Lunchen
Het onderhouden van zakelijke betrekkingen vindt om volstrekt ondoorgrondelijke redenen al sinds jaar en dag plaats in horecagelegenheden. ‘Laten we even de agenda trekken, dan bespreken we dat bij een broodje’, zegt zo’n man dan. Denk maar niet dat het bij een broodje blijft. Meestal ontkom je niet aan het koppel bekroonde garnalenkroketten waarvan de vulling bij de eerste hap als lava over je kin loopt, zodat je het gesprek paars en betraand van achter een servet moet voortzetten. Of, nog erger: de zogenaamde maaltijdsalade.
Een omvangrijk kreupelhout van uiteenlopend rauw gebladerte met als dieptepunt een vezelige prop alfalfa, dat schandelijk gewas met het mondgevoel van schaamhaar, bij uitstek geschikt voor het vullen van matrassen of de aanleg van een brandvrij plafond. Uiteraard een schalks op de bordrand gelegen Kaaps besje, zo’n schrompelig perkamenten lampionnetje met een oranje bolletje erin, wat op zich geen kwaad doet maar toch verdrietig maakt door zijn totale zinloosheid. De hartige component is afhankelijk van de gradatie van kapsones in de betreffende gelegenheid. Een in plakjes of brokjes gesneden kantoorkipfilet, gemarineerd in groene, rode, gele, paarse of zwarte pesto; een dito eendenborst, omgekomen in de kruitdamp van steranijs, koriander of dergelijke misplaatste kruiderij, alles onder een glansspoeling van bijtende groothandelbalsamico; en in het topsegment wordt de slaberg bekroond met een dood visje of zeebeestje, de alfalfa blijft achterwege en het lampionnetje wordt vervangen door een kwakje zeekraal. Dat moet je dan allemaal verwerken, en tegelijkertijd achterhalen wat hij van je wil en wat het schuift. Dat komt neer op praten met de mond vol, iets wat je alleen in de huiselijke kring kunt doen zonder maagkramp te krijgen.
Het is dus verstandiger zo’n lunchverzoek af te wijzen. Daarop proberen ze het via een omweg, want ze zijn hondsbrutaal: ‘een kopje koffie drinken’ heet het dan. Nu is espresso tegenwoordig bijna overal erg lekker, dus voor je het weet zit je aan het vierde kopje met puilogen en een fladderhart naar adem te happen. Je wil helemaal niet meer praten, wél heel hard wegfietsen, rondjes rennen of een paar muurtjes stuuken, maar zeker niet braaf blijven zitten achter dat zompige stuk ‘tarte tatin’ ter grootte van de Flevopolder.
Zo’n semi-zakelijke afspraak kun je ook rond borreltijd maken. Dat lijkt zelfs een heel goed idee: het eten blijft beperkt tot wat schijnbewegingen met nootjes en je kunt na een uurtje weer weg, onder het mom van een eetafspraak of thuis moeten zijn voor de kinderen. Ja, ja. Maar op een nuchtere maag kun je niet straffeloos wijn of erger blijven plenzen. Na de derde borrel wint de honger het van de verlegenheid, het terloops bestelde ‘bittergarnituur’ blijkt godlof van onbekrompen formaat: grote hompen lijkgrauwe leverworst, brokkelkaas en half ontdooide ossenworst, eerlijk voedsel dat zich zonder plichtplegingen naar binnen laat schrokken en zich liefdevol tegen de geplaagde maagwand vlijt. Daar zal een extra borreltje best op smaken. Nu wordt het echt bijna gezellig, er komen wederzijdse kennissen binnen, kurken knallen, eigenlijk is een grand café helemaal zo erg nog niet en wat een lieve mensen allemaal.
Zulke borrelafspraken lopen niet goed af. Over het algemeen word je de volgende morgen naakt, geboeid en geblinddoekt gevonden door een vroege wandelaar achter een struik in een troosteloze buitenwijk. ‘Gestikt in het eigen braaksel’, staat er dan vaak bij, in de krant. Waarop de vraag rijst of het ook mogelijk is te stikken in andermans braaksel, maar dit geheel terzijde.
Een nauwelijks minder noodlottige variant is dat je wakker wordt naast de zakenrelatie in kwestie. Die zichtbaar schrikt, want in het vale ochtendlicht valt zo’n oud wijf nog niet mee, en de geelbruine veeg Zaanse mosterd die je al sinds die derde borrel onder je linkerneusgat blijkt mee te dragen helpt ook niet. En dan eindig je dus toch nog met die vent aan tafel. Kokhalzend boven de restaurerend bedoelde roereieren, met diepe doch geveinsde interesse in de ingrediëntenlijst op het pak cornflakes. Daarom, ik zeg u: regel uw zaken per telefoon.