Woord van dank

Een roman schrijven lijkt op het afleggen van een cocon die je had gesponnen toen je nog niet zoveel wist.

In deze dankbetuigingen zou ik daarom iedereen moeten vermelden die me heeft geholpen mijn dyslexie te accepteren. Als ik echter alle docenten, studenten en vrienden zou noemen die me hebben gesteund, zou De taal der spreuken zo zwaar worden dat je ermee kon gewichtheffen. Dus mocht je dit boek in de eerste plaats lezen omdat mijn naam op de omslag staat – en niet vanwege de titel – weet dan dat ik je erg waardeer.

Mijn speciale dank gaat uit naar degenen die zich hebben ingespannen voor de totstandkoming van De taal der spreuken omdat ze erin geloofden: James Frenkel voor zijn eindeloze wijsheid en enorme inzet bij het redigeren van dit boek; Matt Bialer die iets in een beginnend schrijver zag en hem een kans bood; Todd Lockwood en Irene Gallo voor de prachtige omslag; Tom Doherty en iedereen van Tor voor hun steun; de Stanford Medical School en het Medical Scholars Research Program omdat ze me mogelijk maken dat ik twee banen heb; Tad Williams, mijn gladgeschoren YMCA-basketbal Jedimeester en fantasyschrijver, die een groot stempel op dit verhaal heeft gedrukt; Daniel Abraham voor zijn natuurkundige uitleg over de maan en omdat hij me heeft geïnspireerd tot het concept van ‘viervoudig denken’ door een terloopse, maar briljante opmerking onder de lunch; Terra Chalberg, vriendin en beschermengel in een moeilijke periode; Nina Nuangchamnong en Jessica Weare, die me door dik en dun hebben gesteund en geduldig het manuscript hebben bijgeschaafd; de decaan Laura King, waar ze ook is, omdat ze me uit de wilde meute studenten heeft gehaald, heeft leren schrijven en mijn dromen najagen; Joshua Spanogle voor zijn vriendschap en advies over het leven als medisch student annex schrijver; Swaroop Samant en Erin Cashier voor hun scherpe kritiek en war-me complimenten; Asya Agulnik, Deanna Hoak, Kevan Moffett, Julia Manzerova, Mark Dannenberg, Nicole C. Hastings, Tom DuBois, Amy Yu, Ming Cheah en Christine Chang voor hun nieuwe inzichten en wijsheid; Kate Sargent omdat ze zich door de onbeholpen eerste versies heen heeft geworsteld; de Woordwevers (Madeleine Robins, Kevin Andrew Murphy, Jaqueline Schumann, Jeff Weitzel, Elizabeth Gilligan) voor hun kameraadschap en omdat ze me leerden over het schrijversvak te praten; Andrea Panchok-Berry die mijn allereerste versie las, met alle spelfouten die er nog in zaten; Vicky Greenbaum die me vanaf het begin heeft aangemoedigd en geïnspireerd; en tot slot, met al mijn liefde, Genevieve Johansen, Louise Buck en Randy Charlton, omdat ze van jongs af aan in me hebben geloofd.