Diep
Amerikanen hebben merkwaardige opvattingen wat betreft de evacuatie van hun stoelgang. Hetzelfde vinden ze trouwens van ons. ‘Duitse wc’s zijn eigenlijk de sleutel tot de gruwelen van het Derde Rijk. Een volk dat zulke toiletten kan bouwen, is tot alles in staat.’ Aldus de Amerikaanse schrijfster Erica Jong. Ze besefte niet dat Nederlanders vaak dezelfde wc als Duitsers hebben, namelijk een zogeheten vlakspoeler. Die is voorzien van een porseleinen rustplaats voor uitwerpselen, door Gerard Reve adequaat omschreven als ‘het aanrecht van de alternatieve keuken’.
Amerikanen, fanatieke liefhebbers van de diepspoeler, vinden dit systeem ontzettend vies. Duitsers verontschuldigen zich graag met medische argumenten. Eventuele ziektes manifesteren zich vaak reeds in een vroeg stadium in wat de Duitsers zo charmant Stuhl noemen: als de inhoud van de pot plots een verontrustende aanblik biedt, dan ben je er nog op tijd bij, is het idee. Inderdaad maakte mijn Berlijnse huisarts er een gewoonte van bij om het even welke lichamelijke klacht een plastic bekertje en een soort ijsstokje mee naar huis te geven, met het verzoek ‘zes of zeven staaltjes’ op verschillende plaatsen uit het verdachte excrement op te graven, in het bekertje te deponeren en dat in de dichtsbijzijnde brievenbus te werpen, voorzien van een etiket met een postbusnummer ergens in Noordrijn-Westfalen.
Dit alles zou natuurlijk een stuk ingewikkelder worden met een diepspoeler. Bovendien waren mijn kinderen erg gehecht aan de vlakspoeler, wegens de mogelijkheid tot wedstrijden in het zogenoemde figuurpoepen. Dat meeslepende spel hebben ze hier in Amerika vervangen door het minstens even enerverende synchroonpoepen. Ons huis is voorzien van drie diepspoelers, één in het souterrain, één op de begane grond en één op de eerste etage: luid zingend nemen ze alledrie tegelijk plaats en doen ze wie het eerst klaar is, waarna de winnaar de keuken in rent en met ongewassen handen een forse greep in de koektrommel doet. Ze trekken wel door, maar de waterdruk in Amerikaanse wc’s laat vaak nogal te wensen over. Je moet de knop een volle vijf seconden ingedrukt houden om de stroom voldoende op gang te brengen, en daar hebben kinderen geen geduld voor. Bovendien gebruiken ze per stoelgang ieder ruim een halve rol pleepapier, niet alleen ná gedane zaken, maar ook ervóór: een stukje papier op de waterspiegel voorkomt immers het beruchte natteplonseffect, en dat nemen ze wat al te grondig en dus propsgewijs ter harte. Zo’n papierberg krijgen die slappe poppenwc’tjes hier niet weg, en er gaat dus geen week voorbij of ik sta walgend met de ontstopper in die tot de bril gestegen onzegbare soep te roeren. Nee, dan onze ouderwetse Hollandse vlakspoelers! Eén ruk aan het koordje en je bent overal van af. Hoewel de Franse hurkplee ook voordelen heeft: je hoeft er bijvoorbeeld niks aan te raken, en je traint bij het hurken je dijspieren nog eens. Je krijgt ook niks te zien trouwens. Zouden de Fransen vaker aan ongediagnosticeerde onderbuikziekten sterven dan de Duitsers?
En zegt de vormgeving van zoiets essentieels als een wc eigenlijk niet iets veel diepgaanders over de volksaard van het desbetreffende land? De Duitse drang tot grondige wetenschappelijke vorsing (een tijdje laten liggen en eerst goed bekijken), het Franse revolutionare radicalisme (hop, in één keer de vergetelheid in) en het Angelsaksische pragmatische liberalisme van de gulden middenweg. Zo, daar kan Hegel nog een puntje aan zuigen.
Intussen zijn die vijf seconden geduld bij het doortrekken wel de ondergang van de Amerikaanse economie. Driehonderd miljoen Amerikanen verspillen samen dagelijks bij gemiddelde stoelgang van één keer per dag 1500 miljoen seconden. Dat zijn 5208 volledige werkdagen die per dag verloren gaan. Wat dat op jaarbasis is, daar wil ik niet eens aan denken. Geen wonder dat het zo beroerd gaat met de dollar. En dan heb ik de plasjes nog niet eens meegerekend.