Margedag
‘Ja, wat denk je? Komen we daar als een gek aangerend, is de school dicht. Marge-dag. Mar-ge-dag! Ja, als jij nou nog stééds niet weet wat een margedag is, dan blijkt maar weer eens hoe goed de zorgtaken hier eigenlijk verdeeld zijn, hè?
Nou ja, ik weet het óók niet precies, maar in ieder geval is de school dus gesloten. De hele dag. Ja, nou, jij had het ook in jóúw agenda kunnen schrijven, toch? En ik moet dus over twintig minuten... Jongens, gaan jullie maar even tv kijken, oké? Hang die jassen nou op de kapstok! Ik weet niet waar de afstandsbediening is, nee. Gewoon, waar je hem zelf hebt neergelegd. Chips? Ben je gek, jullie hebben nét ontbeten! Nee, ook geen cola. Nou, dan zet je Ice Age 2 toch gezellig op? Ja, verdomme, stop die dingen dan ook terug in hun hoezen! Ga maar op de playstation dan. Goed, ik heb dus over een kwartier... O, natuurlijk, jij moet weer eens een staatssecretaris interviewen. Gisteren heb je ook al eindeloos staatssecretarissen geïnterviewd. Weet je nog, toen kwam je weer eens niet opdagen met eten. En eergisteren trouwens ook. Je zit toch niet in je eentje op die redactie? Waarom moet jij dan altijd staatssecretarissen interviewen? Dat kan iemand anders toch ook wel eens een keertje doen? Het is maar een staatssecretaris, hoor. Als het nou nog een minister was... hé! zijn jullie helemaal gek geworden! Jullie zetten hem zelf óók weer helemaal in elkaar! Nu! Ga de schroevendraaier maar pakken. Gewoon, waar je hem zelf hebt neergelegd. En haal die pindakaas van de bank. Eten doen we aan táfel, hoe vaak moet ik dat nog... Nee, niet met je mouw, hè verdomme! Koppen dicht allemaal, ik moet bellen. (...) Hoi Evelien! Sorry dat ik je zo overval... O, een tentamen. Ja, nee, natuurlijk. Succes! (...) Hoi Sanneke! Zeg, kun jij toevallig... Tjee, Costa Rica, heerlijk! Nou, dan hang ik maar gauw op! Tot over drie weken! (...) Ha die Mickey! Zeg, ik weet dat het kort dag is... Ach, wat rot voor je. Nou beterschap dan maar, hè. (...) Fijn. Ze kunnen dus allemaal niet. Nou, weet jíj nog een andere dan? Neehee, mijn moeder dus niet. Die kan nóóit op vrijdag, want dan is ze dus de hele dag bridgen bij tante Heleen. Weet je dat nou nóg niet. Je kunt wel weer zien wie hier altijd alles... Heb JIJ ze dat gegeven? En ik zeg net nog... Godallemachtig, kan ik niet vijf minuten mijn kont keren zonder dat jij die kinderen met zoete rommel zit vol te proppen? Shit, ja hoor! Over het hele kleed ook nog, getverdemme! Nee, lieverdje, jíj kunt er niks aan doen, hoor. Het geeft niet. Hier, drink een beetje water. Als je nou straks nog eens moet overgeven, doe het dan in dit teiltje, oké? En niet weer in de speelgoedmand. Zul je dat proberen? En voortaan wel eerst de papiertjes van de snoepjes afhalen, goed? Want die papiertjes, daar kan je maagje niet tegen. Zeg, heb je die vent nou al afgebeld? O, de staatssecretaris is een vrouw. Ja, dat kan ook natuurlijk. Vraag haar dan meteen even wat zíj met haar kinderen doet op zo’n margedag. Wedden dat die lekker met hun vader naar de Efteling zijn? Terwijl die van jou hier met hun jas aan de dvd-speler aan het slopen zijn. Ja hoor, túúrlijk, we nemen een au pair. Dat zou je wel willen, hè? “Jongens, papa komt zo, die is even de au pair een nachtkusje geven.” En een maandje later: “Sorry jongens, maar papa en mama konden echt niet meer bij elkaar blijven, want ze hadden telkens zo’n ruzie. Daarom gaan papa en de au pair nu samen ergens anders wonen, maar we houden allemaal nog steeds heel veel van jullie hoor!” Niks daarvan dus.
Zo, heb je die staatssecretaris van je nou afgebeld? Fijn. Was dat nou zo moeilijk? Zo, nou, hè, hè. Dan kan mama misschien nu ein-de-lijk even naar de kapper.’