Schoolvakantie
Voor de zóveelste keer stond ik ongelovig met mijn kinderen aan een gesloten schooldeur te sjorren. Ik weet niet hoe ze het voor elkaar krijgen, maar in de praktijk komt het erop neer dat schoolkinderen tussen maart en september vrijwel onafgebroken vrij hebben. Ze treffen je telkens weer als een nekschot vanuit een hinderlaag, die pinkster-, krokus-, tulp-, hemelvaart- of voorjaarsvakanties. Als schrijnende bijkomstigheid is er van enig bestendig voorjaarsweer of wat voor verzachtende omstandigheden dan ook meestal niks te bespeuren. Bovendien geeft dat spervuur van feest- en gedenkdagen voortdurend aanleiding tot lastige kindervragen als: ‘Hoe kan dat nou, dat Jezus weer levend werd?’ ‘Wat is Pinksteren eigenlijk precies?’ ‘Maar waaróm had Hitler dan zo’n hekel aan Joodse mensen?’
Op een gewone weekdag kan men volstaan met wat vaag gemompel, het zo lawaaiig mogelijk inpakken van tassen en de belofte dat papa vanavond na het eten de complete kruisgang zal toelichten, met plaatjes. Als je mazzel hebt zijn ze de hele kwestie bij thuiskomst vergeten. Maar met zo’n beerput aan vrije tijd bijten kinderen zich vast in de meest uiteenlopende levensvraagstukken, en voor je het weet zit je ’s ochtends om half negen reeds in een vlekkerige kamerjas planetenstelsels uit te printen en een batterij te vervaardigen uit een aardappel of citroen.
‘Nee, dat kan echt hoor, mama! Meester Wim zei het zelf!’ Ja ja, maar meester Wim zit intussen ergens lekker op de een of andere Baleaar cocktails uit een uitgeholde ananas te lurken, en laat zijn woeste Woudlopershandboekproefjes aan ondeskundige vaders en moeders over, die eigenlijk wel iets beters te doen hebben. Voor werkende ouders betekent deze vakantie immers een zoveelste hap uit de schaarse voorraad vrije dagen. Zelfs als beide ouders op moeizaam bijeengeschraapte adv-dagen om beurten de zorgtaken waarnemen, wordt het krap. Bovendien krijgt het gezinsleven op die manier de mistroostige cadans van ploegendiensten in de hoogovens.
Het alternatief is een panische zoektocht naar lastminutekinderopvang. In noodgevallen kan het wel, voor een dagje: morrende oma’s die als wederdienst voor het babysitten een dampende portie schuldgevoel achterlaten, of onverschillige oppasmeisjes die voor 8 euro per uur wezenloos met een zak chips op schoot voor de tv zitten te sms’en. Om je wroeging te bezweren gooi je er de volgende dag een bezoek aan het pretpark tegenaan (nou, vooruit dan maar), dat letterlijk uitloopt op een koude douche: de vrolijke attracties komen tussen de zwiepende regensluiers nauwelijks tot hun recht, en je geeft op dat ene dagje een bedrag uit waarvoor je met een geheime minnaar naar keuze een lang weekend kreeft had kunnen eten in een luxe kuuroord vol zachte witte kamerjassen. Maar evengoed staan de kindertjes de volgende ochtend alwéér om half zes om gebakken eieren te schreeuwen, en informeren tegen zevenen met kaplaarsjes aan verwachtingsvol ‘wat we vandaag voor leuks gaan doen’.
Nee, je kunt niet elke dag naar McDonald’s of de bioscoop, want dat loopt nog lelijk op en schijnt bovendien schadelijk te zijn voor de kinderziel. De mooie tekening is gauw gemaakt (‘Prachtig! Weet je wat? Maak er nóg maar een!’) De tv biedt een uurtje soelaas, een bedrieglijke periode van rust, waarbij het tuig energie opdoet voor een lange middag van klieren, gillen en stompen. ‘Jongens, jullie hebben toch met Pasen nog een prachtige sjoelbak gekregen?’ Ja, omdat de paashaas na lang dubben besloten had dat de aanschaf van een gameboy overdreven, duur en vulgair zou zijn. Daar heeft de paashaas nu spijt van.
Op naar Intertoys of Bart Smit dan maar, voor een nieuw computerspelletje uit de aanbiedingstrog. De aanschaf blijkt na het uitpakken a) geschikt voor alle computers behalve die van uw kinderen, b) veel te kinderachtig, zodat ze er na vijf minuten op uit zijn gekeken, of c) veel te moeilijk. In het laatste geval ben je uren bezig het kreng te doorgronden, terwijl de kinderen zich vloeibaar van verveling over het meubilair draperen.
‘Wanneer komt papa nou thuis? Die weet vast wél hoe het moet!’ Nee, papa komt voorlopig niet thuis. Hij zal wel wijzer wezen. Want morgen is het zíjn beurt.