Hoofdstuk 16
Toen Shannon terugkwam in zijn werkkamer, trof hij daar Amadi aan. Ze was bezig met drie van haar Noordelijke bewakers het hele vertrek ondersteboven te halen. Een van hen herkende hij als Kale, haar privésecretaris. De andere twee waren de sukkels die hem hadden moeten schaduwen. Zodra ze hem zagen, begonnen ze censuurspreuken aan te maken, beperkende teksten die zich om zijn hoofd wikkelden om te voorkomen dat hij zelf kon spreukschrijven.
Shannon negeerde hen, liep naar zijn bureau en zette Azure op zijn stoel. Hij pakte een paar walnoten uit een pot die op een boekenplank stond. ‘Ik geloof dat ik jullie een verklaring schuldig ben.’
‘Magister, je hebt mijn bewakers met opzet om de tuin geleid.’
Shannon drukte een walnoot in Azures poot. ‘O, werd ik bewaakt? Dat heb ik helemaal niet gemerkt. Ze hadden vast een voortreffelijke subtekst geschreven. Hoe kunnen ze me trouwens zijn kwijtgeraakt?’ Hij glimlachte naar de twee mannen die hem hadden geschaduwd.
Ze vormden een komisch duo. De een was groot en dik, met gouden knopen op zijn mouwen. De ander was klein en dun en op zijn mouwen zaten zilveren knopen.
Azure kraakte de walnoot met haar snavel en pikte het binnenste eruit.
Amadi keek de kleinste van de twee vragend aan.
‘De magister ging in de Marfiltoren naar het privaat,’ vertelde de man verontwaardigd. ‘Daar is hij met behulp van een spreuk naar een hoger gelegen brug geklommen.’
Lachend nam Shannon de lege doppen van Azure aan. ‘Het is heel vleiend dat je me ondanks mijn leeftijd nog tot zo’n heldendaad in staat acht, maar ik ben gewoon doorgelopen naar het balkon omdat ik nog iets wilde vragen aan het spreukbeeld dat de latrine leegt. Dat moet je maat, die het balkon in de gaten hield, toch zeker gezien hebben?’ Met opgetrokken wenkbrauwen keek hij de dikke bewaker aan.
De man keek beschaamd weg.
‘Wat vervelend,’ zei Shannon glimlachend. ‘Dus jullie hebben er niet bij stilgestaan dat het privaat nog een andere uitgang kon hebben? Nou ja, het maakt niet uit. Vraag het maar aan het spreukbeeld op het balkon. Die kan zich ons gesprek vast nog herinneren.’ Hij gaf Azure weer een walnoot. ‘Daarna heb ik de andere spreukbeelden geïnspecteerd.’ Hij noemde ze stuk voor stuk op.
Amadi keek haar ondergeschikten kritisch aan. ‘Ik wil dat jullie het verhaal natrekken.’
IJverig knikkend beenden ze weg uit de studeerkamer.
Amadi richtte zich tot haar secretaris. ‘En jij kunt die boodschappen bezorgen. Stoor me alleen als het dringend is.’
De jonge Ixoniër knikte, liep weg en trok de deur achter zich dicht.
Terwijl ze een vlecht uit haar gezicht streek, richtte Amadi het woord tot Shannon. ‘Ik dacht dat wij een afspraak hadden. Ik probeer je onschuld te bewijzen.’
‘Maar ik wist niet dat ik werd... bewaakt, zoals jij dat noemt.’
‘Magister, je kunt me niet meer voor de gek houden.’ Hoe beheerst haar stem ook was, toch lag er een ondertoon van gekwetstheid in. ‘Je wist heel goed dat je werd bewaakt.’
‘Nee, ik –’
‘Goed,’ zei ze kregelig. ‘Laat er geen misverstand over bestaan. We hebben mensen op wacht gezet bij je woonverblijf boven de Bolidetuin. Dat hebben we gedaan toen we zagen dat Nicodemus daarheen ging. We hebben hem rustig laten slapen, maar na zijn vertrek hebben mijn schrijvers de kamers doorzocht zonder rommel te maken. Als je je verdacht blijft gedragen, zullen we de huiszoeking grondiger moeten aanpakken.’ Ze liet een op effect berekende stilte vallen. ‘Ook hebben we stevige beveiligingsspreuken op alle deuren en ramen bevestigd.’
