Surprise
Wie klein genoeg is om in Sinterklaas te geloven heeft recht op het Totaalpakket, bestaande uit: 1 intocht met stoomboot + schimmel, minimaal 3x schoen zetten met chocoladelettergarantie, 5 of meer zwartepietverschijningen plus onbeperkt pepernoten en, rond het zevende levensjaar, 1 levenslang traumatische ervaring bij Sint op schoot, waarbij de heilige vader naar Beerenburger of mottenballen stinkt en het Grote Boek een met paars crêpepapier overtrokken Medische Winkler Prins uit 1982 blijkt te zijn, zodat de twijfel definitief is gezaaid.
Al met al een volstrekt natuurlijke rite de passage, gevolgd door een nieuwe, opwindende levensfase: het zelfgenoegzaam neerkijken op diepgelovige jongere broertjes en zusjes, en het maken van de prachtigste surprises, bijvoorbeeld een uitgeholde telefoongids, omwikkeld met vier rollen plakband en gevuld met natte ontbijtkoek. Vanaf de tiende verjaardag wordt volstaan met gedichten, en met de puberteit hoort het hele sinterklaasgedoe wel zo’n beetje afgelopen te zijn. Sinterklaas is, kortom, een feest voor kinderen, waarbij volwassenen slechts ontroerd mogen toekijken en in de achterhoede discreet geschenken aanschaffen. Maar wie houdt zich daar nog aan? Meer en meer nemen tweeverdieners van middelbare leeftijd de gelegenheid van het heerlijk avondje te baat om zich, na een paar met slappe hand gestrooide pepernoten, over de ruggen van hun kroost vol te stouwen met drank, drugs en decadente spijzen.
Op de avond van 5 december zie je hoogopgeleide veertigers samendrommen in woningen van gelijkgestemden, rosédampen en rookwolken uitwasemend, de armen vol Peter-van-Straatenkalenders en Supermarktwijngidsen, want voor een inventiever cadeautje zijn ze te lui en te egocentrisch. Laat staan dat iemand zich bekommert om een handgemaakte surprise. Waarom ook, als er zulke geestige spullen te koop zijn? Een jaar of vijf geleden begon de ellende met de inmiddels legendarische snoekbaars van rubber, die, op een plank gespijkerd, luidkeels ‘Take me to the river’ zong. Het ondier luidde een tijdperk in van rollen wc-papier met sudoku’s erop, in de magnetron op te warmen pantoffels, bh’s met glow-in-the-darksluiting of, voor wie het écht schalks wil, een damesonderbroek van eetbaar suikergoed en een koddige vibrator in de vorm van een hamster of komkommer. Onder voos geschater en onbekrompen slempen wordt een en ander uitgepakt.
Intussen loopt het tegen tienen en de aanwezige kinderen hebben nog geen behoorlijk bordje warm eten gehad, laat staan een liedje gezongen: tussen de ruïnes van slordig ingepakte legokastelen moeten de stakkers geschokt toezien hoe hun moeder veel te lang de knie van oom Tim betast en hun grijnzende vader de buurvrouw hapjes afhaalsushi tussen de vet gestifte lippen schuift. Vervolgens komt tante Stefanie, na haar negende gin-tonic, ruggelings ten val boven op de stoomboot van papier-maché, door de kleine Faye in wekenlange huisvlijt met haar priegelvingertjes geknutseld, waarna het kinderverdriet zulke smartelijke vormen aanneemt dat verder brassen onmogelijk wordt. De allerkleinsten worden daarop in een tapijt gerold en achter een geluiddempende radiator geschoven. Iets grotere kleuters krijgen door de verhit giechelende gastvrouw een kom lauwe bliktomatensoep toegeduwd en ‘mogen zelf een leuke dvd uitzoeken’, waarbij steevast het oudste en bedorvenste jongetje zijn zin krijgt, zodat de hele kinderschare met open mond van ontzetting in een rillende kluwen achter de bank schuilt voor een veel te enge film over genetisch gemanipuleerde weerwolven. Op de achtergrond escaleert de ouderlijke pret in verontrustende geluiden van scheurend textiel, brekend glaswerk, gesmoord gegiechel en ad hoc gedeclameerde scabreuze gedichten, aangevuld met bonkend hard afgespeelde jaren-80-tophits.
Als tegen tweeën de laatste gamba’s in het parket getrapt zijn en uit de drankkast zelfs onwaarschijnlijke dranken als advocaat, ouzo en Sloveense rabarbergrappa gulzig zijn weggeklokt, rapen de wankele ouders hun schreiend kroost bijeen en nemen eindelijk afscheid, met nog wat slobberig gezoen en proleterig claxonneren bij het wegrijden tot besluit. En de volgende ochtend zie je ze weer allemaal op het schoolplein, met stoppelbaarden en doorgelopen mascara, en dan hebben ze ook nog de gotspe om elkaar schalks toe te voegen: ‘Een zware avond hè? Ach, je doet het voor je kinderen...’