Porto
Het laatste stukje Atlantische kust richting Portugal is een cadeautje. Waar we ons al hadden voorbereid op nog meer vakantieblijheid van bungalows en hamburgers, rijden we over stille wegen met perfecte bochten en vrij zicht op kliffen, golven en opspattend schuim. Bij Santa Tecla steken we met een klein pontje, gevonden dankzij intensief tuurwerk op de kaart van Galicië, de Rio Minnos over, tevens de grens tussen Spanje en Portugal. Het verschil tussen de ene en de andere kant van het water is dramatisch. Na de brede, goed geasfalteerde kustweg in Spanje, rijden we in Portugal over een kronkelig bosweggetje, met kuilen en gaten, scherpe bochten en heel veel zon. Op de stukken boerenland die we tegenkomen, werken vrouwen met lange jurken en zwarte hoofddoeken. Het hooi staat, net als vroeger, in zongele schoven op de akkers.
Onze kaart is voor deze omgeving bij lange na niet gedetailleerd genoeg. Dorpen bestaan niet en naar de wegen waar we op rijden, kan ik alleen maar zo’n beetje raden. Na enige aarzeling en wat vruchteloos gestaar naar de kaart, besluit ik daarom Janny’s aanpak te volgen. Beetje kijken naar de zon, mikken op het zuiden en daar zo’n beetje de wegen bij uitkiezen. Het werkt en we komen op bijzonder mooie plekken. Ik vertel het haar. Waarop zij weer vertelt hoe knap het was van dat pontje en sowieso eigenlijk van al die mooie routes. Waarop we elkaar vertellen hoe mooi het hier is en hoe fijn we het met elkaar hebben.
Iets minder mooi zijn de Portugezen. Tenminste, op de weg. Waar de Spanjaarden nog enig ontzag voor een doorgetrokken streep hadden, kiezen de Portugezen voluit voor haast. Links, rechts of desnoods met piepende banden via een benzinestation. Ze zullen erlangs, merken we, vooral wanneer we dichter bij Porto komen. Het is er druk. Diezelfde dag start in diezelfde stad het Europees kampioenschap voetbal. Bussen vol fans worden aangevoerd. Uit vrijwel elke auto wappert de Portugese vlag en een schreeuwende Portugees. Waslijnen aan balkons doen dienst als vlaggenmasten. Mensen roepen, zomaar, en steken hun handen op. De strijd van voetbal verbroedert en iedereen is onze vriend. Vooral omdat Nederland voorlopig niet tegen Portugal hoeft te spelen. We krijgen gratis glaasjes port, vriendelijke armen om onze schouders en vooral telkens de vraag of we Portugal een fijn land vinden. Dat vinden we.