Verloren scheetkussenparadijs
Door een akelige speling van het lot bezitten mijn kinderen sinds kort vier scheetkussens, terwijl één toch ruim voldoende is. De nieuwe feestartikelenwinkel om de hoek deelt ze uit bij wijze van klantenbinding, en een huisvriend met een wonderlijk gevoel voor humor bracht er laatst nóg twee mee, want hij meent, helaas terecht, dat men een kind met niets zo blij kan maken als met een combinatie van poep, practical joke en lawaai. Als je pas drie bent is zelfs de aanblik van een schone onderbroek al aanleiding voor lang en slap gehinnik; het geluid van een scheet verandert een complete kleuterklas in een gierende, stuiptrekkende kluwen spichtige ledematen.
‘Whoopee-cushion’ en ‘Lärmsack’ staat er aan weerszijden van het speeltje, zodat ook onze buurlanden niet voor raadsels hoeven te staan. Zo wordt het begrip ‘scheet’ in beide gevallen handig omzeild. De Engelse vertaling impliceert weliswaar tomeloos plezier, maar waagt zich niet aan een plastische omschrijving; de Duitsers geven toe dat het ding lawaai maakt, maar laten, vormelijk als ze zijn, de interpretatie daarvan over aan onze eigen beleefdheid.
In de wereld van de schertsartikelen is het eigenlijk nog een heel lieflijk kleinood, vergeleken met hardcore vermaak als de natuurgetrouwe kotsplak met stukjes, de klapsigaar (bestaat die eigenlijk nog?), de bloederige afgereten hand of het Bin Laden-masker. Maar te veel is te veel. De eerste uren kun je nog smakelijk meeschateren om die onuitputtelijke kindervreugd, na een dag of twee laat je je al eens ‘hè, toe nou jongens’ ontvallen en na een week zie je jezelf in de weerspiegeling van het broodrooster: met een van haat vertrokken gezicht, het vleesmes reeds geheven boven een klein, zacht, roze voorwerp, de kinderen met angstige gezichtjes smekend: nee, mama, nee!
Tijdens een moeilijk gesprek met schoonouders: frrrrrt! Een telefonisch interview met een Hele Belangrijke Meneer: pfffrrsss! Een wanhoopspoging om met port en openhaardvuur de passie in het huwelijk terug te brengen: rrrrrfffsj!
Zeer obsceen is ook de vormgeving. Bij een mens zit het ventiel kuis verstopt tussen de billen, onschuldige aaibare lichaamsdelen die op aangename wijze de aandacht van de kern van de zaak afleiden. De aars van het scheetkussen daarentegen, in al zijn langwerpige, elastieken flubberigheid, werpt de toeschouwer wel erg rauw terug op zijn eigen essentie. Zijn wij eigenlijk niet allen weinig meer dan een lopend, pratend scheetkussen? Om dit soort demoraliserende gedachten zit men in het algemeen niet verlegen, en zeker niet in het holst van januari.
Toen de kinderen sliepen heb ik daarom drie van de vier kussens in een diepe kast verstopt. Bij poezen werkt zoiets prima; je kunt hun jongen weggeven, zolang ze er nog één over hebben merken ze er niks van. De kinderen bleven echter de hele volgende dag rusteloos op zoek, terwijl ik ze met een verbeten glimlach de nog zo goed als ongebruikte dure en verantwoorde kerstcadeautjes onder de aandacht probeerde te brengen. Vergeefs. Het enig overgebleven kussentje werd er alleen nog maar begeerlijker door. Als bij een moeizame echtscheiding werd het zorgrecht verdeeld: ieder om de beurt een kwartier. Maar omdat de één nog geen klok kan kijken en de ander een vals kreng is, kwam daar natuurlijk toch narigheid van op een niveau dat ouderlijk ingrijpen vereiste.
Nu kun je mijn dochter gelukkig op elk gewenst moment onschadelijk maken door de tv aan te zetten. De kleurige klereherrie van Fox Kids doet haar als een vadsig vod met open mond neerzijgen, een kunstmatig coma waar je haar alleen uit krijgt door haar geruime tijd heel hard te stompen of naast haar hoofd met een chipszak te kraken. Maar haar kleine broertje geeft niet om tv. En in zijn machteloze woede over de desertie van zijn grote zus, het verloren scheetkussenparadijs en het onrecht van het leven in het algemeen stampte hij met zijn harde schoentjes net zo lang op het laatste kussentje tot het voorgoed zijn allerlaatste scheet uitblies. En daar moesten ze toen gelukkig allebei heel hard om lachen.