The face of Jesus
Het gitaarvormige zwembad bij mijn hotel staat droog, dat is wel een teleurstelling. Maar ‘Jailhouse rock’ stuitert blikkerig over het terras, en op de kamer staat een tv die 24 uur per dag álle Elvis-films uitzendt. Zo niet, dan kunnen we ons tot de receptie wenden, sust een gedrukte mededeling op de deur. Binnen een dag in Memphis ben ik Elvis al vaker tegengekomen dan het hoofd van Lenin in vijf lange jaren Sovjet-Unie, en dat wil wat zeggen. Als tatoeage op uiteenlopende lichaamsdelen van diverse bezoekers bijvoorbeeld, waaronder de rug van een bonkige Hollander die hier volgens eigen opscheppen al voor de zevende keer komt, met zijn vrouw op verstandige schoenen die smeulend zwijgt, en duidelijk niks met die hele Elvis te schaften heeft, maar ja, als Henk dat nou leuk vindt. Je hebt ook kerels die zuipen of vreemdgaan, en zo is Henk gelukkig helemaal niet.
Ook heeft een van de bezoekers zich voor de gelegenheid in zo’n nauwsluitende juwelenbestikte Elvis-hansop met dito decimeters brede riem gehesen. Hij staat te huilen bij Elvis’ graf, achter zijn zonnebril. En je kunt hier sokken kopen met Elvis erop (je zult maar zonder zitten, en dat zat ik, want het bleek hier vijftien graden kouder dan ze beloofd hadden), of zijn gipsen hoofd, dat onverwacht mozarteske trekken vertoont, voor op de piano. En die piano zelf, geheel uit spiegels opgetrokken, waarin uitgesneden de eerste noten van ‘Love me tender’. Zelfs zo’n stiftje tegen droge lippen is in de winkeltjes rondom Graceland uitsluitend verkrijgbaar met die scheve grijns en weke meisjesogen van de dode King erop, bijpassend voorzien van een plakkerig tropische-vruchten-aroma. Aloha!
Elvis hield veel van Hawaï, arme jongen, en daarom verkopen ze hier ook van die vrolijke ultramarijnen bloesjes vol palmbomen, maat xxxl. Het restaurant serveert Elvis’ lievelingssnack, de beruchte tosti pindakaas-banaan, gebakken in een vingerdikke laag margarine die hem, gecombineerd met een ingenieus mengsel van wat het Graceland-personeel eufemistisch omschrijft als ‘prescription drugs’, indertijd langzaam de dood in joeg. Mijn jongste zoontje vraagt zich af wat al die bewakers in Graceland doen, en geeft na enig nadenken zelf het antwoord: ‘Mensen tegenhouden die Elvis nóg doder willen maken.’
Op de vraag waar Elvis eigenlijk precies is gestorven, trekt de gids een bijpassend begrafenishoofd, en verklaart discreet: ‘In the upstairs area, ma’am.’ Ik wil natuurlijk graag de bewuste wc zien waar Elvis, zo beweren beter ingelichte bronnen, om het leven kwam terwijl hij vergeefs probeerde te poepen, lezend in een boek met de toch tamelijk laxerende titel The face of Jesus. Maar niemand mag naar boven, waar Elvis volgens een salonfähige overlevering stierf na een potje racquetball – wat dat dan ook moge zijn; het lijkt me in ieder geval geen sport waarin een zwaarlijvige, hevig gedrogeerde rockster zich midden in de nacht tot stervens toe vastbijt.
Ook de slaapkamer is niet te bezichtigen, ‘zelfs niet voor de president’. Stom, natuurlijk, want zo krijgt iedereen maar overspannen ideeën over wat daar allemaal voor schandelijks verborgen wordt gehouden, terwijl er in werkelijkheid waarschijnlijk gewoon een bed staat met een massagraf van teddyberen aan het voeteneind. Een proleterig praalbed, dat wel, denk ik. Want iemand die zelfs in zijn privévliegtuig alle asbakjes en stoelriemgespen van 24-karaats goud liet maken, slaapt natuurlijk niet in een vurenhouten twijfelaartje. Elvis was trouwens niet zo op seks, schijnt het. Hij keek liever tv, naar drie toestellen tegelijk, want hij had wel eens gehoord dat president Johnson dat ook deed.
Bij zijn graf staan intussen tientallen kleine jongens te hopen dat ze net zo mogen opgroeien als hun vadsige voorbeeld. Om de wens kracht bij te zetten gooien ze muntjes in de bijgaande fontein. Zo ook mijn graatmager vijfjarig zoontje, want hij smijt graag met geld. ‘Wil jij een beroemd zanger worden, jongen?’ vraagt een oud dametje met motorjack en uitgebloeide-paardenbloem-pluispermanent. ‘Nee,’ antwoordt hij gedecideerd. ‘Ik wil een slak worden. Met een helikopter.’ Groot gelijk.