Shannon keek verbaasd.
‘Geen schrijver of spreukbeeld kan er meer in of uit zonder de beveiliging te wissen. Dat zou ik ten zeerste ontraden, want wie dat probeert, wordt subiet doormidden gekliefd. Als je zelf naar binnen of naar buiten moet, zullen de bewakers voor de deur die sloten tijdelijk uitschakelen.’
De oude man kon zijn ergernis niet langer verbergen. ‘Ik vind je maatregelen erg extreem, terwijl je geen enkel bewijs hebt dat ik iets verkeerds heb gedaan.’
‘O, ja? Leg me dan eens uit waarom je gezicht op een krabpaal lijkt?’
Hij sloeg zijn blinde ogen ten hemel. ‘Dat heb ik al verteld. Een spreukenboek ontplofte toen ik gisteravond laat aan het werk was. Ik kan je laten zien wat er van het boek over is, of eigenlijk van meerdere boeken.’
‘Natuurlijk, en de bewakers die ik heb weggestuurd, komen ongetwijfeld rapporteren dat de constructies op het balkon jouw verhaal hebben bevestigd. Je bent een geleerde op het gebied van tekstuele intelligentie. Je hebt ze vast en zeker geïnstrueerd.’
‘Magistra, nu ga je te ver! Ik heb al je vragen beantwoord. Ik heb mijn onderzoek er tijdelijk voor stilgelegd en je toegelaten tot mijn studenten. En wat is mijn dank? Dat je me laat bespieden, mijn bibliotheek over-hoop haalt en me beschuldigt van het knoeien met academische spreukbeelden.’
Amadi perste haar lippen op elkaar.
‘Ik herhaal dus dat je me een verklaring schuldig bent,’ ging Shannon rustiger verder. Hij hield Azure weer een walnoot voor. ‘Als ik die niet krijg, ga ik een klacht indienen bij –’
‘Twee van je studenten zijn om het leven gekomen.’
Hij liet de walnoot uit zijn hand vallen. ‘Wat zeg je daar?’
‘Twee van je studenten zijn overleden. Adan Rondtoren en Eric Everzoon. Adan is gevonden op het dak van de smederij. Zo te zien is hij van de Weshorstbrug gesprongen. Zijn oudere broer was al omgekomen bij de brand van Astrophel. De andere jongen, Eric, kwam het bos uit rennen terwijl een foutspreuk zijn ingewanden verscheurde. Door de vloek raakte hij uitgeput. In zijn pij had hij een Numinusrol verstopt. Kennelijk had hij het manuscript gestolen en was ermee naar het bos geglipt.’
‘Bloed van Los,’ fluisterde Shannon en hij plofte neer in zijn stoel. Azure klom op zijn schouder en streek met haar snavel zijn vlechten glad.
Amadi nam plaats op de stoel voor het bureau. ‘Niets wijst erop dat de jongens vermoord zijn, maar in het licht van de aanslag op Nora Finn vind ik het toch verdacht. Daarom vraag ik je nogmaals; waar ben je het afgelopen uur geweest?’
‘Ik heb een ernstig gesprek gehad met de spreukbeelden. Dat is de waarheid,’ antwoordde Shannon terneergeslagen.
De moordenaar had sneller toegeslagen dan hij voor mogelijk had gehouden. En dat terwijl de magiërs die belast waren met het toezicht op de kakografen nog zo door hem waren gewaarschuwd dat geen enkele leerling de stad mocht verlaten. Hoe had de moordenaar de jongens zover gekregen dat ze aan het waakzame oog van hun docenten waren ontsnapt?
Volgens de moordenaar kon hij dromen gebruiken zoals anderen een net hanteerden. Op de een of andere manier had hij de jongens met dromen verleid om de beschermende stadmuren te verlaten. ‘Vergiffenis, Schepper,’ fluisterde hij in zichzelf. Door deze gebeurtenis was de hele situatie veranderd.
