Gapend gat
Met de andere afhaalmoeders raakte ik op het schoolplein in gesprek over geld. Wat bleek? Het zijn dure tijden. Dat is de schuld van de euro, en ook van de kinderen die recalcitrant uit gloednieuwe merkschoentjes blijven groeien. Ik duwde mijn zoontje met mijn heup snel een eindje opzij, want hij liep ondanks de kou toevallig juist op vier maten te kleine bloemetjesslippers van zijn nichtje, het eigeel van het ontbijt hing hem nog op de kin en hij had bovendien in een van de vele onbewaakte ogenblikken met vaders mesje een van zijn wenkbrauwen afgeschoren; al met al een navrant staaltje van ranzig moederschap.
‘Ik kom er niet meer van 75 euro per week, hoor’, sprak een tobberige mevrouw in een Wehkamp-weer-en-wind-parka. ‘Wat zijn jullie nou kwijt aan de boodschappen?’ Terwijl alle aanwezigen om beurten een onwaarschijnlijk laag bedrag noemden, dacht ik koortsachtig na. Wat zou ik eens zeggen? ‘Ik weet het niet precies, maar in ieder geval wel ongeveer mijn hele salaris?’ De naakte waarheid, maar het staat zo slonzig.
Bij mij om de hoek ligt een schattig winkelstraatje, vol biologische vleesdesigners, hoogopgeleide chocolatiers en bevlogen slijters, waar je voor veel geld fijne dingen meekrijgt in een mooi, glimmend tasje met een koordje. Beneveld door de prettige dampen van handgepekelde pancetta en prijswinnende truffeltaart schud ik daar dagelijks mijn portemonnee leeg. 75 euro per week? Alleen al bij de bakker, waarschijnlijk. Je krijgt wél overal sussende spaarzegeltjes bij, die de kinderen op regenachtige middagen zouden inplakken. Door het hele huis liggen ze, lange blauwwitte slierten verspilling en zelfverwijt.
Van de week bekende mijn dochter dat ze haar zesgranenpompoenpitsandwiches met boerenbrie, rucola en kalfsrosbief op school meestal ruilt met Otis en Abeltje, voor ‘zo’n lekkere zachte witte boterham met leverworst’. Een teken aan de wand. Bovendien ontbrak het ons al weken aan prozaïsche doch nuttige spullen als afwasmiddel en vuilniszakken, en bij gebrek aan wc-papier gebruikten we onaangenaam stugge kerstservetten. Kom jongens, op naar de grootste supermarkt die we kunnen vinden!
Joelend als bij een schoolreisje stormden mijn kinderen door de poorten van de levensmiddelengigant. Het was trouwens wel even schrikken. Nergens een handenwrijvende, plakjes huisgerookte beenham ronddelende uitbater te bekennen. Het personeel bestond uit pipse illegalen, met de kleding en gelaatsuitdrukking van zo’n belegen stoffelijk overschot in een politiebericht. Je moest alles zelf pakken uit gescheurde kartonnen dozen, het rook er scherp naar armoedig waspoeder en overal stonden bakken met vleeskleurige onderbroeken maat 50, literblikken doperwten, merkloze sigarettenhulzen en andere deprimerende huishoudbehoeften.
Maar wat was er veel en wat kostte alles weinig! In een koorts van deugdzame koopdrift duwde ik de belachelijk grote winkelwagen langs de schappen. Eindelijk kon ik al die lang ontbeerde spullen kopen die men in huis hoort te hebben. Afwasborstels, beschuiten, diepvrieszakjes... De baby kreeg wat lichtgevend adhd-snoep, de andere kinderen sleepten krijsend van hebzucht alles aan wat met Spongebob-, Spiderman- of Bob de Bouwer-plaatjes was bedrukt, toch gauw 60 procent van het assortiment. En voort maar weer. Waxinelichtjes, bakpapier, wasknijpers... Met een krat keukenstroop balancerend op de voordeelkist schuurpoeder laadde ik een extra karretje vol dozen Suurdroesem-vallei, een uitsonderlike droë rooiwyn met vrugtige boeket voor 2,19 euro de liter. En een leverworst van een pond voor, ongelogen, 27 cent. Bij de kassa was ik desondanks een klein maandsalaris kwijt, en thuis puilen de kasten nu hinderlijk uit van aankopen waar bij nader inzien niemand bij gebaat is. Die leverworst waar het om begonnen was, smaakt volgens mijn dochter naar oksels.
Dus nu maak ik gewoon weer het dagelijkse rondje langs de delicatessen. Nou ja, als het oorlog wordt zitten we in ieder geval niet zonder ovenspray. En die wijn is trouwens heerlijk. Al heb je nog zo’n gapend gat in je hand: een paar glaasjes en je voelt er niks meer van.