Broekriem
Het is crisis in Amerika. In Nederland ook, maar voor Nederlanders is crisis een peulenschil. Bij ons hoeft de premier maar even zuinig te kijken, of het volk bijt zonder klagen massaal in een oude boterham met schuifkaas. Zodra het omineuze woordje ‘broekriem’ valt, schillen we de aardappels wat dunner, zetten de verwarming een tandje lager, knippen de lege tandpastatubes open en trekken de wc alleen nog op zondag door. Nederlanders vinden het stiekem leuk om zuinig te zijn. Zo niet die arme Amerikanen. Ze bespreken op straat paniekerig de stijgende benzineprijzen, en laten daarbij hun auto’s een kwartiertje stationair draaien. De verwarming of de airconditioning staat altijd overal veel te hard: in de zomer nemen de kinderen bij 35 graden een vestje mee naar school, in de winter trekken ze een t-shirt aan.
Zo’n volk moet gaan besparen, en dat net met de feestdagen! ‘Wees er snel bij, voor u het weet is het Kerstmis,’ waarschuwde de vuistdikke geschenkencatalogus die op mijn deurmat viel. Daarin wordt een bazooka aangeboden in de kleuren van de Amerikaanse vlag; hij schiet geen kogels, maar marshmallows, en is bovendien ‘geschikt voor de afwasmachine’. Daarnaast een porseleinen ei, verguld en bezet met imitatierobijnen; als je het openmaakt speelt het de Notenkrakerssuite. Een muismat met ingebouwd vingerdrumstel. Een op afstand bestuurbare pterodactylus die echt vliegen kan. Een ‘pocket-saxofoon’, gemaakt van ‘bamboe uit de regenwouden in Oost-Maui’. Een deurbel die rinkelt als de poes naar binnen wil. Een reistandenborstelontsmetter die ‘99 miljoen verschillende ziektekiemen onschadelijk maakt’. Een pratende wereldbol: je sluit hem op draadloos internet aan en hij vertelt ‘met heldere digitale stem’ van elk land inwonertal, geschiedenis, munteenheid en huidig politiek stelsel, ‘gegarandeerd met wekelijkse updates’. Een speciale filmprojector die ‘feestelijke afbeeldingen’ op de gevel van je huis projecteert, naar keuze sneeuwvlokken, rendieren, ballonnen, vleermuizen of spoken, ‘voor die onverwachte momenten van vreugde en creativiteit’. Een glow in the dark-hertje met jong: ‘de eeuwige liefde tussen moeder en kind op speelse wijze verbeeld’. Een kerstboomengeltje dat gilt als de boom in brand staat. (Ik heb hier heel wat kerstbomen gezien, maar nog nóóit een met echte, brandende kaarsjes.) Een natuurgetrouwe reproductie van de hoed van Indiana Jones (het feit dat Indiana Jones een fictief personage is, doet niets af aan de natuurgetrouwheid van de reproductie). Een gietijzeren pookje met initialen naar keuze, voor het brandmerken van een zojuist gegrilde biefstuk: ‘Een grootse biefstuk is een kunstwerk, en u kunt uw werk voortaan ondertekenen!’ Een drankkast in de vorm van een zestiende-eeuwse wereldbol, ‘opent met een scharnier op de evenaar, waarbij replica’s van diverse antieke fresco’s tevoorschijn komen, die een veilige plek bieden voor uw geliefkoosde flessen’. ‘Basho de sumoworstelaar’ is van kunsthars, staat op handen en knieën, en draagt op zijn rug een handig bijzettafeltje. Een namaak-vliegtuigpropeller uit de Eerste Wereldoorlog: ‘Laat hem nonchalant tegen uw boekenkast leunen en maak indruk op uw gasten!’
Een volautomatische voederbak annex poepopvangstation voor een hondje: ‘Ga met gerust hart tot een week op vakantie en weet dat uw lieveling goed verzorgd is!’ Een elektronische piano die ‘u in staat stelt al uw favoriete sonates met twee vingers te spelen, ook voor de absolute beginner, met complete orkestrale begeleiding’. En natuurlijk, voor wie echt alles al heeft, de massagefauteuil: ‘Bootst de handbewegingen van een massagetherapeut na, met een breed spectrum van kneed-, klop- en wrijfbewegingen.’
En zo gaat het door, 327 bladzijden lang. Nee, iets zegt mij dat Amerikanen met die crisis geen raad weten. Ik houd mijn hart vast. Maar die drankkast-wereldbol ga ik bestellen. Ik heb zoiets al mijn hele leven willen hebben, al wist ik tot voor kort niet dat het écht bestond.