Amadi stelde hem een vraag over de twee verongelukte jongens, maar hij legde haar het zwijgen op door de afgehouwen arm uit zijn gewaad tevoorschijn te halen. Het geval begon al behoorlijk onherkenbaar te worden, maar toch legde hij het op tafel neer. Terwijl de bewaker verbijsterd naar de arm staarde, beschreef hij de privé-bibliotheek van Nora Finn en zijn gevecht met de moordenaar.
Toen hij klaar was met zijn verhaal, keek Amadi hem onbewogen aan. ‘Je denkt toch niet dat ik dat geloof?’
Op dringende toon zei Shannon: ‘Ga naar de Gimhorsttoren. Dan kun je Nora’s bibliotheek zelf zien.’
‘Je zegt zelf dat de spreukboeken zijn ontploft en haar hele privé-bibliotheek is verwoest, ook het wapen van degene die jou heeft aangevallen. En ook dat het schepsel ervandoor is gegaan met het onderzoeksverslag van Finn. Er is daar niets meer te vinden.’
Daar had Shannon niet bij stilgestaan. ‘Maar deze arm dan?’
Amadi bekeek het voorwerp nog eens en haalde diep adem. ‘Ik heb nog nooit gehoord dat een levend wezen of een magische constructie in klei kan veranderen. Maar misschien was zo’n materieverwisseling op het oude continent wel mogelijk. Een godheid kan zoiets misschien met een speciale godenspreuk.’
Shannons handen werden ijskoud. Godenspreuken waren krachtige, bijzonder plechtig geschreven teksten die, zoals de naam al zei, door een godheid waren opgesteld. Zulke spreuken waren bijzonder zeldzaam.
Amadi bestudeerde Shannons gezicht. ‘Geloof je echt dat je gisteren een godheid hebt ontmoet? Maar dan hadden de andere magiërs zijn aanwezigheid in Sterrenstee toch ook gevoeld?’
Daar had ze gelijk in. ‘Misschien was het geen godheid, alleen een godenspreuk,’ antwoordde hij snel. ‘Je moet me geloven, Amadi. We hebben hier te maken met grotere krachten dan we tot nu toe hebben gekend.’
Ze dacht even na en vroeg op vriendelijker toon: ‘Heb je ooit visioenen gehad die geen verband hielden met viervoudige gedachten?’
Hij knipperde met zijn ogen. ‘Natuurlijk niet. Denk je soms dat ik gek ben geworden?’
‘Vertel me eens in welke relatie je tot de druïde staat.’
‘De druïde?’ vroeg hij stomverbaasd. ‘Bedoel je Deirdre? In geen enkele relatie. Ze vroeg me of ze een gesprek met Nicodemus mocht hebben en daar heb ik in toegestemd omdat het me bevorderlijk leek voor de bijeenkomst –’ Hij onderbrak zichzelf. ‘Denk je dat ik gek ben geworden en dat er een verband bestaat met de druïde?’
Amadi schudde haar hoofd. ‘Nee, met de jongen. Er gaat een bepaalde... kracht van hem uit. Waarom heb je me tijdens ons eerste gesprek niet ingelicht dat Nicodemus voor de geprofeteerde werd aangezien?’
‘Omdat het niet is bewezen.’
Amadi hield haar hoofd schuin. ‘Het lijkt alsof de jongen onbewust andere schrijvers – jou en misschien de druïde ook wel – voor zijn zaak inzet. Bedenk dat zijn soortgenoten door foutspreuken om het leven zijn gekomen. Misschien is hij verantwoordelijk voor... wat je hebt gezien.’
‘Waar wil je naartoe?’
‘Denk eens aan zijn litteken, een Vlecht onderbroken door een In-conjunct. De contra-profetie voorspelt dat de Stormvogel “het weefsel van de Halcyon zal lostrekken en de door de Halcyon gesmede banden tussen de menselijke samenlevingen zal verbreken.”’
Shannon stond op en begon te ijsberen. ‘Hoe kun je aan mijn verstand twijfelen, terwijl je zelf gelooft dat mijn doodgewone kakografische assistent de anti-Halcyon zou zijn? Wat een waanzin. Je denkt toch niet dat een jongeman met een handicap de Stormvogel is, de aanvoerder van de demonvereerders?’
