Badeendjes
‘My dad is the greatest!’ graveren mijn kinderen op school in zelfgekleide presse-papiers. Boelie heeft zijn vader zelfs afgebeeld in een maanraket, je ziet hem zwaaien door het patrijspoortje, een glaasje bier in de hand, de motoren spugen vuur, op de achtergrond bevinden zich diverse oranje planeten waarvan de dichtstbijzijnde wordt bevolkt door paarse brontosaurussen, drie stuks, met gele kaplaarsjes aan en parapluutjes op. Het schijnt in dat parallelle universum onophoudelijk te regenen, in cursief groen kleurkrijt.
‘Wat geef jíj aan papa voor vaderdag?’ vraagt mijn zoon. Eigenlijk vind ik dat onzin. Mijn man is mijn vader niet. Maar als je kleine kinderen hebt, bestaat een groot deel van je leven nu eenmaal uit schijnbewegingen. Nou heb ik de mazzel dat de vader van míjn kinderen zijn horloge, portemonnee, zwembroek, zonnebril, trui, manchetknopen en telefoon zó frequent in treinen, taxi’s en vliegtuigen verliest, dat ik nooit om een leuk cadeau-ideetje verlegen zit. Tientallen mannen over de hele aardkloot gaan in alle seizoenen vlot gekleed, bebrild en geschoeid op mijn kosten, en dat is wel een gezellig idee. Minder gezellig is dat diezelfde mannen waarschijnlijk gedurig op zíjn kosten telefoneren en hun creditcardtransacties afhandelen, maar dat is zíjn probleem, en bovendien, hij maakt zijn bankenveloppen toch nooit open, dus wat niet weet wat niet deert.
Op de zeldzame momenten dat hij van alles nog voorzien is, koop ik meestal een boor of een cirkelzaag. Die heeft hij natuurlijk al, maar dat doet er niets toe, want wat schoenen en tassen voor vrouwen zijn, zijn boren en cirkelzagen voor mannen: je kunt er nooit te veel van hebben. Bovendien is het altijd leuk om als vrouw in een ijzerwarenwinkel te komen, en zo’n schattig stotterende jongen in overall om advies te vragen, terwijl diens baas met een buik vol nauw bedwongen hoongelach op de transactie toekijkt.
Omdat mannen écht blij zijn met zulk typisch mannengereedschap, denken ze op hun beurt hun vrouw een plezier te doen met een nieuwe strijkbout of stofzuiger. Dat loopt meestal helemaal niet goed af. In het beste geval mogen zulke mannen zélf gaan strijken of zuigen, en in minder stabiele huwelijken krijgt hij het wangeschenk gewoon naar zijn kop gesmeten. Ik zag ook eens een man, daags voor moederdag, een weegschaal aanschaffen en feestelijk laten verpakken in hartjespapier. Ik denk dat die man nu dood is.
Nou krijgen ook vaders veel verkeerde cadeautjes. Zoals Bill Cosby eens zei: ‘Goed vaderschap is doen alsof je héél blij bent met een stuk zeep aan een touwtje.’ Of met een vanillegeurkaars, of een e-card vol dansende bierpulletjes, op de wijze van ‘Copacabana’ in elektronische bliepjes. Wat vooral opvalt aan de Amerikaanse folders met vaderdaggadgets, is dat die worden gedomineerd door badeendjes. Je kunt badeendjes krijgen met een zonnepaneel, met een sm-pakje aan, op afstand bestuurbare (‘nooit meer zo’n saai, onbeweeglijk badeendje!’), met het hoofd van Elvis (‘add a little rock and roll to the usual splash and dash’), met een lampje van binnen (‘voorbij zijn de tijden van in het donker baden’), en een vibrerend eendje (‘zijn eindeloze mogelijkheden laten we aan uw verbeelding over’).
Wat, in godsnaam, is er zo leuk aan een badeendje? Is het een jeugdherinnering voor de overbelaste Amerikaanse vader? Zelf kan ik me niks herinneren van badeendjes. Wij hadden één lege shampoofles om elkaar mee nat te spuiten (die ging lang mee, want een normaal mens waste zijn haar één keer per maand, en kinderen alleen aan de vooravond van de schoolfoto’s), en soms ging mijn vader mee in bad, lezend in Vrij Nederland, een glas wijn op de badrand en een sigaar in het hoofd waarvan hij de as kwistig in het water morste, terwijl wij kinderen gierend van de lach zijn geslacht in een washandje wikkelden zodat het geheel eruitzag als een oud vrouwtje met een hoofddoekje. Maar badeendjes, nee.