Oppas

Ouders van jonge kinderen hebben op drukkende zomeravonden nog weleens de neiging eerst elkaar en vervolgens de complete kinderschaar met een kettingzaag af te slachten.

Zulke excessen zijn te voorkomen als het ouderpaar af en toe de gelegenheid krijgt tot een ontspannen avondje uit. Dat lijkt eenvoudiger dan het is. In de eerste levensjaren zijn kinderen om ondoorgrondelijke redenen nogal aan hun moeder gehecht, en verzetten zij zich tegen de inzet van een oppas. Dat doen ze bijvoorbeeld door een half uur voor diens komst 41 graden koorts te krijgen, het op een veelkleurig braken te zetten of, als dat niet helpt, met een goedgemikte val van hun fietsje een armpje te breken. Hoe vaak heb ik niet de nacht doorgebracht aan een omgewoeld bedje, grauw van vermoeidheid en frustratie, de linkerschouder van mijn feestjurk doorweekt van kinderbloed, -zweet en -tranen, slechts onderbroken door een uurtje Tel Sell, tegen drieën, met een bak lauwe bami op schoot, zodat huisgenoot P. op zijn beurt de honneurs kon waarnemen in een kinderkamer vol geweeklaag en tandengeknars?

Ik moet niet overdrijven: kinderen zijn natuurlijk ook weleens níet ziek. Maar in dat geval belt de oppas af, bij voorkeur als je al op moeilijke schoenen met je sleutels in je hand op je horloge staat te kijken. Eén zo’n babysit had de enerverende gewoonte telkens om vijf voor acht het leven niet meer aan te kunnen, telefonisch langdurig haar leed uit te snikken, compleet met akelige terzijden over buisjes slaappillen, polsen en scheermesjes, terwijl de taxi al ongedurig toeterde en mijn kinderen zich ademloos stonden te vergapen aan een moeder met make-up en Mooi Haar, want dat zien ze zo zelden. (‘Doet het pijn, mama?’ vroeg de kleinste eens met een angstig bibbermondje, wijzend op mijn felrood gestifte lippen en dito gelakte nagels.)

Een andere oppasmevrouw, Stella, komt altijd trouw opdagen, maar dat brengt weer andere problemen met zich mee. Ze is diep in de zestig, draagt strakke leggings met panter- of krokoprint en maakt haar eigen, gemêleerde dampkring van afgeprijsd reukwater, hoestbonbons, rotte tanden en natte hond; dat laatste door toedoen van het morsige pekineesje dat ze steevast in een geruit dekentje meebrengt, want hij is het enige wat Stella op de wereld nog heeft. Pepper, zoals het ondier heet, pleegt zijn verveling te verdrijven door de knuffeldieren van mijn kinderen glazig starend te berijden tot hij de verzadiging heeft bereikt. Het liefst neemt hij hiervoor een stokoude Teletubbie, waar mijn zoontje helaas óók nogal op gesteld is: een perverse ménage à trois, die de Teletubbie veelvuldig in de kookwas doet belanden. Stella weigert Pepper te laten castreren, ook al omdat hij haar enige trouwe vriend is in dit leven. Op ons na, natuurlijk. De kinderen zijn een beetje bang van Stella’s natte zoenen en knellende omhelzingen, maar ere wie ere toekomt: ze belt nooit, maar dan ook nooit af. Terwijl ze er meestal voldoende aanleiding voor heeft: een zojuist getrokken verstandskies, die ze als bewijsstuk meebrengt in een bebloed doosje. Een mislukte haarverfbeurt, waardoor haar Dolly Parton-kapsel dit keer groen in plaats van roze is uitgevallen. Een besnorde fopminnaar, die haar bankpasje ontfutselde en met de noorderzon verdween. Of anders gewoon haar open been, waarvan ze de zwachtels telkens loswikkelt, zodat wij met eigen ogen kunnen zien dat de nieuwe zalf óók weer niet helpt.

Als we ons hebben weggerukt van de etterende zweer en in het restaurant met lange tanden aan de oesters zitten, gaat meestal alsnog de telefoon: Stella. Ze wil ons niet ongerust maken, maar waar liggen de pijnstillers en de jodium? ‘Nee, niks aan de hand hoor, schatten van me, genieten jullie nou maar!’ Dankzij veel drank raken we toch nog romantisch gestemd en komen laat thuis, waar Stella snurkend op de bank ligt met haar perfide hondje. Verkwikt ontwaakt ze en toont ons een album met vierduizend foto’s van haar laatste bezoek aan Keukenhof of Huishoudbeurs, die ze stuk voor stuk voorziet van commentaar. ‘Kijk, hier had ik net een nagel gebroken, en daar... mijn been, zie je? Kind, de vellen hingen erbij...’ Als we haar eindelijk de deur uit hebben gewerkt schijnt de ochtendzon al naar binnen, waarna we nog een half uur ruzie maken over wiens schuld Stella eigenlijk is. Tot slot vallen we met de rug naar elkaar toe woedend in slaap.

Pekingeend bij nacht
x97890295756831.xhtml
x97890295756832.xhtml
x97890295756833.xhtml
x97890295756834.xhtml
x97890295756835.xhtml
x97890295756836.xhtml
x97890295756837.xhtml
x97890295756838.xhtml
x97890295756839.xhtml
x978902957568310.xhtml
x978902957568311.xhtml
x978902957568312.xhtml
x978902957568313.xhtml
x978902957568314.xhtml
x978902957568315.xhtml
x978902957568316.xhtml
x978902957568317.xhtml
x978902957568318.xhtml
x978902957568319.xhtml
x978902957568320.xhtml
x978902957568321.xhtml
x978902957568322.xhtml
x978902957568323.xhtml
x978902957568324.xhtml
x978902957568325.xhtml
x978902957568326.xhtml
x978902957568327.xhtml
x978902957568328.xhtml
x978902957568329.xhtml
x978902957568330.xhtml
x978902957568331.xhtml
x978902957568332.xhtml
x978902957568333.xhtml
x978902957568334.xhtml
x978902957568335.xhtml
x978902957568336.xhtml
x978902957568337.xhtml
x978902957568338.xhtml
x978902957568339.xhtml
x978902957568340.xhtml
x978902957568341.xhtml
x978902957568342.xhtml
x978902957568343.xhtml
x978902957568344.xhtml
x978902957568345.xhtml
x978902957568346.xhtml
x978902957568347.xhtml
x978902957568348.xhtml
x978902957568349.xhtml
x978902957568350.xhtml
x978902957568351.xhtml
x978902957568352.xhtml
x978902957568353.xhtml
x978902957568354.xhtml
x978902957568355.xhtml
x978902957568356.xhtml
x978902957568357.xhtml
x978902957568358.xhtml
x978902957568359.xhtml
x978902957568360.xhtml
x978902957568361.xhtml
x978902957568362.xhtml
x978902957568363.xhtml
x978902957568364.xhtml
x978902957568365.xhtml
x978902957568366.xhtml
x978902957568367.xhtml
x978902957568368.xhtml
x978902957568369.xhtml
x978902957568370.xhtml
x978902957568371.xhtml
x978902957568372.xhtml
x978902957568373.xhtml
x978902957568374.xhtml
x978902957568375.xhtml
x978902957568376.xhtml
x978902957568377.xhtml
x978902957568378.xhtml
x978902957568379.xhtml
x978902957568380.xhtml
x978902957568381.xhtml