‘Ik zoek naar een theorie die de recente sterfgevallen verklaart en dit is de enige verklaring die aan alle kanten klopt.’
Shannon schudde heftig zijn hoofd. ‘Maar ik heb de provoost gesproken. Volgens hem zijn de littekens van Nicodemus waarschijnlijk het werk van zijn fanatieke moeder die hem indertijd heeft gebrandmerkt.’
‘Ik heb de provoost daarna nog gesproken en hij is van mening dat we Nicodemus opnieuw moeten onderzoeken.’
Shannon voelde zich misselijk worden. ‘Denk je echt dat Nicodemus de andere kakografen heeft gedood?’
Amadi schudde haar hoofd. ‘Nee, toen de jongens stierven, gaf hij les aan de eerstejaars. Bovendien zijn er geen bewijzen dat die twee zijn vermoord. Maar zoals ik al zei, voorspelt de contra-profetie dat er zich overal ongeregeldheden zullen voordoen waar de Stormvogel verschijnt. Als ik het goed begrijp, is Nicodemus zich niet bewust van zijn ware aard, dus beseft hij ook niet dat hij de vreselijke gebeurtenissen zelf heeft veroorzaakt.’
Shannon hield op met ijsberen. Als Amadi openlijk zou verkondigen dat de contra-profetie in vervulling was gegaan, zouden er inderdaad ongeregeldheden plaatsvinden. Hij moest haar tegenhouden. Hij moest ook de Trommeltoren beschermen. Nog één dag bewegingsvrijheid en dan kon hij de jonge kakografen naar het compluvium smokkelen, waar de spreukbeelden over hen zouden waken.
‘Geef maar toe dat Nicodemus de door de contra-profetie voorspelde Stormvogel zou kunnen zijn,’ zei Amadi.
Ineens zag Shannon zijn kans schoon. Er was een beetje sluwheid en een beetje bluf voor nodig. Hij liep naar zijn stoel maar ging niet zitten. ‘Jouw partij zal wel blij zijn als je veel ophef kunt maken over de contraprofetie.’
Amadi kneep haar ogen tot spleetjes. ‘Bewakers mogen zich niet met politiek inlaten.’
Het werd tijd om te bluffen. ‘Toch zijn er mensen die kunnen aantonen dat je voor de stroming van de contra-profetie werkt. En als het klopt dat Nicodemus gevaarlijk is, zouden boze tongen kunnen beweren dat je hem te veel vrijheid hebt gegeven, dat je liever nog meer lijken en bloedvergieten zag, omdat je daarmee je bewering over de contra-profetie kracht bij kon zetten.’
Amadi’s gezicht werd uitdrukkingsloos. ‘Wat wil je van me?’
‘Dat je Nicodemus en de andere jongens in de Trommeltoren beter in de gaten houdt voordat je dit soort gewaagde uitspraken doet. Als ik jou was, zou ik voorkomen dat er nog meer doden vallen. Doe je dat niet, dan wordt er misschien gefluisterd dat je je plicht hebt verzaakt om angst te zaaien en steun te verkrijgen voor je partij.’
Amadi bromde ontevreden. ‘Probeer je af te dwingen dat ik de jonge kakografen tegen een denkbeeldig monster bescherm?’
De oude man ging zitten. ‘Dan krijgen we allebei ons zin.’
‘Ik hou niet van dreigementen, magister. Ik ben je student niet meer en je kunt me met geen enkele partij in verband brengen. Bovendien heb ik al veel te weinig bewakers tot mijn beschikking. Nu de bijeenkomst in volle gang is, legt het Bureau van de Provoost beslag op al mijn vrije spreukschrijvers om de gasten te beschermen. Toch heb je in zekere zin wel gelijk.’ Ze liet een stilte vallen. ‘Goed, ik zet twee bewakers in om vanavond de wacht te houden bij de Trommeltoren, twee om Nicodemus te volgen en twee om jou in de gaten houden.’
