9. Gympen in een zakske

 

De volgende morgen ontbijten we in de keuken van de oude mevrouw, aan een grote houten tafel. Ze is zelf ergens in het huis verdwenen, nadat ze ons de ontbijttafel heeft gewezen. Aan de muur hangt een rijtje jachtgeweren. Op tafel staan twee kleine stokbroden.

“Ze zijn knoerthard”, constateert Michiel wanneer hij probeert zijn tanden er in te zetten. In een ijzeren schaaltje drijft een klodder rode jam. Er is een potje met koffie en een kannetje melk. Ik houd niet van de Franse ontbijtkoffie met veel melk en bied het kannetje aan Michiel aan. Nog voor hij iets geproefd heeft, trekt hij zijn gezicht alvast in de plooi van afgrijzen. Het eerste slokje onderstreept zijn analyse.

“Goor.”

Het stukje Franse kaas dat een beetje uitgegleden op een bordje ligt, bezorgt hem helemaal de rillingen over zijn rug, zodat hij uiteindelijk zonder iets te eten weer mee naar boven gaat.

“Hebben we plakband bij ons?” vraagt hij daar tijdens het inpakken.

“Nee. Hoezo?”

“Hiervoor”, zegt hij en hij laat me zijn linkergymp zien waarvan de zool nog op een enkel draadje hangt. Hij klapt hem over de hele lengte om en toont me de blote onderkant van zijn sok.

“Dat lukt niet met plakband, joh. Daar kunnen we beter nieuwe voor kopen.”

“O, nee!” zegt hij. “Ik wil helemaal geen nieuwe. Waarom heb je geen plakband?”

“Ja, jee, waarom heb ik geen plakband? Het zou je ook niet helpen, al had ik het wel.”

“Kauwgom dan?”

“Dat hebben we ook niet.” Ik weet dat dit soort discussies tot niets leidt, dus laat ik het er maar bij. “Pak je die gympen in?”vraag ik. “Je motorlaarzen staan bij je bed.”

“Als je maar niet denkt dat ik ze weggooi.”

 

Wanneer ik even later alle tassen naar beneden breng en ze op de motor bind, zie ik hem op de bovenste verdieping van het kasteeltje uit het openstaande raam kijken. Hij tuurt in de verte, ergens naar waar de bomen van het landgoed en de nu al helblauwe lucht bij elkaar komen. Ik doe de motortassen in de zijkoffers, duw de deksels met enige moeite op hun plek en sjor ze dan vast met spanbanden. De tas met onze kampeerspullen zet ik met een spin en twee extra spanbanden achter de buddy vast op een klein metalen roostertje dat de K100 boven het achterlicht heeft. Ik voel even of alles goed stevig zit en bij hoge snelheden niet kan gaan schuiven. Dan rits ik de tanktas op het leren onderstel dat aan de tank is bevestigd. Het moet voorzichtig, want de ritsen zijn oud. Wanneer alles klaar is, haal ik het slot van het achterwiel van de motorfiets en berg dit op in het bagagevak onder de buddy, waar hij precies in past. Dan kijk ik naar boven. Michiel staart nog steeds uit het raam, nog steeds naar een punt ergens boven de toppen van de bomen. Ik breng onze sleutel naar de oude mevrouw die in haar keuken de sporen van onze aanwezigheid al heeft uitgewist. Het was een mooie kamer, zeg ik haar in zo goed mogelijk Frans. En of het niet eenzaam is, alleen in zo’n groot huis. Dat is het, zegt ze. Daarna loop ik de krakende houten trap op naar boven en doe de deur van onze kamer open. Michiel zit voor het raam en kijkt naar buiten. Het lijkt of hij me niet heeft horen binnenkomen. Ik loop naar hem toe en zie dat hij heel rustig naar iets kijkt. Niet turend of starend, gewoon kijken.

“Hoi”, zeg ik.

Hij kijkt op.

“Waar kijk je naar?” vraag ik.

Hij haalt zijn schouders op. “Zomaar.”

“Zit je ergens aan te denken?”

“Aan niks”, zegt hij. “Alleen aan het eind. Toen dacht ik dat ik je wilde gaan helpen. Maar toen was je er al.”

Ik aai hem door zijn haren.

“Gaan we?” vraagt hij.

“We gaan”, zeg ik.

 

Direct vanuit Ganspette volgen we de LF1-fietsroute naar onbegrijpelijke plaatsen als Watten, Bollezeele en Esquelbecq. Daarna zullen we de Frans-Belgische grens passeren, ergens tussen Bambecque en Lo-Reninge, waar we ons volgende hotel hebben geboekt. Na ruim een uur rijden stoppen we in Watten om iets te eten. Michiel heeft bij het ontbijt niets gegeten, dus ik vermoed dat hij wel honger heeft. Hij knikt als ik hem ernaar vraag. In het cafeetje waar we zitten, drinken beroepschauffeurs hun ochtendbier met pastis. Op het pleintje buiten lopen vrouwen heen en weer met tassen vol boodschappen. In het café zelf hebben ze geen broodjes, maar dat geeft niet. De man, die toch maar een beetje langs de tap stond te hangen, wordt erop uit gestuurd en komt even later terug met een zakje van de bakker, vol croissantjes. Hij stort ze op een bordje, zet het voor ons neer en troost zichzelf voor deze inspanning met een enorme pul bier.

