Bowlingparadijs
‘Ga je mee bowlen?’, vroeg een kennis die verder eigenlijk heel aardig is. Dat was wel even schrikken. Ook zonder bowlen heb ik een bodemloos reservoir aan trauma’s op sportgebied ter beschikking. Altijd als laatste gekozen in het korfbalteam (‘Nou, vooruit, als jullie Sylvia nemen dan nemen wij manke Connie’), bloederig ontvelde dijen van het klimtouw, met de hockeystick manke Connie een tand uitgeslagen, bij trefbal mijn Ad Visser-brilletje vertrapt, met volleybal een arm uit de kom en toen ik huilde een schop toe van de enge nazigymleraar. Uiteindelijk had ik mijn moeder een briefje voor school ontwrongen waarin stond dat ik permanent ongesteld was en dus voortaan helaas niet kon deelnemen aan de lessen lichamelijke opvoeding. Maar in knikkeren was ik ooit wél heel goed, en bowlen is eigenlijk een soort knikkeren voor grote mensen, nietwaar? Dus ik ging mee.
Tip: denk niet dat bowlen eigenlijk een soort knikkeren voor grote mensen is.
Het was een snikhete avond. In het Scheveningse bowling- annex fonduepaleis hing de atmosfeer die nu eenmaal ontstaat in een ruimte zonder ramen waar dag en nacht vierhonderd zwaar rokende, onjuist geparfumeerde mensen onbeperkt zitten te steengrillen met schalen vol gehakt in zeven kleuren rond een centraal opgestelde trog poestasaus.
Mannen met van die creatief behaarde ‘als je aan me wagen komt dan kom je aan mij’-gezichten. Bij de dames lycraleggings, gecombineerd met een wit nappa franje-bolerootje, Peg Bundy-haar en klapkauwgomkleurige lippenstift tot ruim een centimeter buiten de natuurlijke liplijn. En Duitsers, paars geblakerd en laveloos, van wie er één zijn rinkelende mobieltje, verdammte Scheiss, in zijn volle glas bier liet vallen.
Tip: lach niet hardop als iemand zijn mobieltje in zijn bier laat vallen.
Je moet bij het bowlen groen met rode plastic schoenen aan. Die zijn nog soppig nat van de vorige gebruiker, en herbergen een gevarieerd palet voetschimmels van zowel de Haagse zelfkant als een flink deel van het Ruhrgebied.
Tip: breng naar het bowlen een paar hermetisch afsluitende sokken mee.
Een zenuwachtig dansende lichtkrant meldde in vijf talen wat er allemaal verboden is: medegebrachte etenswaren nuttigen, de bal tegen het hek gooien, de speeltijd overschrijden, schoenen stelen en je bonnetje kwijtmaken, op straffe van verbanning uit het paradijs.
Het barmeisje besprak intussen luidkeels met twee kennelijke ervaringsdeskundigen de finesses van haar op handen zijnde borstvergroting. Dit alles aangevuld met bonkende zomerhits en snoeihard omgeroepen ‘Leo, baan elluf!!! Leo, gelijk naar baan elluf!!!’ En dan heb je nog geen bal gegooid. Wel, dorstig van de hitte, veel cocktails genaamd Pineapple Wet Dream en Bikini Bottom Boom Boom achterovergegoten.
Tip: wees tijdens het bowlen in oververhitte ruimten matig met cocktails waar acht of meer alcoholhoudende dranken aan te pas komen.
De bedoeling is dat je die bowlingbal met drie vingers vasthoudt en dan al rennend voor je uit rolt, tegen die kegels aan. Maar dat kan helemaal niet, want daar is die bal veel te zwaar voor. Als je eenmaal flink vaart maakt kun je niet meer stoppen, en dan word je met die bal meegetrokken, de baan op. Je hoort een snerpend elektronisch geluid en je bent af. Van de alomtegenwoordige kinderen, die allang in bed hoorden, keek ik een betere methode af: wijdbeens gehurkt met de kont omhoog vanuit stilstand de bal werpen.
Tip: ga niet bowlen in een strakke witte broek, zeker niet met een zwarte string eronder, en al helemáál niet naast een groep dronken tieners uit het Laakkwartier.
Maar ik wón. Veertig jaar sportleed viel van me af, en maakte plaats voor een ongekende overwinnaarsroes. Om dat te vieren nam ik nog een Big Banana Beach Bonanza, een Jamaica Jungle Juice en een Happy Hawaiian Hotpants. Plus twintig lauwe minislavinken op een bedje van gerecyclede knoflooksaus. Wat er verder gebeurd is weet ik gelukkig niet meer.
Tip: als u moet kotsen in een taxi, doe dat dan liefst in de bowlingsokken van een hulpvaardige medepassagier.