Honger
‘We gaan zo eten. Dus je krijgt geen chips, nee. Je hebt een uur geleden een tosti gehad. Nou, dan had je die maar helemáál op moeten eten. Tosti’s hebben geen korsten, tosti’s zíjn één grote korst. Dat is juist het verschil tussen een lekkere tosti en een saaie boterham. En jullie hebben trouwens net nog chocomel gehad. Jawel, jíj óók. Wat? Waar?? En dat laat je dan gewoon liggen? Getverdemme, en dan ga je er ook nog eens een paar keer lekker overheen skeeleren? Natuurlijk krijg je geen nieuwe chocomel, ben je gek geworden. Je mag trouwens helemaal niet skeeleren in de serre. Ga het zelf maar opdweilen. Niet met de theedoek! Nee, katten lusten geen chocomel. Echt waar? Jezus, en dat beest ís al zo vet.
Hier, kijk, je broer heeft ook weer zijn halve tosti laten liggen. Eet die dan maar op, als je zo’n vreselijke honger hebt. Natuurlijk zit er geen spuug aan. Doe normaal zeg, je eigen broer. Nou, dan eet ík hem op.
Wat heb jíj nou weer? Die tosti lag hier al een uur! Hij was helemaal koud en taai geworden! Ja, omdat ik het anders zonde vind, daarom heb ik hem opgegeten! God allemachtig, nee, ik ga geen nieuwe maken. We gaan zó eten. Jezus, je gaat toch niet huilen om een halve koude tosti? Ach, lieverd, toe nou.... Oké, oké, neem dan maar een handje chips. Een hándje, zei ik! Maar eet ze alsjeblieft buiten op, anders willen de anderen ook, en dan sta ik hier weer voor de kat zijn kont te koken. Geef mij er eens een paar. Zo, nu een glaasje wijn.
Ha, kun jij vast de tafel dekken? Nee, die heeft het gisteren al gedaan. Vooruit nou. Niet op je skateboard, gek! Over een kwartiertje is het klaar. Héél lekkere vis! Zonder graten. Ook geen oogjes, nee. Kijk maar. Wat nou? Wat is er nou in godsnaam “getverdemme” aan rogvleugel? Dat smaakt niet eens naar vis! Mag jij kiezen: gekookte aardappels of puree. O nee, je zus lust geen puree. Nou, ook heerlijk, een gekookt aardappeltje. Allemachtig, wat valt daar nou weer niet aan te lusten? Oké, oké! Jullie puree, en dan kook ik er voor haar wat pasta bij. Jaha, mag jij daar ook wat van. En tomatensla, daar kan toch echt niemand over gaan zitten zeiken? Oké, doe ik er géén uitjes door. Ook geen peper. En geen azijn. Goed, hoor.
Ha, jongens, daar is papa! Schenken jullie papa ook eens een glaasje wijn in? Proost! Nou, ik pak de kinderen net die zak chips af, dus doe het dan wel een beetje stiekem. Geef mij ook wat. En schenk eens bij. Zeg, begin jij nou ook al?? Jij hield toch wél van rogvleugel? Nou, dan ga je zelf maar een biefstuk ontdooien!
Ja, hoor eens, als jij hier friet gaat staan bakken, dan willen zij natuurlijk ook! Sta ik hier die aardappels voor lul te koken! Belachelijk hoor, een volwassen vent van 43 die geen aardappelpuree lust! Nou, dat zal ik dan inderdaad eens aan je moeder vragen. Ik kan me niet voorstellen dat zij vroeger... O, geen wonder dat je nog steeds zo moeilijk doet over eten. Nou, zoek het dan zelf maar uit. Geef mij ook eens een stukje leverworst, als je tóch staat te vreten. En schenk nog eens bij, of nee, doe eigenlijk maar liever een wodka. Ik drink helemaal niet te veel, ik drink te weinig. Zo, we gaan eten. Verdomme, jongens, is die tafel nou nog niet gedekt? Vijf borden scheef neerpleuren, dat is toch geen tafeldekken?
Hè, hè. Nou, eindelijk dan. Dank je, ik hoef geen friet. Nee, ook geen biefstuk en rogvleugel en pasta en puree. En zeker geen tomatensla zonder peper, azijn of uitjes. Geef de wijn eens aan. Ik heb gek genoeg echt helemaal geen honger. Maar wel een verschrikkelijke dorst.’