Logroño
Vanuit Burgos rijden we via de Sierra de la Demanda in oostelijke richting naar de wijnheuvels van de Rioja-streek. Daarvóór zijn er golvende hoogvlaktes en steile bergen, waar de weg tegenaan geplakt zit. Af en toe een boerderij of een stal, en tegen de middag een heus dorp. Drie huizen, een kerk, een schapenstal en een echt café, inclusief een verwarde Spanjaard die vanuit de mist om zijn hoofd ons van alles probeert uit te leggen. Dat we hem niet verstaan, deert hem niet. Achter de bar staat een klein oud vrouwtje, met een gebloemd jasschort en geblokte sloffen. Natuurlijk wil ze voor ons bocadillos met cheso en jamon maken, knikt ze vriendelijk.
De toon van een geschreeuwde instructie vanachter een deur aan de zijkant van haar bar, had ons misschien alert moeten maken. Maar de twee stukjes stokbrood, eentje met wat kaas en eentje met wat restjes droge ham, zijn goed te eten. De flesjes zoete prik hadden we zo niet bedoeld toen we om sinaasappelsap vroegen, maar je bent in de verlatenheid tenslotte. Bueno dus, muchos bueno. Tot het oude dametjes met een breekbare glimlach maar verder glashard tien euro afrekent. Zelfs de orerende Spanjaard aan de bar wordt er even stil van. Tien euro is in de wijde omtrek voldoende voor een complete maaltijd met drie gangen, inclusief wijn, water en brood.
“We worden genaaid”, concludeert Janny. Wat klopt. Evengoed laten we het erbij, zodat pas in de helm al die spitse Spaanse zinnen komen om dat oude kreng in te peperen dat we haar in ieder geval door hadden. Signora no bueno, roep ik tegen de binnenkant van mijn vizier en ik gebaar ook nog maar even naar een hogere macht die haar gewroet hier op aarde feilloos in de smiezen heeft en haar hard en meedogenloos zal straffen.
Wanneer we een half uur later stoppen om te tanken, blijkt ook bij Janny de woede nog tussen haar kiezen te knarsen.