Eekhoorn

De dierenwereld is ruwweg in te delen in de categorieën Eng, Vies, Schattig en Zielig, in Nederland vertegenwoordigd door respectievelijk de spin, de pissebed, het roodborstje en het zeehondje. De fauna in de Washingtonse suburbs gooit er een schepje bovenop.

Zo zijn de roodborstjes (‘rookworstjes’ zoals mijn driejarig zoontje ze noemt, misschien uit heimwee naar de vaderlandse vleeswaar) hier helemáál rood, en ze hebben een dapper kuifje dat hun schattigheid tot ondraaglijke hoogten opstuwt. Het zijn waarschijnlijk niet eens roodborstjes, maar daar gaat het nu even niet om.

Zeer Vies is een soort kleverige wriemelende duizendpoot, ter grootte van een onreine haarborstel. Mijn kinderen gaan krijsend met dichtgeknepen ogen op een stoel staan als ze er een uit het gootsteenputje tevoorschijn zien sidderen, tot huisgenoot P. komt om de griezel buiten te zetten met behulp van een lege luciferdoos. Ik ken mensen die zulk ongedierte met de stofzuiger opzuigen: één, twee, drie de vergetelheid in. Ja, dat dénken ze. Ze beseffen niet dat die zachte, donkere stofzuigerzak een ideale broedstoof is waar die lichtschuwe beesten zich razendsnel voortplanten: luttele uren later komen ze met duizenden tegelijk uit die stofzuigerslang gemarcheerd, en voilà, je kunt het niet meer navertellen. Daarom weet ook bijna niemand hiervan.

Zo’n beest doodmaken is ook af te raden, want dan komen zijn ouders misschien wraak nemen, en bovendien kráákt het. Ik weet nog goed hoe mijn kat vroeger in mijn Moskouse appartement de ene na de andere muisgrote kakkerlak luid knarsend opknabbelde alsof het wokkels waren en hoe ik in die tijd vijftien kilo afviel omdat ik maar niet kon ophouden met kokhalzen.

De vlinders hier zijn vaak Schattig, want voorzien van frisse motiefjes in fel contrasterende Disneykleuren. Maar je hebt er ook grote, grauwe tussen, met vleugels die bedoeld zijn als mimicry van een halfvergaan herfstblad. Door een slordigheidje in het design lijkt het vaag rondflapperend gedierte echter vooral op een vochtig dweiltje. Hij is beslist Eng. Als hij tegen je aan vliegt voelt het als spinrag, en hij heeft een geur van bederf bij zich. Of is dat de herfst, die de tuin in komt sluipen? De nazomerzon brandt nog, maar het gele licht staat al laag. In de lange schaduwen onder de notenboom verdringen zich voze zwammen met ongunstige rafels aan hun hoed.

Daar spelen ook de eekhoorntjes. Voor mijn kinderen waren dat fabeldieren uit boekjes, ongeveer van hetzelfde waarschijnlijkheidsniveau als een kabouter of een bacterie. Dat ze écht rechtop zaten met een nootje tussen hun pootjes leek ook mij wat vergezocht. Maar het blijkt waar, en zo ontrolt zich de ene na de andere truttige Beatrix Potter-scène in mijn achtertuin. Overdreven schattig zijn die eekhoorns, met hun pluimpjesoren en stoeierig dansende staart. Sommige zijn tam genoeg om chocolade uit je hand te eten. Maar ze blijven op hun hoede, en loeren telkens even over hun nuffig opgetrokken schoudertje. Voor Amerikanen zijn eekhoorns gewoon een soort ratten, waar je op kunt schieten met je windbuks, om te oefenen voor als er een inbreker aan je bed staat. Ze maken wel een enorme rotzooi, moet ik zeggen, die eekhoorns dus. Inbrekers trouwens meestal ook, al smijten die meestal niet met notendoppen.

Schattig, maar ook Zielig zijn de wasbeertjes met hun huilerige uitgelopen-mascaragezichtjes, alsof hun zojuist een dierbare is ontvallen. De treffendste combinatie van Schattig, Zielig, Vies en Eng vond ik trouwens vanmorgen onder de eik. Een dode eekhoornbaby, het bekje open als een embryo in zo’n lugubere anti-abortusfilm, krioelend van de maden en in een wolk van blauw metallic aasvliegen. Ik heb het ter aarde besteld in een folder van de Pizzahut, want de Washington Post had ik nog niet uit. Nou ja, hij was zó klein, hij kon vast nog niet lezen.

Ik verzin dit niet
x97890295756761.xhtml
x97890295756762.xhtml
x97890295756763.xhtml
x97890295756764.xhtml
x97890295756765.xhtml
x97890295756766.xhtml
x97890295756767.xhtml
x97890295756768.xhtml
x97890295756769.xhtml
x978902957567610.xhtml
x978902957567611.xhtml
x978902957567612.xhtml
x978902957567613.xhtml
x978902957567614.xhtml
x978902957567615.xhtml
x978902957567616.xhtml
x978902957567617.xhtml
x978902957567618.xhtml
x978902957567619.xhtml
x978902957567620.xhtml
x978902957567621.xhtml
x978902957567622.xhtml
x978902957567623.xhtml
x978902957567624.xhtml
x978902957567625.xhtml
x978902957567626.xhtml
x978902957567627.xhtml
x978902957567628.xhtml
x978902957567629.xhtml
x978902957567630.xhtml
x978902957567631.xhtml
x978902957567632.xhtml
x978902957567633.xhtml
x978902957567634.xhtml
x978902957567635.xhtml
x978902957567636.xhtml
x978902957567637.xhtml
x978902957567638.xhtml
x978902957567639.xhtml
x978902957567640.xhtml
x978902957567641.xhtml
x978902957567642.xhtml
x978902957567643.xhtml
x978902957567644.xhtml
x978902957567645.xhtml
x978902957567646.xhtml
x978902957567647.xhtml
x978902957567648.xhtml
x978902957567649.xhtml
x978902957567650.xhtml
x978902957567651.xhtml
x978902957567652.xhtml
x978902957567653.xhtml
x978902957567654.xhtml
x978902957567655.xhtml
x978902957567656.xhtml
x978902957567657.xhtml
x978902957567658.xhtml
x978902957567659.xhtml
x978902957567660.xhtml
x978902957567661.xhtml
x978902957567662.xhtml
x978902957567663.xhtml
x978902957567664.xhtml
x978902957567665.xhtml
x978902957567666.xhtml
x978902957567667.xhtml
x978902957567668.xhtml
x978902957567669.xhtml
x978902957567670.xhtml
x978902957567671.xhtml
x978902957567672.xhtml
x978902957567673.xhtml
x978902957567674.xhtml
x978902957567675.xhtml
x978902957567676.xhtml
x978902957567677.xhtml
x978902957567678.xhtml
x978902957567679.xhtml
x978902957567680.xhtml
x978902957567681.xhtml
x978902957567682.xhtml
x978902957567683.xhtml
x978902957567684.xhtml
x978902957567685.xhtml
x978902957567686.xhtml
x978902957567687.xhtml
x978902957567688.xhtml
x978902957567689.xhtml
x978902957567690.xhtml
x978902957567691.xhtml
x978902957567692.xhtml
x978902957567693.xhtml
x978902957567694.xhtml
x978902957567695.xhtml
x978902957567696.xhtml
x978902957567697.xhtml
x978902957567698.xhtml