“Lekker?” vraag ik aan Michiel wanneer hij het derde croissantje pakt.

“Hmmm.”

We kletsen wat over de rit die we net achter de rug hebben. Lekkere bochten, mooi asfalt, warm zonnetje op onze helm.

“Hou je van bochtjes rijden?” vraag ik aan Michiel.

“Best wel.”

“Maar?”

“Ik vind de stadjes het leukst”, bekent hij.

“Wat dan?”

“Nou, gewoon.”

“De mensen of zo?”

“Neuh, de mensen maakt mij niks uit.”

“De winkels en de cafeetjes?”

“Ja, gewoon, alles. Dat je overal naar kan kijken.”

We eten allebei nog een croissantje. Ik probeer me voor te stellen hoe dat is, achterop de motorfiets bij je vader op je tiende.

 

Wanneer we uit het café stappen om naar de motorfiets te lopen, valt de hitte over ons heen. Het is nog geen twaalf uur, maar evengoed loopt het zweet uit mijn helm zodra ik hem op zet. Rijden is het enige dat er op zit. Zolang we in beweging blijven, is het te doen. Af en toe komen we fietsers tegen, die met Hollandse verbetenheid voortploeteren langs de LF1, hitte of geen hitte. Langs de weg werken kromme mannen en vrouwen op hun land. Onder het rijden stoten we elkaar telkens aan wanneer de wegwijzers steeds vreemdere dorpen melden. ‘Le Swartegat’, ‘La Kruystraete’, ‘Tol’, ‘Geldzak’ en ‘De Fles’.

“Rare jongens, die Belgen”, roept Michiel tegen de rijwind in. Maar de grens komt pas ergens tussen Hagedoorn en Eikhoek, in de vorm van een verroeste slagboom en een vervallen douanehuisje.

“Maak je een foto van me?” vraagt Michiel.

We parkeren de motorfiets vlakbij de slagboom en ik fotografeer hem twee keer. Eén keer voor het bordje ‘France’ en één keer voor ‘België - Belgique.’

 

Lo-Reninge blijkt een oud Belgisch stadje met veel café’s rond een klinkerplein, een kerk en een abdij. De kerk is kerk gebleven. De abdij is ons hotel. De plafonds zijn ver weg, de gangen donker en onze kamer heeft een ligbad en TV, schuin boven het voeteneind van het bed tegen het plafond gemonteerd. Michiels gematerialiseerde geluksdroom. Terwijl hij languit op het bed naar de Tour de France kijkt, doe ik boodschappen in het dorp.

 

Wanneer ik terugkom in het hotel heeft Michiel ansichtkaarten naar zijn vrienden geschreven. Allemaal met dezelfde tekst. ‘Het is hier heel leuk. Het is hier ook bloedheet. Ik zit hier in een hotel en daar is een TV en nu kan ik eindelijk de Tour de France kijken. Het is hier heel erg mooi. Groetjes - Michiel. Tijdens mijn afwezigheid heeft hij ook zelf een mop bedacht.

“Een Belgische motorrijder steekt tijdens het rijden zijn wijsvinger in de lucht.” Hij stikt bij voorbaat al vast van het lachen. “Met zijn handschoenen aan dan, hè.” Hij kijkt of ik het allemaal nog kan volgen. “Weet je waarom?”

“Zijn vinger omhoog... Om gedag te zeggen?”

Michiel giert het nu uit. “Nee...!” Hij kan bijna niet meer en rolt achterover op het bed.

“Waarom dan?” vraag ik.

“Als hij tegenwind heeft, belt hij zijn vrouw om te zeggen dat hij wat later komt!” Hij kijkt even of ik het allemaal wel snap. “Terwijl hij rijdt, hè?”

“Aha...”

“En... met zijn handschoenen aan!”

Daarna gaan we samen TV kijken. De finish van de dagetappe van de Tour de France. Over de geul tussen de twee bedden heen, geven we elkaar een hand tijdens het kijken. Als het afgelopen is en Lance Armstrong weer een etappe heeft gewonnen, lopen we in een streepje schaduw door de rechte straten van Lo-Reninge, op zoek naar een winkel met gympen want de zool heeft nu zelfs zijn laatste draadje losgelaten. De rij huizen wordt telkens onderbroken door stukjes tuin. Een daarvan is zo groot, dat er koeien in staan. Wanneer we er langs lopen, gooien ze hun achterpoten in de lucht en rennen ze naar een groepje bomen aan de andere kant van het veld. We kijken er naar en Michiel weet zeker dat ze de gekke-koeienziekte hebben.

“Welke normale koe doet nou zoiets?”

