Schattig

Wat betreft mijn kinderen is de opvoeding er tot dusver nogal bij ingeschoten. In Nederland viel dat nooit zo op, omdat mijn vrienden en familie er daar in dat opzicht ruwweg dezelfde ideeën op nahouden, namelijk géén.

Dat komt erop neer dat je je kinderen probeert gelijkwaardig aan jezelf te behandelen, tot het moment dat je daar geen zin meer in hebt, waarna je een fles opentrekt en het gespuis met een zak chips omkoopt om het gillen en stompen boven of buiten voort te zetten. Als dat niet helpt, dreigen met ‘geen toetje’ en daarna het toetje toch maar geven omdat het anders zo zielig is, tenzij blijkt dat er sowieso geen toetjes in huis zijn behalve een dure doos bonbons met drank erin, en dan die maar met z’n allen opeten. Waarna die kinderen opgeschroefd van de suiker weigeren naar bed te gaan, en het punt van machteloos schreeuwen is aangebroken, in het genre ‘als je nou godverdomme je pyjama niet binnen tien tellen aan hebt, ruk ik je kop van je romp’. Dat hebben ze al zo vaak gehoord, dus ze lachen je in je gezicht uit, maar zelf voel je je zo schuldig over die schandelijke eruptie dat je nog een halfuur extra voorleest, uit een stripboek nota bene, de ergste variant van voorlezen die er bestaat.

Met deze dubieuze achtergrond belandden mijn kinderen onlangs in een megatruttige Amerikaanse buitenwijk. Bij Amerikaanse kinderen stelde ik me de familie Von Trapp voor, in The Sound of Music. Kinderen die zelfs tijdens het (beschaafd) ravotten niet schreeuwen, slaan of over elkaar heen pissen, maar daarentegen zevenstemmig canons zingen, en als vaders blik streng maar geamuseerd even op ze rust een kniebuiginkje maken, waarbij de meisjes de punt van hun schortje even oplichten en de jongens beleefd aan de pet tikken; het hele stel uiteraard opgesteld in volgorde van grootte. Ik hield dus mijn hart vast.

Ja hoor, daar had je het al. Nieuwe buren kwamen kennismaken met rieten mandjes vol koekjes en goede bedoelingen, een hevig geruit jongetje met brilletje schudde ernstig onze handen en was ‘delighted to meet us’, waarop mijn driejarige hem zonder zelfs maar een groet per omgaande zijn fietsje ontrukte en de straat uit reed. Intussen viel er een vuistgrote walnoot uit onze notenboom pardoes op het hoofd van het brave jongetje, dat nog ‘mogen uw kinderen gauw eens komen spelen, mevrouw?’ stamelde en wankelend gedag zwaaide.

Nou ja, die noot, daar kon ik niks aan doen. Zijn moeder kwam aangesneld, niet om verhaal te halen, maar om een pot eigengemaakte jam te brengen, óók alweer geruit, en om geheel ongevraagd te verklaren dat mijn jongste zoontje ‘adorable’ was. Nu is hij in werkelijkheid niemand minder dan Satans filiaalchef op aarde, maar dan wél bedrieglijk vermomd als lieflijk witblond engeltje met pruilend poppengezichtje. Thuis trapt daar al lang niemand meer in, maar hij begreep meteen dat hij zijn glimlach hier nog naar believen kon omzetten in snoep, speciale gunsten of harde valuta.

De eerste dag op zijn nieuwe peuterschooltje leerde hij dan ook stralend ‘thank you’ en ‘bye bye’ zeggen, wat hem op een stroom van vrolijke plakplaatjes, gummetjes, krijtjes en andere kleine geschenken kwam te staan, plus het recht om te helpen met boterhammen smeren of pakjes limonade ronddelen, en de herhaaldelijke verzekering van de juf dat hij haar ‘adorable special little friend’ was, wat nog eens dagelijks door alle afhaalmoeders in koor werd bevestigd.

Thuis wordt hij met de dag onuitstaanbaarder. Toen hij gisteren alwéér de afstandsbediening had gesloopt, viel ik boos tegen hem uit, waarop hij reageerde: ‘Het geeft niks, mama. Ik ben toch adorable?’

Zijn broer keek hem aan, de ogen vol walging samengeknepen, en sprak gedecideerd: ‘Lul.’

Ik verzin dit niet
x97890295756761.xhtml
x97890295756762.xhtml
x97890295756763.xhtml
x97890295756764.xhtml
x97890295756765.xhtml
x97890295756766.xhtml
x97890295756767.xhtml
x97890295756768.xhtml
x97890295756769.xhtml
x978902957567610.xhtml
x978902957567611.xhtml
x978902957567612.xhtml
x978902957567613.xhtml
x978902957567614.xhtml
x978902957567615.xhtml
x978902957567616.xhtml
x978902957567617.xhtml
x978902957567618.xhtml
x978902957567619.xhtml
x978902957567620.xhtml
x978902957567621.xhtml
x978902957567622.xhtml
x978902957567623.xhtml
x978902957567624.xhtml
x978902957567625.xhtml
x978902957567626.xhtml
x978902957567627.xhtml
x978902957567628.xhtml
x978902957567629.xhtml
x978902957567630.xhtml
x978902957567631.xhtml
x978902957567632.xhtml
x978902957567633.xhtml
x978902957567634.xhtml
x978902957567635.xhtml
x978902957567636.xhtml
x978902957567637.xhtml
x978902957567638.xhtml
x978902957567639.xhtml
x978902957567640.xhtml
x978902957567641.xhtml
x978902957567642.xhtml
x978902957567643.xhtml
x978902957567644.xhtml
x978902957567645.xhtml
x978902957567646.xhtml
x978902957567647.xhtml
x978902957567648.xhtml
x978902957567649.xhtml
x978902957567650.xhtml
x978902957567651.xhtml
x978902957567652.xhtml
x978902957567653.xhtml
x978902957567654.xhtml
x978902957567655.xhtml
x978902957567656.xhtml
x978902957567657.xhtml
x978902957567658.xhtml
x978902957567659.xhtml
x978902957567660.xhtml
x978902957567661.xhtml
x978902957567662.xhtml
x978902957567663.xhtml
x978902957567664.xhtml
x978902957567665.xhtml
x978902957567666.xhtml
x978902957567667.xhtml
x978902957567668.xhtml
x978902957567669.xhtml
x978902957567670.xhtml
x978902957567671.xhtml
x978902957567672.xhtml
x978902957567673.xhtml
x978902957567674.xhtml
x978902957567675.xhtml
x978902957567676.xhtml
x978902957567677.xhtml
x978902957567678.xhtml
x978902957567679.xhtml
x978902957567680.xhtml
x978902957567681.xhtml
x978902957567682.xhtml
x978902957567683.xhtml
x978902957567684.xhtml
x978902957567685.xhtml
x978902957567686.xhtml
x978902957567687.xhtml
x978902957567688.xhtml
x978902957567689.xhtml
x978902957567690.xhtml
x978902957567691.xhtml
x978902957567692.xhtml
x978902957567693.xhtml
x978902957567694.xhtml
x978902957567695.xhtml
x978902957567696.xhtml
x978902957567697.xhtml
x978902957567698.xhtml