Dorst
Het kraanwater is hier in Amerika vaak zó hevig gechloreerd dat de damp je op de ogen slaat, met allerlei kwalijke herinneringen aan zwemlessen vandien. Niemand die het spul vrijwillig drinkt. Toch zet de ober in restaurants steevast een enorm glas van dat bleekwater voor je neer, waarna hij geïnteresseerd vraagt wat je nu eens zou willen drinken.
Het gratis water is een formaliteit, een van die vele gebaren ‘for your convenience’ die de uitbater weinig kosten, zeker in een maatschappij waar bedienend personeel nauwelijks betaald wordt en het moet hebben van de fooi van de klant. Vandaar ook dat zo’n ober zich de benen uit zijn reet loopt om na je eerste hap een onnodige, dikke stapel extra servetten op tafel te leggen, je drie of vier keer (tijdens een maaltijd die zelden meer dan tien minuten behelst) ongerust te vragen of ‘everything still okay’ is, en tot slot een paar met het restaurantlogo bedrukte piepschuimen doosjes brengt om de restanten van de inderdaad veel te overvloedige maaltijd in te verpakken, voor mee naar huis.
Jammer dat al die convenience vaak nogal in de weg staat, zeker als het tafeltje een beetje klein is uitgevallen, en al helemaal als er kinderen aanzitten, die zo’n vaas vol nutteloos ijswater meestal per omgaande over hun maaltijd omstoten, tijdens het krassen op de gratis kleurplaat, of in de haast om zo snel mogelijk de nevenstaande (ook al weer zo grote) beker cola te grijpen.
Hier steekt weer een ander probleem de kop op: de beruchte free refill loert overal. Voor het fenomeen bottomless coffee valt nog wel enig begrip op te brengen: dat spul is hier bij diners zó slap en waterig dat je wel een emmer nodig hebt om een behoorlijk cafeïnequotum te halen. Maar die free refill geldt in veel restaurants ook voor frisdrank. Sterker nog, ze adverteren met utopische slogans als ‘never ending refreshment’.
‘Nou,’ zult u zeggen, ‘je hoeft die refills toch niet te nemen?’ Nee, dat is waar. Het vervelende is alleen, dat het op de loer liggende personeel je glas weggrist zodra je een slokje hebt genomen, het zonder vorm van proces opnieuw tot de rand vult, en hiermee doorgaat tot je de rekening hebt betaald. Het drinken krijgt daardoor iets van een sisyfusarbeid, en als je vertrekt laat je allemaal boordevolle glazen frisdrank op tafel achter. Zelfs mijn kinderen kunnen er niet meer tegen, hoewel ze tijdens de eerste maanden van hun verblijf in Amerika toch zo veel free refills dronken, à raison van twintig scheppen suiker per glas, dat ik de bestelde maaltijden integraal moest laten inpakken. Maar tegenwoordig houden ze de ober in de gaten, en bij diens nadering leggen ze hun handjes beschermend op het glas, elkaar aanstotend van ‘pas op, daar komt-ie weer’. Je kunt het probleem ondervangen door slechts één beker voor het hele gezin te bestellen, maar dan kijkt het personeel je aan alsof je gek bent, en bovendien wil de een Dokter Pepper, de ander Bergdauw en de derde Wortelbier, dus daar zou maar narigheid van komen.
Het idiote is dat ik om me heen regelmatig mensen inderdaad drie, vier van die enorme bekers achter elkaar zie leegdrinken. Waarom heeft dit volk zo’n dorst? Nog krankzinniger, bij sommige restaurants kun je kiezen uit drie maten bekers: klein (groot), medium (belachelijk groot) en large (kinderbadje). De kleinste beker kost één dollar, de medium anderhalf en de grootste twee. Tot dusver niets aan de hand. Maar nu komt het: voor al die maten geldt de free refill policy. Toch zie ik nogal wat mensen uit zo’n reuzenbeker lurken. Die betalen dus extra, voor iets wat ze gratis hadden kunnen krijgen. Ik wees eens een serveerster op dit flagrante gebrek aan logica. Maar zij zag er niets vreemds in, en sprak de verklarende woorden: ‘You know, a lot of people just like to have a nice, large drink.’