Shannon hield met moeite een glimlach in. ‘Ik ben blij met elke vorm van bewaking, maar het is onze voornaamste zorg dat de jongens de stad niet kunnen verlaten. Daarom dring ik er nogmaals op aan dat de kakografen onder geen beding naar buiten mogen. Je kunt maar beter de Trommeltoren ’s nachts verzegelen door beschermende sloten op de deuren en ramen te zetten. Geef mij dan wel de wachtwoorden voor als ik mijn studenten moet bezoeken.’
Amadi knikte langzaam. ‘Dat is goed.’
Shannon slaakte een zucht van verlichting. ‘Je zult er geen spijt van krijgen dat je naar mijn advies hebt geluisterd. Nu moet ik praktijkonderzoek doen in het compluvium waar ik met Nicodemus heb afgesproken. Ik zal je bewakers erheen brengen, dan kunnen ze ons beiden in de gaten houden. Als we daar klaar zijn, gaan we naar de hoofdbibliotheek om mijn onderzoek voort te zetten.’
Amadi boog zich naar hem toe en zei ernstig: ‘Ik ga naar de Gimhorsttoren om de privé-bibliotheek van Finn te onderzoeken. Maar zoals ik al zei, heb ik geen aanwijzingen dat de jongens zijn vermoord. Ik verzoek je open te staan voor de mogelijkheid van de contra-profetie. Houd er rekening mee dat Nicodemus nog steeds de Stormvogel kan zijn.’ Ze liet een stilte vallen. ‘Vermoedelijk hebben we hier met een kracht te maken die veel gevaarlijker is dan een gewone moordenaar.’
‘Daar zijn we het over eens,’ beaamde Shannon.
Deirdre keek Amadi kalm aan. De vrouw had bij haar aangeklopt en dringend om een onderhoud verzocht.
‘Waarom ben je zo geïnteresseerd in Nicodemus Kras?’ vroeg de bewaker, terwijl ze op Kyrans bed plaatsnam.
Deirdre ging tegenover haar zitten. Ze had die vraag wel verwacht. ‘Zoals je terecht opmerkte, Amadi Okeke, had ik gehoopt dat de jongen de Peregrijn zou zijn, maar door zijn keloïd werd mijn hoop de bodem in geslagen.’ Het was geen echte leugen, want door de keloïd was ze inderdaad de hoop verloren dat ze Nicodemus gemakkelijk voor zich kon winnen.
Amadi knikte verstrooid. ‘Is jullie Orde op de hoogte van de contraprofetie?’
‘Daar heb ik nog nooit van gehoord.’
‘De contra-profetie is vrij onbekend, zelfs bij de magiërs. Daarin wordt voorspeld dat er een verdorven spreukschrijver zal opstaan, de tegenstander van de Halcyon, die een voorvechter is van de chaos en wordt aangeduid met de naam Stormvogel.’
‘En zal die voorvechter de Halcyon doden en de demonen helpen ons land binnen te vallen?’
De bewaker knikte. ‘Tenzij we dat verhinderen, zal de Stormvogel een begin maken met de corruptie van de taal, waarna de demonen het proces zullen voltooien.’
Deirdre hield haar gezicht in de plooi. ‘En door zijn ongewone litteken en zijn schrijffouten denk jij dat Nicodemus de grote vernietiger is?’
Amadi ademde langzaam in. ‘Je hebt ongetwijfeld de geruchten gehoord dat er... beroering is ontstaan in Sterrenstee. We hebben te maken gehad met enkele gevaarlijke foutspreuken, met een paar ongevallen, maar daarover hoef je je als afgevaardigde geen zorgen te maken. Als bewaker is het mijn belangrijkste taak jullie veiligheid tijdens de bijeenkomst te waarborgen. Daarom ben ik geïnteresseerd in elke mogelijke verklaring voor de vreemde gebeurtenissen die er plaatsvinden.’ Ze zweeg even. ‘Als de druïden iets weten over de contra-profetie en Nicodemus kunnen ontmaskeren als –’
‘Wij geloven niet in de contra-profetie,’ viel Deirdre haar in de rede.
