Briefjes

Wie oog heeft voor klein leed hoeft nooit ver te zoeken. Zelfs bij het halen van de dagelijkse boodschappen trekt de voorzienigheid gratis alle registers open. De goeddeels aangekoekte en vervilte zwerver bij de ingang van Albert Heijn draagt onder zijn vier vermolmde winterjassen een geel t-shirt met een lachend gezichtje en het opschrift: ‘I’m not fat, i’m just pregnant!’. Hij is het geen van beide. In zijn dampkring bevindt zich een hond, het jong en jolig resultaat van een amourette tussen een boxer en een rat. Hij wacht met druipende tong op de schuifelmevrouw. Ze duwt een looprek en draagt steunkousen, schilferig als berkenbast. Moeizaam bukkend zet de oude dame het dier een Remiakuipje vol etensresten voor. De hond verslindt de natte rijst met schillen in een ogenblik, en duwt daarna het lege bakje nog lang en hoopvol met zijn vuile snuit over de stoep, waarbij hij deerlijk hinkt. Het is pas half tien.

‘Karel, je bent een klootzak.’ Het witte, keurig uitgeprinte etiketje kleeft op de stang van een goed onderhouden herenfiets met hockeyklem. Wie is Karel, en waarom is hij een klootzak? Heeft hij een van liefde wegterend weesmeisje zwanger gemaakt en verlaten? Vals gespeeld met klaverjassen? Een kompaan getild voor een ton?

De rondslingerende boodschappenlijstjes in de supermarktkarretjes verlichten tijdelijk de beklemming. ‘Dingentje voor lossen fietspomptuitje te plakken. Sambal. Brokken. Van die zachte vlees voor Steven. 1 natte doek mister clen’, staat er in woest, naar links hellend schrift op de weerszijde van een Blokkerbonnetje.

‘slankie, linera, cola light, magere melk, zoetjes, komkommer’, meldt een roze post-it-memo in ronde letters met hartjes op de i’s. En aan de achterkant: ‘mars, paprikachips, port.’ Een zwaar dieetgeval. En wat te denken van de ruw uitgescheurde titelpagina van het boek Beroemde oosterse dierenverhalen, verdekt opgesteld onder een slijmerig preiblad. ‘pleisters!!!’ staat er in grote, stellige blokletters. Verder niets. Wie zo dringend pleisters nodig heeft zou dat toch moeten kunnen onthouden, zeker als het de enige boodschap van die dag is?

‘Ik heb belangrijke aanwijzingen gevonden’, zegt mijn zoontje op de terugweg. Hij overhandigt me een wriemelig beschreven papiertje. ‘Het lag verstopt achter het politiebureau!’ Dat moet inderdaad wat wezen.

‘Verzekering neen’, is de aanhef. ‘Ik heb kruiden links oren neus later klap 2003 jaar! Ik kan niet horen. Dokter wilt u mij een recept alstublieft oprapen. Druppel niet helpen. Tevoren dankbaar.’

En daaronder, in het Russisch: ‘Verband: 2 euro. Zalf: 4 euro 75.’

Bij thuiskomst lag er een groot vel schetspapier in de bus: ‘Ik ben de bellenpoetser ik kom vanmiddag de bel poetsen voor 50 cent want dat doe ik altijd de bellenpoetser.’

Tegen middernacht werd lang en dringend op de bel gedrukt, die inderdaad best eens gepoetst mocht worden. Bij het opendoen verscheen een sponzige vijftiger in zo’n op de groei gekocht nylon spijkerpak waar tieners in zieltogende Oostbloklanden twintig jaar geleden een moord voor deden. Zonder inleiding zei hij: ‘Het is nu te donker om de bel te poetsen. Maar ik kom morgen!’ Schuddend en mompelend verdween hij op de donkere gracht.

Een week later lag er een nieuwe brief. ‘Ik ben ziek. Mijn moeder is ook ziek. Ik moet eerst beter worden. Dan kom ik de bel poetsen voor 50 cent dat doe ik altijd de bellenpoetser.’ Dit epistel was duidelijk met meer tegenwoordigheid van geest geschreven dan het vorige, maar deed nieuwe vragen rijzen. Hoe lang duurt het poetsen van een koperen bellenknopje van een halve centimeter doorsnee? Korter dan het schrijven en bezorgen van een brief, hoe summier ook.

Ik was hem al bijna vergeten, toen er twee weken later weer een brief lag. Een hoopvolle brief. ‘Morgen ben ik weer beter, dan kom ik de bel poetsen voor 50 cent dat doe ik altijd de bellenpoetser!’

Het is nu een maand geleden, en ik heb sindsdien niets meer van hem vernomen. Een ongeluk wordt gevreesd.

Pekingeend bij nacht
x97890295756831.xhtml
x97890295756832.xhtml
x97890295756833.xhtml
x97890295756834.xhtml
x97890295756835.xhtml
x97890295756836.xhtml
x97890295756837.xhtml
x97890295756838.xhtml
x97890295756839.xhtml
x978902957568310.xhtml
x978902957568311.xhtml
x978902957568312.xhtml
x978902957568313.xhtml
x978902957568314.xhtml
x978902957568315.xhtml
x978902957568316.xhtml
x978902957568317.xhtml
x978902957568318.xhtml
x978902957568319.xhtml
x978902957568320.xhtml
x978902957568321.xhtml
x978902957568322.xhtml
x978902957568323.xhtml
x978902957568324.xhtml
x978902957568325.xhtml
x978902957568326.xhtml
x978902957568327.xhtml
x978902957568328.xhtml
x978902957568329.xhtml
x978902957568330.xhtml
x978902957568331.xhtml
x978902957568332.xhtml
x978902957568333.xhtml
x978902957568334.xhtml
x978902957568335.xhtml
x978902957568336.xhtml
x978902957568337.xhtml
x978902957568338.xhtml
x978902957568339.xhtml
x978902957568340.xhtml
x978902957568341.xhtml
x978902957568342.xhtml
x978902957568343.xhtml
x978902957568344.xhtml
x978902957568345.xhtml
x978902957568346.xhtml
x978902957568347.xhtml
x978902957568348.xhtml
x978902957568349.xhtml
x978902957568350.xhtml
x978902957568351.xhtml
x978902957568352.xhtml
x978902957568353.xhtml
x978902957568354.xhtml
x978902957568355.xhtml
x978902957568356.xhtml
x978902957568357.xhtml
x978902957568358.xhtml
x978902957568359.xhtml
x978902957568360.xhtml
x978902957568361.xhtml
x978902957568362.xhtml
x978902957568363.xhtml
x978902957568364.xhtml
x978902957568365.xhtml
x978902957568366.xhtml
x978902957568367.xhtml
x978902957568368.xhtml
x978902957568369.xhtml
x978902957568370.xhtml
x978902957568371.xhtml
x978902957568372.xhtml
x978902957568373.xhtml
x978902957568374.xhtml
x978902957568375.xhtml
x978902957568376.xhtml
x978902957568377.xhtml
x978902957568378.xhtml
x978902957568379.xhtml
x978902957568380.xhtml
x978902957568381.xhtml