Mister Singh

Behalve de vrouw die mij wel haar man wilde uitlenen maar niet haar stofzuiger, heb ik nooit een wonderlijker iemand ontmoet dan Mister Singh. Mohinder Singh heet hij, een naam die doet denken aan maharadja’s met smeulende zwarte ogen en een turquoise tulband met zo’n vonkenschietend juweel voorop. Helaas, zijn ogen zijn zó klein en moe dat de kleur niet met zekerheid valt vast te stellen. Ook verder is zijn verschijning onopvallend, tenminste dat zou hij zijn in India. Daar komt hij namelijk vandaan, en daar heet bijna iederéén Mohinder Singh. Een tulband draagt hij niet. ‘Vroeger wel. Maar ik heb hem afgezet. Het leven is al moeilijk genoeg.’ Dat is het zéker, al betwijfel ik of het afzetten van een tulband daar veel aan verandert.

Mister Singh woont in zijn auto. Niet dat hij geen huis heeft, want dat hééft hij, met een vrouw en kinderen erin. Maar mister Singh zelf is altijd aan het werk. Hij is niet alleen zijn eigen baas, maar ook die van vier andere chauffeurs. Hij rijdt journalisten en politici op en neer naar het vliegveld als ze op reis moeten, en dat doen ze op de ongemakkelijkste uren van de nacht. Gelukkig heeft hij de opmerkelijke gave om, als hij ergens in zijn auto op iemand zit te wachten, binnen een seconde in slaap te vallen. Je wekt hem met een tikje op het raam, waarop hij als een duveltje uit een doosje omhoogschiet.

Zijn auto is trouwens haast even comfortabel als een huis. Als hij de deur openmaakt, komen er handige treeplankjes naar buiten gezweefd. Het interieur is ruimschoots voorzien van bekerhouders en klaptafeltjes. Er staat een schaaltje pepermunt voor zijn klanten, en het ruikt er naar zo’n luchtverfrissend kartonnen kerstboompje dat aan het spiegeltje hangt. Geur: ‘new car’.

Voorin heeft mister Singh zijn kantoor: een laptop, en een Blackberry die draadloos is verbonden met een microfoon aan zijn oor. Daar praat hij onafgebroken in. Het probleem is dat je niet kunt horen of hij nu tegen jóú praat, of tegen zijn Indiase collega’s aan de telefoon. Want zelfs na twaalf jaar in Washington is zijn accent zó verschrikkelijk dat niet is vast te stellen of hij nu Engels spreekt, of Punjabi of Urdu: het klinkt allemaal alsof hij langzaam maar zeker aan het stikken is in een visgraat. Dat geeft op zich natuurlijk niet, maar hij wil wél dat we naar hem luisteren. Want hij vertelt uitgebreid over zichzelf en de belangrijke mensen die hij rondrijdt. Het bewijsmateriaal levert hij erbij: hij reikt bijvoorbeeld vol trots een in huisvlijt geplastificeerd krantenartikel aan, waarin een van zijn hooggeplaatste klanten mister Singh ‘de beste chauffeur van Washington’ noemt. In een bijzin, maar toch.

Laatst klapte Singh het dvd-schermpje uit het plafond van zijn auto en sommeerde ons een film te kijken. ‘Dit moeten jullie zien, het is fantastisch!’ gorgelde hij. Om zeker te zijn van onze aandacht zette hij het geluid verschrikkelijk hard. Het bleek een Bollywood-film, vol mooie actiehelden die wél smeulende ogen en turquoise tulbanden hadden. En een heleboel halfnaakte meiden met zwierig haar bovendien, die voortdurend in zingen en dansen uitbarstten, alles in een kleurrijke exotische paleis-setting vol palmen in vergulde potten. Er werd gesnikt, gekust, handen gewrongen: een paar bruiloften kwamen er ook aan te pas.

Vlak voor we thuis waren zette de filmheld vanaf zijn troon de apotheose in, terwijl de vrouwen met zwoegende boezems en wapperende rokken hun armen jubelend naar hem opheven. Voor het refrein draaide meneer Singh het volume nog iets omhoog. ‘Singh is king! Singh is king! Singh is king...’ zong de uitzinnige menigte in het Indiase paleis. ‘Aha!’ zeiden we. ‘Ziet u?’ riep Mr. Singh triomfantelijk. Met een extra zwierige draai reed hij onze duistere oprijlaan op. ‘Singh is king, Singh is king...’ zong hij zachtjes mee. Zijn kleine ogen glommen.

Ik verzin dit niet
x97890295756761.xhtml
x97890295756762.xhtml
x97890295756763.xhtml
x97890295756764.xhtml
x97890295756765.xhtml
x97890295756766.xhtml
x97890295756767.xhtml
x97890295756768.xhtml
x97890295756769.xhtml
x978902957567610.xhtml
x978902957567611.xhtml
x978902957567612.xhtml
x978902957567613.xhtml
x978902957567614.xhtml
x978902957567615.xhtml
x978902957567616.xhtml
x978902957567617.xhtml
x978902957567618.xhtml
x978902957567619.xhtml
x978902957567620.xhtml
x978902957567621.xhtml
x978902957567622.xhtml
x978902957567623.xhtml
x978902957567624.xhtml
x978902957567625.xhtml
x978902957567626.xhtml
x978902957567627.xhtml
x978902957567628.xhtml
x978902957567629.xhtml
x978902957567630.xhtml
x978902957567631.xhtml
x978902957567632.xhtml
x978902957567633.xhtml
x978902957567634.xhtml
x978902957567635.xhtml
x978902957567636.xhtml
x978902957567637.xhtml
x978902957567638.xhtml
x978902957567639.xhtml
x978902957567640.xhtml
x978902957567641.xhtml
x978902957567642.xhtml
x978902957567643.xhtml
x978902957567644.xhtml
x978902957567645.xhtml
x978902957567646.xhtml
x978902957567647.xhtml
x978902957567648.xhtml
x978902957567649.xhtml
x978902957567650.xhtml
x978902957567651.xhtml
x978902957567652.xhtml
x978902957567653.xhtml
x978902957567654.xhtml
x978902957567655.xhtml
x978902957567656.xhtml
x978902957567657.xhtml
x978902957567658.xhtml
x978902957567659.xhtml
x978902957567660.xhtml
x978902957567661.xhtml
x978902957567662.xhtml
x978902957567663.xhtml
x978902957567664.xhtml
x978902957567665.xhtml
x978902957567666.xhtml
x978902957567667.xhtml
x978902957567668.xhtml
x978902957567669.xhtml
x978902957567670.xhtml
x978902957567671.xhtml
x978902957567672.xhtml
x978902957567673.xhtml
x978902957567674.xhtml
x978902957567675.xhtml
x978902957567676.xhtml
x978902957567677.xhtml
x978902957567678.xhtml
x978902957567679.xhtml
x978902957567680.xhtml
x978902957567681.xhtml
x978902957567682.xhtml
x978902957567683.xhtml
x978902957567684.xhtml
x978902957567685.xhtml
x978902957567686.xhtml
x978902957567687.xhtml
x978902957567688.xhtml
x978902957567689.xhtml
x978902957567690.xhtml
x978902957567691.xhtml
x978902957567692.xhtml
x978902957567693.xhtml
x978902957567694.xhtml
x978902957567695.xhtml
x978902957567696.xhtml
x978902957567697.xhtml
x978902957567698.xhtml