2.6 Eigenschappen en persoonsaanduidingen

Er zijn vier bijvoeglijke naamwoorden uit het Nederlands geleend, twee in de zeventiende of achttiende eeuw (feest, logy) en twee in de negentiende of twintigste eeuw (benaut, mauger). Alleen logy is redelijk verbreid. Er zijn drie persoonsaanduidingen geleend, alle drie in de negentiende of twintigste eeuw: astamagootis, dumbhead en rip van winkle. De laatste twee worden nog regelmatig gebruikt, maar rip van winkle is, net als knickerbockers (in 2.13), eerder een literaire dan een echt Nederlandse ontlening. Tot slot zijn er in de negentiende eeuw twee werkwoorden geleend, het veelgebruikte assing around en het alleen regionaal bekende to have long fingers.

Bijna alle woorden op dit terrein zijn dus in de negentiende of twintigste eeuw geleend, en van de negen woorden zijn er vier behoorlijk tot zeer frequent.