Ober

Wie zegt er nog ‘ober’ tegen een ober? De aanspreekvorm heeft op de een of andere manier iets onaardigs; zoals je een hoer ook niet met ‘hoer’ aanspreekt, maar waarschijnlijk met ‘mevrouw’ en een vuilnisman met ‘meneer’, terwijl je een dokter juist weer wel gerust in zijn gezicht ‘dokter’ kunt noemen.

Het zit zo: obers, hoeren en vuilnismannen worden betaald om dingen te doen waar andere mensen geen zin in hebben. Nederlanders vinden dat genant. Het is al erg genoeg dat je je door iemand laat bedienen,vinden ze, laat staan dat je zo’n vernederend beroep over een vol terras zou durven laten schallen. Ook de obers zelf schamen zich blijkbaar voor hun vak, want ze weigeren tegenwoordig het bijpassende uniform te dragen en zijn dus niet meer als zodanig herkenbaar. Tip: de obers zijn meestal de enige personen in het etablissement die niet rusteloos om zich heen speuren of radeloze zwaaibewegingen maken.

Heb je er eenmaal een gefixeerd, dan moet je hem/haar nog aan je tafel zien te krijgen, waarbij het probleem rijst als boven beschreven: het ontbreken van een geschikte aanspreekvorm. Personeel op leeftijd kun je nog met ‘meneer!’ of ‘mevrouw!’ aanroepen, maar een werkstudent zou dergelijke beleefdheidsfrasen weleens als spotternij kunnen opvatten. Dus wat roep je dan? hallo!? mag ik... sorry, ik wou graag wat bestellen!!!!!?

Ha, gelukkig, daar komt er een aan, een jongeling van een jaar of achttien, met op zijn puisterig gelaat het dedain van iemand die in dit grand café honger en dorst in het holle van zijn hand houdt. Zaak is nu de bestelling klein en eenvoudig te houden, bijvoorbeeld ‘twee witte wijn en een portie ossenworst, graag’. Vermijd toevoegingen als ‘met ijs’ of ‘zonder mosterd’ want dan gebeurt het volgende: verward wankelt de knaap naar de keuken om na een minuut of veertig weer te verschijnen met een dienblad waarop twee Fristi, een appelpunt en een kop lauwe tomatensoep.

Ach, wat een verademing is dan het beroemde hotel Van der W. op Schiermonnikoog. In de oude gelagkamer hangt een verlokkende cafélucht van oud bier, sigaren en warm gehakt, de leeftijdsloze obers hebben een lelijk maar keurig pak aan met dito das en een milde, correcte beroepsglimlach die niet van wijken weet. Wij (zes ouders, zeven kinderen) barsten vanuit de wijnrode clubfauteuils voortdurend uit in een orkaan van bestellingen, waarin de ober zich onverstoorbaar staande houdt: ‘Goedemiddag, eh, graag twee cassis, een cola light, een sinas, eennuh droge witte wijn, o nee doe toch maar sherry, drie jonge jenever en een oude, met ijs, toch? Of wat wou jij nou ook weer? Nee, die jónge moet met ijs, tenminste, twee van de drie, en heeft u bitterballen? Ja dág, jij hebt vandaag al twee keer chocomel gehad, nu is het afgelopen! En twee porties bitterballen, graag, een portie pinda’s en een doekje alstublieft, sorry hoor, ik had het hem nog zó gezegd, blijf er dan ook af, nee je krijgt voor straf geen nieuwe, pas nou op er ligt overal glas, hè verdomme! Sorry, maar heeft u misschien ergens een pleister?’

Binnen drie minuten verschijnt de ober met exact de gevraagde bestelling, en ook de rest van de lange avond brengt hij op de geringste wenk geruisloos en per omgaande consumpties. Als wij eindelijk de trappen op stommelen staat hij alweer zacht fluitend harmonicaatjes te vouwen van linnen servetten, voor het ontbijt.

Op de derde avond, na opnieuw een zwaar drinkgelag, gaat een van de dames in ons gezelschap zich te buiten aan een kleine indiscretie. ‘Heet jij Kees?’ lalt ze giechelend tegen de vlekkeloze verschijning met het dienblaadje. ‘Je hebt écht een gezicht om Kees te heten.’ Wij houden de adem in, maar de ober maakt slechts een lichte buiging en spreekt met nauwelijks waarneembare en daardoor sublieme spot: ‘Nee mevrouw, ik heet Henk. Maar als het u een plezier doet, wil ik voor u vanavond gráág Kees heten.’

Pekingeend bij nacht
x97890295756831.xhtml
x97890295756832.xhtml
x97890295756833.xhtml
x97890295756834.xhtml
x97890295756835.xhtml
x97890295756836.xhtml
x97890295756837.xhtml
x97890295756838.xhtml
x97890295756839.xhtml
x978902957568310.xhtml
x978902957568311.xhtml
x978902957568312.xhtml
x978902957568313.xhtml
x978902957568314.xhtml
x978902957568315.xhtml
x978902957568316.xhtml
x978902957568317.xhtml
x978902957568318.xhtml
x978902957568319.xhtml
x978902957568320.xhtml
x978902957568321.xhtml
x978902957568322.xhtml
x978902957568323.xhtml
x978902957568324.xhtml
x978902957568325.xhtml
x978902957568326.xhtml
x978902957568327.xhtml
x978902957568328.xhtml
x978902957568329.xhtml
x978902957568330.xhtml
x978902957568331.xhtml
x978902957568332.xhtml
x978902957568333.xhtml
x978902957568334.xhtml
x978902957568335.xhtml
x978902957568336.xhtml
x978902957568337.xhtml
x978902957568338.xhtml
x978902957568339.xhtml
x978902957568340.xhtml
x978902957568341.xhtml
x978902957568342.xhtml
x978902957568343.xhtml
x978902957568344.xhtml
x978902957568345.xhtml
x978902957568346.xhtml
x978902957568347.xhtml
x978902957568348.xhtml
x978902957568349.xhtml
x978902957568350.xhtml
x978902957568351.xhtml
x978902957568352.xhtml
x978902957568353.xhtml
x978902957568354.xhtml
x978902957568355.xhtml
x978902957568356.xhtml
x978902957568357.xhtml
x978902957568358.xhtml
x978902957568359.xhtml
x978902957568360.xhtml
x978902957568361.xhtml
x978902957568362.xhtml
x978902957568363.xhtml
x978902957568364.xhtml
x978902957568365.xhtml
x978902957568366.xhtml
x978902957568367.xhtml
x978902957568368.xhtml
x978902957568369.xhtml
x978902957568370.xhtml
x978902957568371.xhtml
x978902957568372.xhtml
x978902957568373.xhtml
x978902957568374.xhtml
x978902957568375.xhtml
x978902957568376.xhtml
x978902957568377.xhtml
x978902957568378.xhtml
x978902957568379.xhtml
x978902957568380.xhtml
x978902957568381.xhtml