Neger
Kinderen hebben, zoals bekend, de neiging veel te hard de verkeerde dingen te zeggen. Vooral in bussen en trams gaat het fout, zeker met zo’n tweejarige die, met een priemend wijsvingertje en een veel te schel stemmetje, nieuwe verschijnselen in de buitenwereld graag per direct zo diep mogelijk wenst te doorgronden. ‘Waarom is die meneer zo bruin?’ is nog de mildste variant, waarop het enig juiste, sissend gefluisterde antwoord luidt: ‘Hij komt uit een land waar de zon veel vaker schijnt dan bij ons.’ Als je mazzel hebt is de zaak dan uit de wereld, maar meestal blijven ze het slachtoffer minutenlang aanstaren met een wijdopen, van verbijstering kwijlende mond. Heel hard ‘Zwarte Piet! Zwarte Piet!’ krijsen behoort ook tot de gangbare opties, maar het kan nóg pijnlijker.
Mijn oudste kind presteerde het indertijd als peuter om een eerbiedwaardige oude Indische meneer onverhoeds bij zijn onderlip te pakken en opgelucht te constateren dat hij ‘er van binnen gewóón uitzag’. De man kon er gelukkig om lachen, maar ik heb daarna het openbaar vervoer langdurig gemeden.
Toch zit je ook dan niet safe: laatst stond ik met vijfjarige Boelie achter een groepje Surinaamse meisjes in de rij voor de giromaat, toen hem een blij licht op ging: ‘Mama, negermevrouwen hebben altijd héle dikke konten, hè?’ schalde hij verheugd. Hij heeft een zwak voor dikke konten, wat hem op zich natuurlijk siert, maar ik zag zijn hand al afdwalen naar die verrukkelijke bilpartij om eens flink toe te tasten, en kon hem nog maar net op tijd wegsleuren.
En dan heb je natuurlijk de problemen met het woordje ‘neger’. Sommige mensen vinden dat een onaangenaam, discriminerend woord, maar alle andere opties zijn onhandig, overdreven politiek correct, of dekken de lading niet. ‘Zwart’ is zelden een goede omschrijving, want echt zwart is bijna niemand, zoals blanken ook zelden echt wit zijn. Bij ‘gekleurd’ krijg ik de associatie met guirlandes of toverballen. ‘Bruin’ zou kunnen, behalve dat blanke mensen dat in de zomer vaak óók zijn, dus dat schept verwarring. Men zou kunnen volstaan met het vermelden van de nationaliteit, zoals Amerikanen het over ‘African Americans’ hebben, zouden wij van ‘Surinamers’ kunnen spreken. Maar vaak zijn het helemaal geen Surinamers, maar Ivorianen, Mauritaniërs, Congolezen of Nederlanders, en nog vaker kun je iemands nationaliteit helemaal niet aan zijn kleur aflezen. En het braaf bedoelde ‘donkere mensen’ heeft iets ongezellig duisters, alsof ze het daglicht niet kunnen verdragen.
Goede raad was lange tijd duur, maar mij werden gelukkig de ogen geopend door mijn eerste kraamverpleegster, een kordate Surinaamse die tussen het drie keer per dag bedden verschonen (waarom doen kraamhulpen dat toch altijd?) ook nog tijd vond om neuriënd aan mijn fornuis de heerlijkste roti en bakkeljauw te bereiden en haar familiebanden uit de doeken te doen. Haar kinderen waren allemaal ‘echte negers’, zoals ze het zelf noemde, deels getrouwd met bakra’s. Haar kleinkinderen waren dientengevolge ‘halfbloedjes’ in diverse gradaties tussen ‘koffie verkeerd’ en ‘pikzwart’. Ik vroeg haar toen maar op de vrouw af of ze ‘neger’ geen denigrerend woord vond, waarop ze antwoordde: ‘Wat een onzin, ik ben een neger en jij bent een bakra.’
Zo komt het dat wij in ons gezin dan óók maar gewoon het woord neger gebruiken als het zo te pas komt. Daaruit vloeit voort, en ik weet dat ik me nu op een hellend vlak begeef, dat wij niet alleen eten bestellen bij de ‘afhaalchinees’ of de ‘afhaalturk’, maar vooral ook regelmatig bij het lievelingsrestaurant van mijn kinderen: ‘de afhaalneger.’ Telkens als de uitbater van ons sur.ind.chin.rest. op zijn scootertje komt voorrijden met de kostelijke spijzen, staat mijn voltallig kroost in de deuropening te juichen: ‘Ha, daar is-ie! Dag lieve neger!’ kraait dan steevast mijn tweejarig zoontje. ‘Dank je wel voor het lekkere negereten!’ Ik krimp dan ineen, maar de bezorger glimlacht telkens weer breed en antwoordt slechts met onnavolgbaar bronzen stemgeluid: ‘Dag lieve kinderen, eet maar lekker!’ Nog lang en teder zwaaien ze elkaar na. Héél even lijkt het leven dan mooi en eenvoudig.