3. Tour de France
Voorbij Antwerpen nemen we de E17, richting Gent en Kortrijk. Na Kortrijk volgen we nog een klein stukje de snelweg, richting Franse kust, die na een kilometer of tien overgaat in een provinciale weg tot aan Boulogne sur Mer. Van tevoren hebben we de route met een magic marker op de kaart ingekleurd. De laatste dagen voor we vertrokken, heeft Michiel die kaart vrijwel permanent op tafel gehouden om aan de hand van de berichten over de Tour de France te zien of wij ze zouden ontmoeten. Inderdaad rijden we nog langs de wegversperringen die heel kort geleden de mensen moesten scheiden van de voortdenderende gele-truidrager Kirsipou uit Letland en Michiels favoriet Lance Armstrong, die volgens hem de tour gaat winnen. Nu staan de rode en witte plastic blokken rommelig aan de kant geschoven en de bleke Noord-Franse koeien te verbazen.
Wij rijden met een rustig gangetje van 80 kilometer per uur over de vrij brede provinciale weg. Het landschap glooit een beetje en is veel vriendelijker dan ik me altijd bij Noord-Frankrijk heb voorgesteld. We hangen soepeltjes met zijn tweeën in de bochten waarmee de weg zich tussen groene, gele en bruine weilanden slingert. Er is weinig verkeer op de weg en door het open land zijn de bochten ruim van tevoren zichtbaar, waardoor wij bijna iedere keer met zijn tweeën de ideale lijn weten te rijden. Michiel heeft er duidelijk plezier in, want ik voel hem precies op het juiste moment nog wat extra meehangen. Passagiers die het maar niks vinden, doen het tegenovergestelde. Zodra ze het asfalt dichterbij zien komen, hellen ze de andere kant op, zodat je de grootste moeite hebt om de motorfiets de bocht door te krijgen.
Het stadje waar we daarna doorheen rijden is klein en hobbelig, met huizen van ruwe steen en precies zo’n bocht in de weg waar je in gedachten het enthousiaste Tour de France-publiek nog langs ziet staan. Ik doe mijn vizier omhoog en ga wat rechter op zitten. Michiel doet hetzelfde terwijl we rustig naar de mensen kijken en naar hun winkels en kroegen en die ene grijze kerk die in al die dorpen staat. Ik wijs op een wegversperring die nu werkeloos tegen een gevelrij hangt.
“De Tour de France!” roep ik naar Michiel.
“Ze waren hier gisteren!” roept hij terug. “Ik herken het van de TV!”