Thuissituatie
Nalatigheid is één ding, maar als je je baby niet laat inenten ben je wel een hele grote schoft. Door een verhuizing was het er geruime tijd niet van gekomen, dus ik zag mijn schaapje al in een stalen long en belde een reeks gemeentenummers. Het consultatiebureau bleek uitsluitend bereikbaar op schrikkeldagen tussen acht en kwart over acht ’s ochtends, en dan nog kreeg ik telkens een bandje dat zei: ‘Als u een aanvraag wilt doen voor aangepast sanitair, ruilverkaveling van de groenstrook en/of orthopedisch schoeisel, toets dan de één en sluit af met een hekje’.
Maar uiteindelijk had ik toch een levende mevrouw te pakken die zonder omhaal vroeg naar de geboortedatum van mijn jongste.
O God. Was het nou 27 of 28 februari? Terwijl de mevrouw lang en dreigend zweeg rende ik met de hoorn onder mijn kin geklemd koortsachtig het huis op en neer, graaiend in stapels kranten, stofzuigerzakken van reeds lang overleden stofzuigers en vergeelde aanmaningen en vond uiteindelijk tussen de skispullen het verlossende geboortekaartje.
Maar de mevrouw, die begreep dat ze met een asociaal gezin van doen had, besloot dat doortastend optreden op zijn plaats was. ‘We komen even bij u langs, om de thuissituatie in ogenschouw te nemen’, zei ze. ‘Voor het dossier. Schikt morgenochtend, een uur of acht?’
Ik keek eens rond. Mijn twee oudsten waren elkaar krijsend aan het aftuigen op het balkon in een lek kinderbadje vol modder, tussen dode geraniums, vuilniszakken en lege drankflessen. Op de bank lag een wat ontspoorde huisvriend zijn roes uit te slapen met een schaaltje huzarensla vol peuken balancerend op zijn borst. Een zo goed als inwonend buurmeisje zong met een onderbroek op haar hoofd een vies liedje en staarde naar de tv waar juist een spetterende openhartoperatie werd uitgezonden.
De ongevaccineerde baby in kwestie scharrelde kraaiend rond in een ranzig hansopje, trok hier en daar een reep behang van de muur, doopte zijn voet eens in de jampot en nam af en toe een hapje boetseerklei. Hij stonk een beetje, want op het pak Pampers staat 7-14 kilo, en ik ga er gemakshalve meestal maar van uit dat daar het laadvermogen mee bedoeld wordt. Al met al geen thuissituatie die men graag in ogenschouw laat nemen, zeker niet voor een dossier.
Ik schudde de huisvriend wakker, gaf hem een zwabber, zette de ramen tegen elkaar open, stuurde mijn oudste om fruit, bloemen en geruite placemats, duwde alle kinderen die niet van mij waren de deur uit en belde mijn moeder, die met een grafstem iets beweerde over druppels die emmers deden overlopen maar toch mokkend kwam aangefietst met een fles Glassex. Tot in de kleine uurtjes waren we bezig met het ophangen van gordijnen, korsten van het fornuis bikken en schattige jurkjes strijken.
De volgende ochtend zag alles er werkelijk nogal toonbaar uit. Het huis geurde naar koffie en boenwas, de kinderen zaten correct gekleed achter een verantwoord ontbijt, en de huisvriend stond in stropdas gereed om wat schijnbewegingen te maken met een geleende aktetas. Snel knipte ik nog even met de keukenschaar de klitten uit mijn dochtertjes haar, en rangschikte Ouders van nu, Kinderen en Wij jonge ouders waaiervormig op de salontafel, terwijl ik met mijn voet een speelgoedmitrailleur achter de boekenkast schoof. En toen belde die mevrouw hoestend op dat het haar erg speet, maar ze had 39,6 en ze zou bellen voor een nieuwe afspraak.
De huisvriend trok opgelucht een biertje open en verklaarde dat hij jarig was. Dus belden wij vrienden en kennissen, die joelend binnenvielen met een bakfiets vol drank en een half schaap. Het werd een nacht om nooit te vergeten, wel jammer van de mooie nieuwe gordijnen, maar allemachtig, wat een gedenkwaardig feest. En toen werd ik naakt onder het vloerkleed wakker van de bel en het was de mevrouw van het consultatiebureau, die gelukkig weer helemaal was opgeknapt, en toevallig in de buurt moest zijn, dus...