Kamp
Ik had het natuurlijk moeten zien aankomen, en ik wist het eigenlijk ook wel: in Amerika gaan de scholen in de zomer drie maanden dicht. Het is het soort informatie dat in dezelfde categorie valt als ‘wacht tot het rode licht gedoofd is, er kan nóg een trein komen’, ‘eet twaalf stuks fruit en 900 gram bladgroente per dag’, of ‘voorzie alle schoolboeken, leermiddelen, sportkleding, lunchpakketten, handdoeken en tandenpoetsbehoeften van uw kind(eren) van reflecterende etiketten met naam, adres, telefoonnummer, school- en klascode, zorg dat een en ander geen sporen van pinda’s of noten bevat, onzichtbaar gezoomd is, dagelijks chemisch gereinigd wordt en voorzien is van een elastiekje met daaraan bevestigd een klein plastic neushoorntje’. Het soort informatie, kortom, waarvan de meeste mensen zich niets aantrekken, in de vage hoop dat het vast allemaal zo’n vaart niet zal lopen.
En meestal loopt het ook zo’n vaart niet. Ik ben bijvoorbeeld nog nooit door een trein overreden, ook hebben wij nog steeds geen scheurbuik, rachitis of een andere gebreksziekte. En weliswaar verliezen mijn kinderen vrijwel dagelijks op school een handdoek of sportbroekje, maar in de hoek van de gymzaal staat een grote bak vol gevonden voorwerpen waar óók geen naam op staat en waar je dus naar hartenlust in kan graaien, alles bovendien van veel fraaiere kwaliteit dan onze eigen spullen.
Intussen ging die rotschool wél dicht, nu alweer twee weken geleden, na een apotheose van afscheidspicknicks, pizzaparty’s, ontroerend gestamelde toneelopvoeringen en patriottische liederen (alles ten behoeve van de alomtegenwoordige gehandicapte medescholier ook in gebarentaal en braille, rolstoel en zuurstofapparaat op aanvraag beschikbaar), speeches van examinantjes en heel veel prijsuitreikingen. Mijn kinderen hebben de afgelopen weken ieder zeker vijftien glimmende trofeeën, medailles en oorkonden ontvangen, in het genre ‘eerste klas assistent-papierprikker der openbare parken’, ‘exceptioneel bordenwisser’ of ‘rolstoelduwer van bijzondere verdienste’. Toen was het feest voorbij, en de vakantie begonnen.
Die eerste maandagochtend probeerde ik te doen alsof er niks aan de hand was, gaf mijn kinderen een stevig ontbijt, stuurde ze naar buiten en ging in mijn werkkamer zitten. Vijf minuten later kwam mijn jongste zoontje brullend binnen met een hoofdwond waardoor hersenen naar buiten leken te puilen. Gelukkig is er een ziekenhuis om de hoek, maar vóór ze je daar redden tellen ze eerst even tot honderdduizend. Kortom, toen alles eenmaal netjes dichtgenaaid was en ik het bloed min of meer had opgedweild, was de dag alweer om.
De volgende ochtend, toen ik juist in de achtertuin andermaal een smartelijk loeien hoorde aanzwellen, ging de telefoon. Het was een zekere Greg, die wilde weten of we een prettige vakantie hadden. ‘Nee,’ zei ik, naar waarheid. Nou, dat trof mooi, want Greg belde namens kinderkamp De Zingende Zwemmertjes, dat nog wel een plaatsje beschikbaar had. ‘Nee,’ zei ik andermaal, want bij een kamp denk ik weliswaar niet direct aan Birkenau, maar wel aan vieze beesten in de tent, broeierige ontmaagdingsscènes bij kampvuren en gruwelijke experimenten op marshmallows.
Ik hing op, en de telefoon ging opnieuw: nu was het een zekere Jason, van kamp De Kranige Kanovaardertjes, die niet eens met míj wou praten maar voortvarend naar mijn tienjarige dochter vroeg. Ik dacht aan Lolita’s Camp Climax, gooide de hoorn erop en belde een Amerikaanse vriendin, die mij per omgaande verzekerde dat ik gek was. Die kampen waren niet eng, maar léúk, het hoefde niet met slapen en die van haar zaten al lang veilig opgeborgen bij respectievelijk De Wijze Wiskundeknobbeltjes en De Vlijtige Vlottenbouwertjes.
Om een lang verhaal kort te maken: mijn oudste twee zitten nu blij in kamp Razende Rackets, op vrijzinnig christelijke grondslag, maar daar merk je haast niks van, zeggen ze. En de jongste? Zijn kleuterschooltje blijkt gewoon geopend. Dat heet ‘summer school’ en kost een ongehoorde som gelds. Maar daarvoor krijgt hij dan ook een t-shirt met het schoollogo, en elke dag twee keer een ijsje.