Rokjesdag
De precieze datum verschilt van jaar tot jaar, maar je krijgt het elke lente onafwendbaar voor de kiezen: Rokjesdag, ook wel bekend als Bloesjesdag. Alle mannelijke columnisten van Nederland krijgen dan de eerste behoorlijke erectie van het jaar. Op meer of minder poëtische wijze signaleren ze de eerste warme lentedag, en hoe fijn het is dat vrouwen dan met blote armen en benen de straat op gaan. De een schrijft er een geil stukje over, de ander klaagt op zijn beurt in de krant dat het nu toch wel erg voorspelbaar is, elke lente weer die geile stukjes over Rokjesdag. Daarop gaan ze allebei naar huis om die stijve aan hun vrouw te laten zien.
Die vrouw intussen heeft wel wat beters te doen. Het is verdomme Bloesjesdag, en ze heeft nog niks aan haar oksels gedaan! Ook die winterbenen sluiten trouwens een rok voorlopig uit. Wat dat laatste betreft moet je er snel bij zijn, anders kom je in een vicieuze cirkel terecht: je durft nog niet met blote benen omdat ze zo wit zijn, en doet dus voorlopig maar een broek aan. Pas in augustus word je door de hitte gedwongen alles uit te trekken, en moet je als enige met van die enge kelderkuiten de straat op. Dan kun je maar beter vroeg in het seizoen even doorbijten.
Damesbladen doen trouwens al vijftien jaar moeite de lezeres ervan te overtuigen dat bruin niet mooi is: bleek is elegant, klassiek, beschaafd en stelt rimpels nog jaren uit. Dit valt in dezelfde categorie troostend bedoelde leugens als ‘het gaat niet om de pondjes maar om de uitstraling’, ‘elke leeftijd heeft zijn eigen charme’, ‘het is juist léúk om van weinig geld rond te komen’, ‘een halve citroen in de ijskast neemt geurtjes weg’ of ‘je bent het leukst als je gewoon jezelf bent’. Daarom: nee, poepbruin is lelijk en ordinair, maar alles is beter dan de misselijke Madame Tussaud-teint van een winterslaap in de kantoortuin.
Zelfbruinende crème lijkt een prima overbrugging. Scheer eerst uw benen, waarbij de huid bij beide achillespezen lelijk openschaaft. Dit blijft lang en overvloedig, doch pijnloos en dus ongemerkt bloeden, vooral ook over de bandjes van uw kokette nieuwe suède sandaaltjes. Een andere optie is de benen harsen of epileren met zo’n elektrische bietenrooimachine. De helse pijn van deze laatste methode is alleen te dragen na vier borrels: slachtoffers herkent men aan de rode pukkelschenen, als dat lugubere struisvogelleer dat een paar jaar geleden zo in was. Breng op de nu haarloze benen met gelijkmatige bewegingen de zelfbruinende crème aan. Laat, in de haast om hierna snel uw handen te wassen, de open tube liggen waar de baby er goed bij kan.
Hurk tijdens de daaropvolgende vloekende schoonmaakwerkzaamheden op de vochtige badmat, zodat enkele uren later uw inmiddels bruine knieën een gedurfd wit nopjespatroon vertonen.
Wat trouwens echt gemeen is, zijn die vrouwen die in de eerste week van april al helemaal goudgebronsd in nonchalant gekreukt wit linnen rondlopen, zogenaamd van één keer in de week tennissen en af en toe de was ophangen op het platje. ‘O, vind je? Neu, eergisteren een kwartiertje op het balkon. Joh, wees blij dat jij zo mooi blank bent. Dat is tegenwoordig in, hoor!’
En daar gaan ze weer, ergens voor 3,99 euro een zonnebril kopen die ze fantastisch staat, ook in hun haar. Terwijl ik er met de ene zonnebril uitzie als Liz Taylor onderweg naar de Betty Ford-kliniek, daags na haar veertiende echtscheiding, en ik met de andere lijk op zo’n martelkelderassistent uit het Pinochet-regime.
Nee, dan de boerka. Op de ideologie achter deze dracht is wellicht het een en ander aan te merken, maar het geeft wel een hoop vrijheid. Bleek, dik en harig, maar veilig verscholen onder zo’n luchtige tent in een frisse lentekleur naar keuze: spataderlila, couperoserood of oogwalblauw, de nieuwe voorjaarsmode van de verloederde valreepmoeder.