Schoolbank
Dankzij die verschrikkelijk populaire website schoolbank.nl krijg ik de laatste tijd steeds vaker post van mensen die ik dertig jaar niet heb gezien. Vreemden van vroeger, die stuitende episoden opdreggen uit een terecht vergeten moeras.
Weet je nog? Hoe woedend juffrouw Mertens stampte met haar horrelvoet in de zwarte hinkstapschoen, hoe Karin C. altijd stonk naar de boterhammen met Limburgse kaas uit het gebarsten broodtrommeltje met een postelastiek eromheen, haar knokige knieën overvloedig overdekt met een conglomeraat van lichtroze wratten.
Ja, ik weet het nog. De fel blozende Jan Willem D., die zo ontzaglijk stotterde dat hij er haast in stikte, en volgens een toen revolutionaire therapie gedwongen werd zijn teksten hardop te zíngen en daarbij ritmisch op de schoolbank te tikken met een liniaal, wat hem op nog wredere pesterijen dan voorheen kwam te staan. Het kirrende leeghoofdje Monique A., dat er op haar negende al uitzag als Betty Boop en door haar vader, een vlezige betonvlechter, toenemend broeierig begluurd en betast werd. Bart H., die geen moeder had maar wel een Leren Jack, een Vies Boekje en een schorre grotemensenstem van de Caballero’s die hij gewoon zomaar kreeg van zijn vader. Of de knikkebollende halfdebiel Aatje N., die zijn eigen, met een paperclip tevoorschijn geschraapte oorsmeer spaarde in zijn inktpotje, want die hadden we toen nog, zij het zonder inkt. Bordewijk in Bloemendaal.
Het kan nooit goed met ze afgelopen zijn. Monique is waarschijnlijk na een korte carrière als animeermeisje afgezakt tot retiradejuffrouw in een sekstent voor toeristen, levend van zestig mentholsigaretten per dag in een permanente halfsluimer van valium. Jan Willem sorteert overdag geweigerde poststukken en brengt de nachten door in zijn zelfverbouwde sm-kelder, waar hij iets heel engs doet met hamsters. Karin is laat getrouwd met een Arabier die haar slaat, Bart heeft zich vijf jaar geleden doodgezopen. Aatje zit nog steeds op die bank en bouwt aan een Taj Mahal van oorsmeer op ware grootte.
Op die website is geen van hun namen terug te vinden. Wel een heleboel anderen uit mijn klas. Gewone, vrolijke mensen, aanstichters van reünies. Hun levenswandel spreekt niet tot de verbeelding. ‘Ik weet het nog goed, giechelen bij de handwerkles en het schoolreisje naar Zandvoort! Ik ben werkzaam in de zorg, al zestien jaar heel gelukkig met Erik, zoon, dochter, twee Ierse setters en grijze roodstaartparkiet Piepje.’
De enige die ik uit die tijd nog weleens tegenkom is Martijn B. Ik was op hem, maar hij was niet op mij, want hij was op Esther, een vrolijke witblonde tandartsdochter. Hij is neuroloog geworden, maar als u het nog eens op de zenuwen krijgt moet u niet bij hem wezen, want zijn medische kennis is op zijn zachtst gezegd schimmig. Zo denkt hij bijvoorbeeld dat de lever links zit, en dat is niet zo, want die zit rechts. Toen ik hem de menselijke romp met essentiële organen op een bierviltje had voorgeschetst, gaf hij mij met tegenzin gelijk. ‘Nou ja, ik ben neuroloog, en geen internist,’ zei hij. ‘Ga je naar de reünie?’ ‘Nee’, zei ik, ‘ik durf niet. Ik wil wel weten wie er allemaal oud, dik en gescheiden zijn, maar ik wil niet dat ze het van mij weten.’ Nou, Martijn ging wel. Lef hoor, met zijn kale kop.
De volgende dag belde ik hem op. En? Het was leuk, zei Martijn. ‘Karin is makelaar geworden, lesbisch, maar wel een lekker wijf. Monique weegt zeker 150 kilo, ze heeft vier kinderen en een goedlopende kralenboetiek. Jan Willem is een waanzinnig populaire dj aan de Spaanse costa’s, hij was speciaal even over uit Ibiza. Bart is archeoloog in Drenthe. Hij had zo’n nylon vestje met hertengeweitjes aan en rookte een pijp. Esther is al vijftien jaar dood. Zwaar depressief voor de trein gesprongen. Aatje is burgemeester van een middelgrote gemeente en fokt in zijn vrije tijd gordeldieren. Hij was trouwens de enige die naar je vroeg.’