Liberty Mountain
Ik heb als kind niet leren skiën, want dat vonden mijn ouders duur, vermoeiend en zinloos. Daar hadden ze gelijk in. Skiën wás duur, vermoeiend en zinloos, en dat is het nog steeds.
Helaas raakte ik rond mijn twintigste bevriend met een rijk meisje dat een chalet in een chic Zwitsers skioord bezat en ten onrechte meende dat het voor mij nog niet te laat was.
Winter na winter sjokte ik met die rotski’s op mijn schouder op die klonten van schoenen naar dat rotliftje, in een nimbus van Labello, Nivea en doodsangst, waarna ik steevast om erger te voorkomen bij de eerste afdaling een enkel verstuikte of een knieband scheurde. De rest van de week lag ik dan in mijn pyjama op de bank in dat chaletje glühwein te hijsen, met een oude jaargang van Ons Koningshuis op schoot, terwijl mijn fortuinlijker vrienden met hun stralend gebronsde rotkoppen die rotberg afsuisden. Uiteindelijk verkocht mijn vriendin dat chalet, en ze deed haar verloofde weg, met wie ik vervolgens trouwde. Hij was ook al zo’n bevlogen skiër, maar dat zag ik gemakshalve door de vingers. Soms gaan die dingen tenslotte over, dacht ik.
Niet dus. Jaar in jaar uit sleepte hij me mee naar de gruwelijkste bergtoppen in obscure Oost-Duitse deelstaten en voornamelijk uit asbest bestaande Sovjetrepublieken. Ook daar moest ik meestal binnen een paar uur het bed houden, maar dan zonder Ons Koningshuis, met een arm of been in brokkelig grauw Oostblokgips, en een goed glas plaatselijk bruinkooldestillaat in de vrije hand.
Ten einde raad besloot ik een kind te krijgen, want met kleine kinderen kun je helemaal niets, laat staan skiën. Toen het kind groot genoeg dreigde te worden om de eerste, onzekere stapjes op de piste te zetten, kreeg ik nog een kind, en daarna voor alle zekerheid nog een. Uiteindelijk hield ik ermee op, want kinderen grootbrengen bleek zo mogelijk nog duurder, vermoeiender en zinlozer dan dat hele skiën.
Mijn jongste is intussen bijna vier, de minimumleeftijd waarop je een kind legaal in een skiklasje kunt dumpen. Omdat huisgenoot P. niet langer kon wachten, vervalste hij de verjaardag van het arme schaapje en kocht voor ruim duizend euro met teflon gevoerde sneeuwpakjes, aerodynamische mutsjes en wantjes met ingebouwde satellietontvangers. Daarna laadde hij het gezin neuriënd in de auto en reed ons naar een Liberty Mountain genaamd rampgebied.
Er stond een enorme sneeuwberg, die ze daar zelf maakten met behulp van een stuwmeer vol ijs en een soort vergruizer. Ik gaf mijn kinderen plus een heleboel geld aan iemand die Larry heette, en er ook zo uitzag. Larry nam mijn oudste twee kinderen bij een hand en propte de luid jammerende jongste onder zijn arm, waarna hij mij lots of fun toewenste en uit het zicht verdween. Nagelbijtend wachtte ik in de barre vrieskou op de dingen die komen gingen.
Een kwartier later zag ik mijn kinderen met duizelingwekkende vaart naar beneden zoeven. Ze schaterden van plezier. Nog een kwartier later konden ze het ook achterwaarts op één been, met in de ene hand een bosbessenmuffin en in de andere hand een beker warme chocolademelk, ter grootte van respectievelijk een divankussen en een vuilnisemmer.
Trots, maar ook een beetje bedroefd omdat er steeds meer dingen zijn die mijn kinderen wél kunnen en ik niet, stapte ik in de auto en reed naar een replica van de Lourdesgrot. Niet zomaar een replica van de Lourdesgrot, nee, ‘een van de oudste replica’s van de Lourdesgrot in Amerika’, snoefde het bijschrift. Het was er doodstil. Het Mariabeeld keek met milde belangstelling op mij neer. ‘Kunt u mij misschien leren skiën?’ vroeg ik Haar, want zoiets leek me voor Haar een kleinigheid.
Voor alle zekerheid stak ik een kaarsje van drie dollar aan, terwijl er ook goedkopere waren. Ik hoorde de bomen zachtjes ruisen. Devoot en hoopvol gestemd verliet ik de grot, gleed uit over het beijzelde trapje en verstuikte mijn enkel.