nee-nee!
Van de hoofdzaken in het leven realiseer je je vaak pas dat je ze had als je ze niet meer hebt. In het bijzonder geldt dat voor de ‘nee-nee!’-sticker op de voordeur. Alles van waarde is weerloos, zeker in de vastberaden pulkvingertjes van een tweejarig kind: met plakband probeerde ik nog te redden wat er te redden viel, maar de najaarsstorm was onverbiddelijk, en blies mijn dapper tegenspartelend (nee...nee...!!!) folderverschrikkertje met een zwerm dorre bladeren de gracht in.
Ze lagen blijkbaar op de loer, de boosaardige bezorgers op hun brommertjes, klaar om hun ongewenste intimiteiten in mijn tot voor kort zo kuise brievenbusje te proppen: binnen luttele minuten viel de Livera Lingeriekrant op de mat, gevolgd door Praxis Voltreffers, C1000 Voordeel, Xenos Surprise-ideeen, het Haagse suffertje De Posthoorn, vuistdikke catalogi van Intertoys, De Keukenconcurrent, de Matrassenkraker, de Dekbedpletter en de Witgoedwalser, alsmede een prijscourant van Chin. Sur. Ind. Spec. Rest. Wan King, ook voor uw Thaise, Griekse, Israëlische en Voormalig Joegoslavische buffetten, met als speciale aanbieding onze beroemde pizza Casanova (extra grote gezinspizza dubbeldik belegd met shoarmavlees, ananas, feta, inktvisringen, kerriekip, ansjovis, gebakken eieren, gyrosgehakt en een teiltje knoflooksaus, Plus Gratis Halve Liter Lambrusco En Bij Zelf Afhalen Onbeperkt Sambuca). Alles uiteraard rijk voorzien van sinterklazigheden in diverse prijsklassen: van een enkel dansend mijtertje bij Dixons tot een kingsize grijnzende bisschop met droste-effect op de hema-folder, merkwaardigerwijs met een van robijnen crucifix voorzien baseballpetje op zijn eerbiedwaardige harses.
Kordaat smeet ik de hele schreeuwerige bende in de papierbak, waar het nuffige stapeltje habituele nrc’s preuts achteruit deinsde. ‘Kop op, jongens, ik vraag direct een nieuwe sticker aan!’ Maar dat kwam er dus niet van, want ik zou bij God niet weten waar je zoiets moest doen, en bovendien zijn er urgentere zaken.
Dacht ik, tot de kinderen uit school kwamen en een nieuwe kwak felgekleurde kinderlokkerij op de mat aantroffen. Zulke blije gezichtjes heb ik niet meer gezien sinds we door een noodlottige samenloop van omstandigheden op één dag drie keer bij McDonald’s terechtkwamen. Mijn dochter hing al op de trap dromerig in de Kruidvatbode te bladeren, mijn vijfjarig zoontje ging breeduit aan tafel zitten achter de Gammafolder, greep een viltstift en begon met een diabolische blik in de ogen motorzagen en asfalteermachines te omcirkelen, en de jongste scheurde grinnikend foto’s van doodenge speelgoedmitrailleurs uit de bijdrage van Bart Smit. Schoolvriendjes werden opgebeld om in de vreugd te komen delen, want ook die gaan gebukt onder het despotisch nee-nee!-beleid van hun ouders. Het stel negeerde mijn haastig uit warme popcorn opgetrokken afleidingsmanoeuvres, en zat met rode wangen van opwinding tussen de bergen nooit gebruikt, verantwoord speelgoed verlanglijsten op te stellen vol schel ratelend of toeterend plastic.
Met de moed der wanhoop zette ik een betoog in over de fuik der commercie, overvloed die leidt tot onbehagen, en dat er elders op de wereld arme kinderen zijn die hun eigen speelgoedmitrailleur moeten maken van lege blikken levertraan en daar veel blijer mee zijn dan met een echte, en trouwens al die batterijen daar komen gaten van in de ozonlaag en dan krijgen de zeehondjes traantjes in hun oogjes en wij allemaal huidkanker, maar het enige resultaat was dat mijn zoontje mij koel aankeek en smaalde: ‘Zeg nou maar gewoon eerlijk dat jij niet genoeg geld verdient om al die leuke dingen te kopen.’ Daarna beet hij zich met smaak vast in de kamerbrede afbeelding van een decoupeerzaag met hulpstukken, tot zijn vader thuiskwam en hem het krantje uit de handjes rukte, niet met opvoedkundig oogmerk, bleek algauw, maar om zich op zijn beurt te verlustigen aan een geil, rood vlakschuurmachientje. Kort daarop trok hij zich terug in zijn werkkamer, onder zijn arm een Wehkamp-catalogus opengeslagen bij het lingeriekatern.
Eenzaam en ontredderd bleef ik achter in de keuken. Op het aanrecht lag een prijscourant van de slijter vol Wilde Wodka Weken, en riep zachtjes mijn naam. Nee! Nee!