Koekje
Er is niks tegen vooroordelen, als ze maar geregeld bevestigd worden. Zo blijkt de meerderheid van de Amerikanen die ik ken op voedingskundig gebied inderdaad zo stom als het achtereind van diverse spreekwoordelijke varkens.
De school van mijn kinderen bijvoorbeeld serveert dagelijks een lunch die volgens de pocherige nieuwsbrief bestaat uit ‘een ruime keuze aan gezonde, voedzame maaltijdcomponenten, met zorg en behoud van vitaminen bereid’. In werkelijkheid behelzen deze ‘smart food choices’ uitsluitend pizza’s, hamburgers, kipnuggets en dergelijk fastfood van erbarmelijk allooi, vaak door onzorgvuldige verhitting uitgedroogd of juist nog half bevroren. In een hoekje van het vakjesbord liggen zes overreden sperziebonen, een schep blikmaïs in een plas gesmolten margarine, of een kwak Van der Valk-appelmoes met zo’n lichtgevend rode kers erop. Deze ‘groente’ verdwijnt onaangeraakt in de vuilnisbak, maar het bijgeleverde zakje chips uiteraard niet. Het beschikbare ‘fresh fruit’ bestaat uit een eindeloos gerecyclede, want door niemand ooit aangeraakte mand hardgroene, ijskoude bananen, en zeker, er ís halfvolle melk, voor de avontuurlijke zevenjarige die de moeite neemt eens goed achter de Fristi en de chocomel te zoeken.
‘Nou,’ zeggen veel ouders zedig, ‘dat is natuurlijk niet zo best, dus daarom geven wij onze kinderen eten mee van thuis!’ Vaak is dat een met zoete, lichtblauwe yoghurt gevulde tube, Go-gurt geheten. Zeer courant is ook de Lunchable: een uit het koelvak van de supermarkt betrokken geseald plastic drievaks-complet van zoutjes, limonade en onbeperkt houdbare smeerkaas. Kinderen uit culinair minder betrokken gezinnen krijgen gewoon een paar Twinkies mee, een populaire versnapering waarvan ik u de details zal besparen, maar die goed beschouwd neerkomt op chemisch opgefleurde ersatz-reuzel in een vrolijk bedrukt cellofaantje.
Geen wonder dat zowat iedereen hier worstelt met zijn gewicht. Als ik in een restaurant eet met kennissen, bestellen zowat alle dames daarom verstandig een salad. Ze krijgen dan inderdaad wat sla, een kwart tomaat, en daaroverheen een lawine van ham, kaas, kip, harde eieren, repen spek en een volle schenkkan als dressing vermomde mayonaise, vergezeld van ‘bruin’ brood: die gezonde kleur is niet afkomstig van volkorenmeel, maar van ruimhartig door het deeg gemengde keukenstroop. Gelukkig eten ze die schandelijke salade maar half op. De andere helft laten ze door de ober inpakken, met een plastic vork erbij: dan kunnen ze de rest onderweg naar huis gedachteloos verder naar binnen schuiven, want wat je in de auto eet, dat telt niet.
Vooral meisjes op de gevoelige leeftijd besluiten trouwens vaak in hun angst om dik te worden de lunch maar liever over te slaan, en schommelen tussen de middag naar Starbucks voor een ‘kopje koffie’. Deze literbeker van hun favoriete brouwsel kan een frappuccino zijn of een chai latte: hij bevat hoe dan ook zeker twintig klontjes suiker en vaak ligt er ook nog een enorme drol slagroom bovenop. Je moet echt op je tong bijten om daar, hartelijk aangespoord door het personeel, geen cookie bij te nemen, een ontbijtbordgroot vehikel boordevol chocoladebrokken. Maar goed, lúnchen kun je zoiets natuurlijk niet noemen.
Wie ondanks al deze stringente dieetmaatregelen toch gestaag uit haar plus-sized joggingpak blijft puilen, neemt ten einde raad haar toevlucht tot het nieuwste foefje op dieetgebied: alle vertrouwde zoete en hartige snuisterijen zijn sinds kort ook te koop in piepkleine verpakkingen van precies honderd calorieën. ‘Portion control’, noemt de snackmaffia dat. Reuzehandig, zo kun je je Oreo’s, Nutter Butters, Pringles en ander vettig kraakvoer tóch gewoon blijven eten. Want wat zijn nou honderd calorieën? Werkelijk een vondst, waar de drie keer hogere prijs per nettogewicht ruimschoots tegen opweegt. Die zegenbrengende pakjes zelfbeheersing zijn een groot succes. Overal op schoolpleinen, in auto’s en in winkels zie je dikke mensen van die gecontroleerde porties snoepen. Zo’n onschuldig klein zakje is natuurlijk zó leeg. Maar niks aan de hand: gelukkig zitten ze met zijn tienen in een grote doos.