EigenGoogle
Er zijn niet veel taboes meer over. Bontgekleurde tijdschriftjes voor twaalfjarige kinderen belichten op nuchter-wetenschappelijke toon de fijne kneepjes van oraal en anaal verkeer. Liefhebbers van seks met weekdieren, veenlijken of opblaasbare gummiartikelen blaten hun voorkeur zonder enige terughoudendheid rond op de televisie of in het openbaar vervoer. En vrouwen die er openlijk voor uitkomen dat ze hun gezin en huishouden verwaarlozen ten bate van hun eigen pleziertjes worden niet in een vochtige kerker geworpen, maar krijgen een column in een groot landelijk dagblad.
Het is natuurlijk prachtig dat dat allemaal kan en mag, maar dan wil ik nu eindelijk ook weleens uit de kast met mijn gênante, maar o zo spannende tijdverdrijf: ik ben een EigenGoogler. Ik weet bijna zeker, lezers, dat ik hierin allerminst alleen sta. Maar voor de naïeve enkeling zal ik even uitleggen hoe het gaat: u tikt in Google uw eigen voor- en achternaam in, en klikt op het knopje ‘Google zoeken’. Voor uw gretige blikken ontrolt zich een lijst van websites waarop uw naam voorkomt, en dat gaat u nu allemaal eens op uw gemak zitten lezen.
Denk nou niet: waarom zou ik in godsnaam op internet staan, ik heb nog nooit iets interessants gepresteerd, nou ja, alleen die ene keer in 1978 dat ik een derde prijs won in de Unox worstestafette, maar dat was eigenlijk doorgestoken kaart, en trouwens, ik heb zelf geeneens internet dus ze zullen daar wel wijzer wezen. De kans is groot dat uw frauduleuze worstwinst wel degelijk is terug te vinden, en zelfs op pijnlijke wijze in talloze voor Jan en alleman toegankelijke weblogs wordt uitgelicht! Als het een beetje tegenzit, staat er bovendien een scherpe foto van uw hoofd bij, met goed zichtbare onderkin en/of neushaar, plus uw volledige adres en telefoonnummer. Pech, natuurlijk.
Maar voor hetzelfde geld is er ook allerlei fijns te vinden. Zo trof ik op een website voor jonge ouders een lang vergeten gedichtje aan dat ik acht jaar geleden voor mijn dochtertje schreef, toen ze nog klein en schattig was. Ook verrukkelijk: ergens op internet zwerft een huwelijksaanzoek van een man die ik nog nooit heb ontmoet, maar die er blijkbaar op grond van mijn schrijfsels van uitgaat dat ik een geschikte levenspartner zou zijn. Dan zijn er nog de pastelkleurige websites van wereldverbeteraars, meestal dames, die tussen de homeopathische maanstanden en creatieve restverwerking van tofu in één moeite door een moord beramen op mij en mijn culinaire collega’s die het gewaagd hebben een recept voor konijn of gans in de krant te zetten.
Nee, dan hier, op de website van de Omrop Fryslân: ‘Jo hoege net fan itensieden te hëlden om de styl fan Sylvia Witteman te wurdearjen. En jo hoege gjin keuken fol masines en dagen frije tiid om lekker iten te meitsjen. Dit is in moai itensiedersboek foar oprjochte amateurs dy’t mei twa linkerhannen dochs in fijn miel optsjinje wolle.’
Als ik zoiets lees, gloei ik van trots: er zijn Friezen die over mij schrijven, terwijl ik daar nog nooit een voet heb gezet! Maar wat is ‘itensieden’? Iets leuks, hoop ik. Dat weegt dan tenminste weer op tegen die klap in het gezicht van een blogger met diepe mensenkennis: ‘Mevrouw Witteman is een trut suprème en krijgt bij alles wat volks is een vapeur.’ Mmmm...
Zo klik ik mezelf in een roes van de ene site naar de andere, op zoek naar een geldig raison d’être. De purgerende stroom van beurtelings pijnlijke en vleiende informatie is effectiever dan een wisselbad in de sauna, en na een uurtje EigenGooglen voel ik me intern gereinigd, volledig op de hoogte, en bevrijd van alle ijdelheid. Dat duurt helaas maar even. ‘Denn alle Lust will Ewigkeit’, schreef Nietzsche indertijd al, toen er nog bar weinig te Googlen viel. Net als bij alle drugs heb je steeds meer nodig om hetzelfde effect te bereiken, en steeds harder spul. Zo verval ik, en met mij vele anderen, geleidelijk in EigenGoogle-technieken die te schandelijk zijn om uit de doeken te doen. Om een tip van de sluier op te lichten: een goede vriend, aantrekkelijk, succesvol en beroemd, fluisterde mij laatst met hese stem in het oor: ‘Ik heb ons SamengeGoogled, moet je ook eens proberen...’ Nou, dat liet ik me geen twee keer zeggen. Sindsdien zweef ik door het leven.