(dumpplaats voor autowrakken)
En geen gewoon bloed, denkt de sproetige jongen, als de familie, de dokter en de dragers met de jongen naar boven sjokken door het rulle zand. De broodjes leverworst die de vrouw gesmeerd heeft liggen half met zand bedekt op de badhanddoek waarop het jongste kind heeft staan plassen. Ernaast de smoezelige prop van de handdoek die om het been van de gewonde jongen gedraaid heeft gezeten.
De badgasten zijn door het vreemde incident uit hun doen geraakt. Moeders roepen zenuwachtiger dan tevoren dat hun kinderen zich niet te ver in zee mogen wagen. Sommige families maken al aanstalten om te vertrekken, terwijl de zon nog niet op zijn hoogst staat en het nog zeker een uur duurt voordat de vloed zal opkomen. ‘Zullen we nog wat in zee gaan? ’ vraagt het mollige meisje de jongen, terwijl ze aan haar bikini frunnikt.
‘Ben je gek! ’ zegt de jongen geschrokken, ‘wil je ook door zo’n beest gebeten worden! ’
‘Ach joh,’ zegt het meisje, ‘dat was niks. Die jongen is gewoon door een kwal of zo...’
De jongen onderbreekt haar voor zijn doen erg fel:
‘Heb je die wond gezien? Jij hebt niks gezien omdat je zogenaamd geen bloed kan zien. Had maar gekeken.’ ‘Hoezo? ’ vraagt ze onnozel.
‘Nou kijk,’ schreeuwt de jongen bijna uitzinnig, ‘hier, moet je kijken! ’
‘Laat die vieze handdoek liggen,’ zegt het meisje als ie het noodverband uit het zand opraapt, maar hij negeert haar.
‘Kijk,’ zegt hij, terwijl hij haar de korrelige bruine vlekken in de handdoek toont, ‘is dat bloed? ’
Ze kijkt ongelovig.
‘Als dat bloed is,’ zegt ie fel, ‘dan heb ik olie door mijn aders lopen.’
En hij wrijft met zijn hand over de vlek. Er blijven roestige schilvertjes op zijn vingers zitten, die hij alleen maar weg krijgt door zijn handen met zand te wassen.
Het meisje kijkt eerst bedenkelijk, maar dan ineens licht haar gezicht op.
‘Ah joh, misschien is ie helemaal niet door een beest gebeten, maar met zijn voet in een stuk schroot of oud roest terecht gekomen. Ze zeiden toch dat ie buiten de zeewering was gaan zwemmen. Nou de zee zit toch hartstikke vol oud roest. Hier vlak bij is een dumpplaats voor autowrakken van het leger geloof ik.’
En ze wijst met haar hand achter zich waar inderdaad in de verte nog net zichtbaar boven de betonnen zeemuur het topje te zien is van een enorme berg schroot die daar in zee gedumpt is.
De jongen kijkt wat gerustgesteld nu.
‘Kom, laten we nog lekker wat zonnen,’ zegt het meisje, terwijl ze zich uitstrekt op de badhanddoek en met haar ogen verleidelijk de jongen naar zich toe wenkt. Even later liggen ze samen wat te vrijen en merken niet eens dat ze van hun handdoek rollen, maar er is nu plaats voor. De buren zijn net vertrokken en overal komen lege plekken op het strand.