‘Misschien denken de druïden die bezorgd zijn over het Stille Verderf er anders over? Kan ik niet beter met de andere afgevaardigden praten?’
Deirdre schudde haar hoofd. ‘We geloven hoe dan ook niet in een contra-profetie. De druïden zijn er trouwens niet van overtuigd dat het Stille Verderf verband houdt met een bepaalde profetie. Jammer, maar ik kan je niet helpen.’
‘Ik begrijp het. Bedankt dat je met me hebt willen praten.’ Amadi stond op en liep naar de deur.
Deirdre stond eveneens op. ‘Vraag gerust als ik je ergens mee kan helpen.’
Op de drempel bleef Amadi aarzelen. ‘Misschien...’ Ze draaide zich om. ‘Ik vraag me af... zijn de druïden bekend met een schepsel dat vleselijk lijkt te zijn, maar in klei verandert als het uit elkaar valt?’
Deirdre had het idee dat alle kracht uit haar benen wegtrok. ‘Heb je zo’n schepsel gezien?’ vroeg ze op ongelovige toon, waaruit hopelijk niet haar schrik zou blijken.
De bewaker keek haar oplettend aan. ‘Het overvalt je natuurlijk. Misschien denk je dat ik gek ben geworden, maar magister Shannon en ik hadden een meningsverschil of zoiets wel kan bestaan.’
Deirdre forceerde een glimlach. ‘Ik vind het niet gek dat je je zulke dingen afvraagt. We moeten altijd op zoek gaan naar nieuwe inzichten.’ Na een korte stilte vervolgde ze: ‘Stel dat Nicodemus waarlijk de gevaarlijke spreukschrijver uit de contra-profetie is. Wat dan?’
De bewaker schudde haar hoofd. ‘Er is geen reden voor angst. Over een kwartier heb ik ervoor gezorgd dat de jongen dag en nacht door twee van mijn bewakers wordt gevolgd. Ook wordt de toren waar hij woont vanavond tekstueel verzegeld. Zodra we kunnen bewijzen dat hij gevaarlijk is en verband houdt met de contra-profetie, zullen we zijn geest censureren en hem opsluiten in een kerker onder de Poorttorens.’
‘Dank je voor die informatie.’ Deirdre maakte een buiging.
Amadi deed hetzelfde en vertrok. Geleidelijk stierf het geluid van haar voetstappen weg.
‘Wat heb je van ons gesprek opgevangen?’ vroeg Deirdre.
‘Genoeg,’ antwoordde Kyran achter haar rug. ‘Het schijnt dat een van de zwartrokken de demonvereerder heeft ontmoet, van wie jij al zei dat hij in de buurt rondhangt. Moet ik je uitleg geven over het schepsel wiens vlees in klei verandert?’
Ze draaide zich om en zag zijn silhouet oplichten, terwijl de subtekst die hem onzichtbaar had gemaakt uit elkaar viel. ‘Nee, en dat weet je verduiveld goed.’
Toen Kyran weer geheel zichtbaar was geworden, stond zijn gezicht streng. ‘We moeten de jongen nu meenemen. Onze godin kan hem beschermen als we hem maar eenmaal naar de ark hebben gebracht.’
Deirdre wreef in haar ogen. ‘Onmogelijk. Je hebt de bewaker gehoord: ze gaat de jongen onder toezicht stellen.’ Door de druk op haar oogbollen zag ze oranje en zwarte vlekken dwarrelen. ‘Denk je dat we het lichaam van de demonvereerder kunnen vinden en hem doden terwijl dat schepsel rondsluipt?’
‘Nee, zijn ware lichaam kan heel ergens anders zijn.’
Deirdre mompelde een verwensing. ‘En als Amadi Okeke het idee heeft dat Nicodemus de Stormvogel is, laat ze hem censureren en creperen in een gevangeniscel.’
‘Denk je dat hij veilig zal zijn voor het schepsel als hij opgesloten zit?’
Ze liet haar handen langs haar zij vallen en keek hem geërgerd aan. ‘Wat gebeurt er als je een lam vastbindt en achterlaat in een schaapskooi?’
‘Dan komen de weerwolven uit het bos.’ Zijn gezicht betrok.