Even verderop zien we zowaar een schoenenwinkel. In de winkel, maar ook in de straat is niemand te bekennen, maar de deur staat open dus lopen we naar binnen. Daar staan de dozen met schoenen in stapels op de grond, met grote kaarten eraan om te melden hoe weinig ze in de uitverkoop nog kosten. We zien een paar echte Adidas voor nog geen vijfentwintig gulden, maar nergens iemand om ze te verkopen. We proberen ze zelf maar. Michiel loopt er een halve meter in, voelt even of de zijkant stevig genoeg is om een bal mee te schoppen en besluit dan dat hij ze wil hebben. Op dat moment komt er ook een rossig-blonde Belgische mevrouw ergens vanachter uit een woonhuis of magazijn. Ze heeft gouden kettingen om en een breekbare glimlach, alsof ze zich verontschuldigt dat ze ons stoort.

“Ik wil deze”, zegt Michiel. De mevrouw pakt ook de andere helft erbij. Hij past ze nu allebei aan en knikt.

“Goed.”

“Wilt u den ouden in een zakske?”

“Jazeker”, zegt hij in een tikje Belgische toon. “En graag ook de zool erbij, die wil ik bewaren voor als ik beroemd word.”

De mevrouw kijkt alsof ze het maar liever niet goed heeft verstaan en geeft ons een tas met tot de draad versleten gympen in ruil voor een stapel Belgische franken.

Even later lopen we naar beneden kijkend weer terug naar het hotel.

“Moet je eens voelen”, zegt Michiel als we daar in de hal op de lift staan te wachten. Hij steekt zijn gloednieuwe rechtergymp omhoog en wijst op de neus van wit plastic. Ik voel er aan. Het is van een materiaal dat je huid bijna opzuigt.

“Lekker zacht, hè?”

“Hmmm’, zeg ik. “Wat ga je eigenlijk met die oude dingen doen?”

“Bewaren natuurlijk. Ze passen toch nog wel in mijn motortas?”

“Ja, dat zal wel lukken. Maar wat moet je ermee?”

“Die kun je verkopen.”

“Verkopen?”

“Ja, aan een museum. Als ik een beroemde voetballer ben. Dat doen ze. Met een boekje erbij waar het allemaal in staat.”

Mooi motorverhalen
titlepage.xhtml
mooiemotorverhalen_split_000.htm
mooiemotorverhalen_split_001.htm
mooiemotorverhalen_split_002.htm
mooiemotorverhalen_split_003.htm
mooiemotorverhalen_split_004.htm
mooiemotorverhalen_split_005.htm
mooiemotorverhalen_split_006.htm
mooiemotorverhalen_split_007.htm
mooiemotorverhalen_split_008.htm
mooiemotorverhalen_split_009.htm
mooiemotorverhalen_split_010.htm
mooiemotorverhalen_split_011.htm
mooiemotorverhalen_split_012.htm
mooiemotorverhalen_split_013.htm
mooiemotorverhalen_split_014.htm
mooiemotorverhalen_split_015.htm
mooiemotorverhalen_split_016.htm
mooiemotorverhalen_split_017.htm
mooiemotorverhalen_split_018.htm
mooiemotorverhalen_split_019.htm
mooiemotorverhalen_split_020.htm
mooiemotorverhalen_split_021.htm
mooiemotorverhalen_split_022.htm
mooiemotorverhalen_split_023.htm
mooiemotorverhalen_split_024.htm
mooiemotorverhalen_split_025.htm
mooiemotorverhalen_split_026.htm
mooiemotorverhalen_split_027.htm
mooiemotorverhalen_split_028.htm
mooiemotorverhalen_split_029.htm
mooiemotorverhalen_split_030.htm
mooiemotorverhalen_split_031.htm
mooiemotorverhalen_split_032.htm
mooiemotorverhalen_split_033.htm
mooiemotorverhalen_split_034.htm
mooiemotorverhalen_split_035.htm
mooiemotorverhalen_split_036.htm
mooiemotorverhalen_split_037.htm
mooiemotorverhalen_split_038.htm
mooiemotorverhalen_split_039.htm
mooiemotorverhalen_split_040.htm
mooiemotorverhalen_split_041.htm
mooiemotorverhalen_split_042.htm
mooiemotorverhalen_split_043.htm
mooiemotorverhalen_split_044.htm
mooiemotorverhalen_split_045.htm
mooiemotorverhalen_split_046.htm
mooiemotorverhalen_split_047.htm
mooiemotorverhalen_split_048.htm
mooiemotorverhalen_split_049.htm
mooiemotorverhalen_split_050.htm
mooiemotorverhalen_split_051.htm
mooiemotorverhalen_split_052.htm
mooiemotorverhalen_split_053.htm
mooiemotorverhalen_split_054.htm
mooiemotorverhalen_split_055.htm
mooiemotorverhalen_split_056.htm
mooiemotorverhalen_split_057.htm
mooiemotorverhalen_split_058.htm
mooiemotorverhalen_split_059.htm
mooiemotorverhalen_split_060.htm
mooiemotorverhalen_split_061.htm
mooiemotorverhalen_split_062.htm
mooiemotorverhalen_split_063.htm
mooiemotorverhalen_split_064.htm
mooiemotorverhalen_split_065.htm
mooiemotorverhalen_split_066.htm