dat heette vanaf het begin van de zeventiende eeuw een pen (pas in de negentiende eeuw nam men corral over uit het Spaans).

De Amerikanen gingen nu het Nederlandse leenwoord crawl gebruiken voor ‘een afgeperkte ruimte om zeedieren zoals zeeschildpadden of moerasschildpadden te houden’. Volgens DARE komt dit regionaal momenteel voornamelijk voor in de zuidelijke staten langs de Atlantische Oceaan.

1682 They bring them [turtles] in Sloops alive, and afterwards keep them in Crauls, which is a particular place of Salt Water of Depth and Room for them to swim in, pallisado’d or staked, in round above the Water’s surface.

1881 Crawl… A pen or corral made of upright stakes wattled together, intended to hold sponges while being cleaned; or turtle awaiting a market.

1966 And then they had what they called crawls, that was places fixed where they could come in with their sponge and put ’em in them places. And then they’d clean ’em. (DARE)

1981 The word crawl is in current use as a noun in Key West, Florida. I saw sea turtles in crawls there in 1979.

Perhaps other sea creatures are also kept in crawls. (DARE)

hay barrack, keet om hooi in op te slaan (Craigie, DARE, Webster).

– Van Nederlands hooiberg; overgenomen in de zeventiende of achttiende eeuw en nog in gebruik.

* Nederlandse boeren bewaren het hooi in een hoge, vaste stapel binnen een stellage van vier palen met daarop een kap.

De naam voor een dergelijke hooiberg is in het Amerikaans-Engels overgenomen.

Daarbij is het onherkenbare tweede gedeelte berg volksetymologisch veranderd in barrack: de stellage lijkt ook wel wat op een keet of huisje. Uit de gegevens van DARE blijkt dat het woord regionaal vooral in het noordoosten en ten zuiden daarvan langs de Atlantische Oceaan voorkomt.

1797 Thomas Shoemaker and I measured at the hay barrack, below the house, where the water left a mark, and found it had been five feet four inches.

1848 Hay barrack. (Dutch, Hooi-berg, a hay-rick.) A straw-thatched roof, supported by four posts, capable of being raised or lowered at pleasure, under which hay is kept. A term peculiar to New York State. (Bartlett)

1872 hay-barrack, a somewhat ludicrous corruption of hooiberg (hay-mountain), is in like manner locally applied to a thatched roof supported on four posts, under which hay is protected against the weather. (Schele de Vere)

1965-70 Hay barrack – four corner poles, pole sides added, roof raised as needed on pegs. (DARE)

stoop, bordes, veranda (Craigie, DARE, Webster).

– Van Nederlands stoep, tegenwoordig ‘trottoir’, vroeger ook ‘stenen opstap voor de ingang van een huis’; overgenomen in de zeventiende eeuw en nog in gebruik.

* Het clichébeeld van een Nederlandse burgher is een gezette man, gekleed in een jasje, vest en knickerbockers met een pijp in de mond gezeten op een bankje op een stoop. Dit beeld is grotendeels te danken aan Washington Irvings geesteskind Diedrich Knickerbocker, die in A History of New York Stuyvesant een aantal malen opvoert op een stoop: bijvoorbeeld in de hoofdstukken 41 en 54:

1809 They found him [Stuyvesant], according to custom, smoking his afternoon pipe on the “stoop,” or bench at the porch of his house

1809 Justice he often dispensed in the primitive patriarchal way, seated on the “stoep” before the door, under the shade of a great button-wood tree.

Vooral de illustraties in het boek zullen de stoops brede bekendheid hebben gegeven.

Maar het woord komt al eerder voor in het Amerikaans-Engels, bijvoorbeeld:

1755 Houses of one Story & a Stoop to each.

1789 Several persons were in a stoop and at windows within fifteen or twenty feet from the tree.

afbeelding

Illustratie 2.49 – Stoop voor het Rip van Winkle House in Poughkeepsie (bron: privécollectie)

Tegenwoordig kennen de meeste Nederlandse huizen geen stoepen in de oorspronkelijke betekenis meer, en daar waar ze nog wel voorkomen, heten ze veranda of bordes. Maar vroeger gebruikte men in het Nederlands stoep ook voor ‘kleine veranda met bankjes of stoelen’, en dat is precies de oorspronkelijke betekenis die Craigie vermeldt voor het Amerikaans-Engelse stoop. Vanwege het mooie klimaat bouwden de Nederlanders voor hun huisjes stoepen waarop ze ’s avonds buiten konden zitten, en die gewoonte werd door de Yankees overgenomen en ook buiten New England verbreid. Daarbij werd de betekenis van het woord stoop in het Amerikaans-Engels verruimd; tegenwoordig gebruikt men het voor ‘ieder klein bordes, veranda, of opgang naar een huisdeur’. Doordat in het Nederlands de oorspronkelijke betekenis van het woord inmiddels verdwenen is, duiden stoep en stoop tegenwoordig twee heel verschillende dingen aan. De volgende citaten vertellen iets over de verbreiding van het woord stoop in de VS.

1848 Stoop. (Dutch, stoep.) The steps at the entrance of a house; door-steps.

It is also applied to a porch with seats, a piazza, or balustrade.

This, unlike most of the words received from the Dutch, has extended, in consequence of the uniform style of building that prevails throughout the country, beyond the bounds of New York State, as far as the backwoods of Canada. … “Nearly all the houses [in Albany] were built with their gables to the streets, and each had heavy wooden Dutch stoops, with seats at the door.” … (Bartlett)

1872 [T]he stoop of our houses is … a genuine addition which we owe to New Netherlands. The good burghers loved to sit on their stoeps (seats) smoking their pipes in peace and “lordly silence,” and having wife and children on the stoep bancke by their side. The custom was pleasant and well adapted to our climate, and hence soon spread all over the country; with it the stoop became the common name for any covered or open porch with seats, in front of a house. … In Canada the word is often written stoup and in the West occasionally stowp, but probably more from inattention than any purpose to naturalize it by a change of form. (Schele de Vere)