Reishonger
Reizen maakt de laagste van alle lusten in mij los, te weten koopzucht. Zelfs bij autoritjes van amper een uur begin ik kort na vertrek nerveus naar de benzinemeter te loeren, in de hoop dat een bijna lege tank aanleiding zal geven tot stoppen bij een pompstation. Meestal is dat niet het geval, maar gelukkig moet er van de drie kinderen altijd wel minstens één naar de wc: in supermarkten of musea kunnen ze in zulke gevallen rekenen op moralistische scheldkanonnades van het type ‘verdomme, ik zéi toch nog... / nee, hoor, dan had je daarnet thuis maar moeten gaan...’, maar on the road grijp ik mijn kans. Terwijl de rest van het gezin tankt, plast of tersluiks in blotemeidenblaadjes bladert, draaf ik daadkrachtig de schappen van het Shell-paradijs op en neer. De Telegraaf moet ik in ieder geval hebben, want die lees ik anders nóóit, plus drie, vier glossy damesbladen, vooral indien die zijn voorzien van een gratis zonnebril, haarband of vertederend miniboekje met honderd tips om de voeten lenteklaar te maken, compleet met een klein flesje incourant getinte nagellak, dat niemand open krijgt behalve mijn tweejarig zoontje, als er net even niemand oplet, zodat hij ongestoord op zijn gloednieuwe suède schoentjes, et cetera.
Maar zover is het nog niet. Eerst schaf ik enige liters koelvloeistof aan, een zaklamp, twee bundels openhaardhout, een ruitenkrabbertje met een rood-witte want eromheen, zakken chips in uiteenlopende smaken, een kaart van Noordwest-Europa, een frisbee en een kilo winegums. Daarna maak ik een keus uit de gefrituurde hompen slachtafval die amechtig liggen te verdrogen in zo’n krokettencouveuse. Ik neem dan meestal een scheloranje nasiblok dat van het lange liggen krom is getrokken, en daarna een typische pompstationspecialiteit, de zogeheten truckersstaaf: een soort oversized frikandel, maar dan wat grover van structuur en rimpelig na vele uren onder die snackzonnebank. Daarbij een bekertje automatencappuccino, dat nog een beetje smaakt naar de tomatensoep van mijn voorganger. Van dit alles krijg ik een stralend humeur, op het manische af, vooral in de wetenschap dat ik desgewenst bij het volgende pompstation opnieuw zal kunnen toeslaan: voor alle zekerheid geef ik mijn kinderen ieder een liter cola.
Bij treinreizen liggen de zaken gecompliceerder, zeker sinds er geen vent met zo’n koffie-en-broodjesrollator meer door de gangpaden flaneert. Met koortsachtig bladeren in spoorboekjes valt er vaak nog wel een mouw aan te passen; zo heb ik jarenlang bij mijn favoriete stationsrestauratie te Duisburg een gigantische kom Grünkohlsuppe mit Wursteinlage verslonden in de twaalf minuten tussen twee aansluitingen, waarna ik de reis misselijk maar tevreden vervolgde. Bij Bad-dit-of-dat, een uurtje verderop, kocht ik dan bovendien in 45 gevaarlijk krappe seconden een stapel Duitse rioolbladen en een Familienpackung Gummibärchen, waar ik het vervolgens tot Berlijn mee moest uitzingen.
Vliegreizen vergen pas echt het uiterste van de consumptiedriftige. Vroeger kreeg je al vliegend tenminste nog een Herald Tribune en een warme kwak aquariumkit, die in noodgevallen voor omelet door kon gaan. Maar tegenwoordig blijft het meestal bij een zakje vrieskoude pinda’s, en ook het opwindende karretje waar je vroeger taxfree parfumflessen, als piloot verklede teddybeertjes en truttige reisnecessaires kon inslaan, is meestal nergens meer te bekennen. Zo kan het gebeuren dat je urenlang zonder consumpties, erger nog, zonder geld uit te kunnen geven in je stoel zit vastgesnoerd. Daarom is het zaak van tevoren ruim toe te tasten. Op buitenlandse luchthavens komt dat meestal neer op verduurzaamde plaatselijke specialiteiten, bijvoorbeeld in de vorm van een mandfles brandgevaarlijke turfgrappa, sigaretten waarvan je al kanker krijgt als je er naar kíjkt, of een kleurrijke doos gekonfijte lamafluimen. Ons eigen Schiphol levert veertig soorten drop, hagelslag, haring en ontbijtkoek, voor de globetrotter met heimwee en diens verre verwanten. Maar gelukkig ook geruite paraplu’s, wereldontvangers, kilo’s zware reuzenrepen Toblerone, kleine maar natuurgetrouwe replica’s van jarenvijftig-kauwgomballenautomaten en alle soorten sterke drank ter wereld.
Van de week las ik ergens dat Schiphol elk jaar weer een grotere omzet maakt. Nu weet u dus eindelijk hoe dat komt.