Sauna
Het is natuurlijk fijn dat het eindelijk écht een beetje lente wordt. Wel jammer dat je nu ook niet meer ontkomt aan het ontbloten van kuiten, armen en decolletés, die daar helaas respectievelijk te stoppelig, te bleek en te pukkelig voor zijn; het geheel is bovendien overdekt met een lillende laag sponzig wintervet. De damesbladen hebben al weken geleden met ontharingstips, anti-eeltprogramma’s en pre-strand-scrubmiddagjes het voorjaarsoffensief ingezet tegen lichamen die het daglicht niet kunnen verdragen. Maar voor mij komen dit soort frisse aansporingen meestal te laat. De eerste warme dag treft me als een dolkstoot in de rug, en vol weerzin slof ik naar de dichtstbijzijnde sauna om het achterstallig onderhoud in te halen met behulp van een touwhandschoen, die na maanden in mijn klamme badkamer dichtbegroeid is geraakt met slijmerige algjes.
Daar begint de ellende al. Alle andere vrouwen in de sauna hebben altijd zo’n prachtige tulband van handdoek op hun hoofd. Hoe doen ze het toch? Met één elegant handgebaar vouwen ze zo’n imposante toeter, die onwrikbaar koninklijk blijft zitten tijdens de meest woeste scrub-, epileer- of harssessies. Maar bij mij zakt zo’n geval altijd binnen twee minuten druilerig ineen, en glijdt langs mijn weerzinwekkend bleke rug naar beneden in het brakke plasje water tussen mijn ontoonbare wintervoeten.
Nog onbereikbaarder is de kunst een tweede, al even rulle handdoek tot een sexy mini-jurkje te knopen, dat als vanzelf de glooiingen van het lichaam volgt en gunstig benadrukt. Je hebt er een gigantisch wit badlaken voor nodig, en die zijn alleen op vertoon van een geheim pasje te koop in speciaalzaken voor fotomodellen. In gewonemensenwinkels zijn badlakens meestal bedrukt met Bob de Bouwer, roze palmbomen of een lachende zeehond. Ook zijn ze vaak net niet groot genoeg, waardoor je borsten, tóch al voorjaarsmoe, nog eens extra plat tegen de ribbenkast worden gedrukt. De ondeskundig geknoopte lap vouwt zich bovendien bij iedere onverhoedse beweging open, waardoor de omstanders een goed zicht krijgen op pipse vetrollen en ordeloze beharingspatronen. Nog erger wordt het in het hete helhok zelf, want dan moet die handdoek natuurlijk helemáál af. Het is de bedoeling dat je daar ontspant, maar dan wel in een beschaafde, flatteuze houding. Rechtop zittend met je knieën netjes bij elkaar, bijvoorbeeld. Maar ik kan alleen ontspannen als ik op mijn zij lig, waarna mijn zwetende knie algauw van het bankje glibbert, pardoes in de keurig gewaxte bikinilijn van een onderbuurvrouw, die ondanks mijn gestamelde ‘o, sorry...’ de rest van de sessie angstig naar me op blijft kijken, bang dat ik straks wéér aan haar ga zitten. Nee, lang houd ik het daar nooit uit.
Trouwens, schoon en zacht word je wel in de sauna, maar zeker niet bruin en slank. Dat zijn immers langetermijnprojecten, die hoogstens met behulp van optisch bedrog in kort bestek zijn te benaderen. Zeker, de zonnebank is heerlijk, maar helaas is een kwartier onder het turbo-jumbokanon al voldoende om de tere huid van het decolleté voorgoed te doen verdorren tot een taaie lap massief, geloogd varkensleder. Zelfbruinende crèmes geven tegenwoordig gelukkig een vlekkeloos resultaat, althans, zolang je niet kort na het aanbrengen gedachteloos aan je kuiten krabt of in bijvoorbeeld een rieten stoeltje plaatsneemt. In het laatste geval verschijnen een uurtje later de interessantste, voorlopig onuitwisbare wafelpatronen aan weerszijden van de bilspleet.
Een dergelijk onheil loert op de teennagels: verheugd over de eindelijk weer lentefris gevijlde en gelakte teennagels schuif je je voeten in de mooiste sandalen van vorige zomer, waar bij nader inzien een cruciaal gespje aan blijkt te ontbreken. Tijdens het geërgerd uittrekken blijft een groot deel van de verse nagellak in de schoen achter, en aan de net nog zo glanzende nagels kleeft een laagje blauw pluis van onduidelijke herkomst.
En die éne zomerjurk waar je vorig jaar zoveel complimenten over kreeg, vertoont ter hoogte van het middenrif een conglomeraat van rode, gele en groene klonten: een handvol winegums, in het borstzakje achtergebleven op de laatste stranddag van het seizoen en voorgoed onherstelbaar vastgekit.
Ik verheug me op de herfst.