Uw knalfuif
En zo sleept december zich voort van het ene valse lichtpuntje naar het andere, op weg naar een peilloze financiële afgrond. De in radeloze haast en schuldgevoel veel te duur aangeschafte sinterklaascadeaus zijn amper uitgepakt en in een hoek gesmeten, of u bevindt zich alweer tussen de lusteloos graaiende kerstkuddes in de Bijenkorf: bijvoorbeeld naast een tot op de draad afgetobde vrouw, die met kennelijke walging een goudbestrikte doos hartvormige gastenzeepjes van zich af duwt en snauwt: ‘Ze kunnen de tering krijgen. Ik geef ze gewoon allemáál Harry Potter.’
Geen slecht idee, al kan dat bij een béétje uitgebreide vriendenkring nog lelijk oplopen. Voeg daarbij het kerstdiner, waarvoor u met verwrongen glimlach nu maar eens gul de hele familie heeft uitgenodigd, want dat is alweer twaalf jaar geleden, en u bent immers dól op koken? De vergenoegd handenwrijvende middenstand is niet te beroerd alvast wat dode kwarteltjes te bestellen en de kratten Pomerol even in uw achterbak te tillen, terwijl u met schietgebedjes en stijf dichtgeknepen ogen uw gemartelde creditcard door wéér een pinmachine sleurt.
Bij thuiskomst, wadend door een kniediep drijfzand van dwangbevelen, berekent u voor de zoveelste keer dat een maand naar Costa Rica met het hele gezin in alle opzichten voordeliger was geweest. Te laat.
Maar in de verte gloort oudejaarsavond. Dat is eigenlijk nog de aardigste feestdag van december. Niet alleen omdat het daarna voorlopig is afgelopen met de geldsmijterij, maar ook omdat er wel degelijk iets te vieren valt: we hebben weer een jaar overleefd en iedereen houdt nog steeds van elkaar. Dat vraagt eigenlijk om een groots feest. Niks geen duf gehang met zijn vieren bij een schaal sponzige appelflappen, maar dansen, zuipen, woest zoenen en ander vuurwerk.
Op de koop toe valt zo’n partijtje met zo goed als gesloten beurs te realiseren. Het lijkt zo’n aardig idee: u nodigt vijftig gasten uit, stuk voor stuk geweldig leuke mensen, en die brengen ieder twee flessen champagne mee en iets lekkers te eten in van tevoren fraai opgemaakte schotels. Zelf hoeft u dus niets te doen, behalve uw decolleté met glitter bestrooien en een vrolijk cd’tje opzetten. Voor uw verhitte geestesoog ontrolt zich reeds een heerlijk tafereel van extatische menigtes, bedauwde flessen, gewillige kreeften, kaviaar in een adembenemend chic parelmoeren schaaltje op geschaafd ijs, en overal van die virtuoze boterkrullen.
De boterhammetjes zult ú, als charmante gastvrouw, er wel bij roosteren, tussen het dansen en flirten door. Grote liefdes ontmoeten elkaar op uw feest, verlepte relaties bloeien op en bij het ochtendgloren zal iedereen dankbaar uw huis aan kant dweilen. Nog weken zullen ze erover napraten.
Dat heeft u leuk bedacht met uw stomme kop. Maar u denkt toch niet echt dat uw vrienden geld uitgeven, of erger nog, in de keuken gaan staan zwoegen voor een feest waar ze zelf het stralend middelpunt niet zijn? Daar hebben ze een te beroerd karakter voor, anders waren het uw vrienden niet.
De champagne blijkt dus meestal lauwe Aldi-cider en de kreeft een zak vochtige paprikachips. De enige substantiële culinaire bijdrage behelst een even oneetbare als reusachtige pastasalade, meegebracht door uw muurbloemige schoonzusje. Aangevuld waarschijnlijk met een stapel zwartgeblakerde oliebollen vol enge gnoomachtige uitstulpsels, een ontroerend experiment van uw dochtertje, dat na gedane zaken huppelend de keuken verliet met achterlating van stollend keukengerei en een nog dagenlang hardnekkig op de keel slaande vetdamp.
Nog erger is, dat een aanzienlijk deel van uw vrienden zélf een feest geeft, waardoor een felle concurrentie ontstaat in het werven van gasten. Die willen het onderste uit de kan, en gaan dus op die ene avond bij drie of vier adressen langs. Reeds vanaf het binnentreden op uw knalfuif houden ze de overige contacten warm door middel van intensief bellen en sms’en. Daardoor ontstaat op uw feest de onaangename onrust van het Centraal Station op maandagochtend. Vooral vlak voor middernacht, wat een bruisende apotheose van vriendschap en levenslust had moeten worden, vertrekt een pijnlijk groot deel van de aanwezigen met mobieltjes aan het oor nog snel naar een ander feest, waar het misschien leuker is. U blijft ontredderd achter met een man of acht, onder wie de paars aangelopen billenknijper oom Gerard, drie buurvrouwen in het holst van de menopauze en het schoonzusje, dat neerslachtig in haar eigen onaangeroerde pastasalade staat te spitten.
U bent dus gewaarschuwd.